Terugkoppeling enquête agrarisch natuurbeheer

Tijdens de vorige nieuwsbrief vroegen we u een enquête over agrarisch natuurbeheer in te vullen voor een onderzoek in opdracht van de provincie Overijssel. Dit onderzoek is uitgevoerd door student bestuurskunde Arnold Kaashoek. In deze nieuwsbrief geven we u een beknopte schets van de resultaten van dit onderzoek.

Het doel van het onderzoek was inzicht krijgen in de redenen die agrariërs en andere grondgebruikers hebben om zich al dan niet in te zetten voor agrarisch natuurbeheer. Hiervoor zijn interviews gehouden en enquêtes afgenomen bij deelnemers (101 respondenten) en niet-deelnemers (38 respondenten) aan agrarisch natuurbeheer.

Uit het onderzoek blijkt dat beheervergoedingen een belangrijke stimulans zijn voor deelnemers om mee te doen. Ook de inpasbaarheid van de maatregelen in de bedrijfsvoering zijn zowel voor deelnemers als niet-deelnemers een belangrijke reden om al dan niet deel te nemen aan agrarisch natuurbeheer. De leefbaarheid van het platteland en de uitstraling van duurzaamheid richting de samenleving wordt door deelnemers ook als belangrijk aangemerkt. Voor de niet-deelnemers blijkt dat met name de hoogte van de beheervergoeding en predatie redenen zijn om niet aan agrarisch natuurbeheer te doen.

Over het algemeen zijn de huidige deelnemers aan ANLb tevreden over de beheervergoedingen en over het werk van de Collectieven. Enkele aanbevelingen die vanuit het onderzoek naar voren gebracht worden, zijn het zoeken naar extra financiële prikkels om duurzame deelname aan agrarisch natuurbeheer te stimuleren en het intensiveren van de communicatie en kennisoverdracht over (de toepassingsmogelijkheden van) agrarische natuurbeheer bij niet-deelnemers.

De volledige rapportage is hier terug te vinden.

GLB pilot: deelnemers zijn aan de slag

Iedere nieuwsbrief geven we een update over de GLB-pilot “De kievit als boegbeeld voor vergroening van de melkveehouderij”. Ondertussen is het eerste kievitsei gevonden en is het veldseizoen van start gegaan. Dit betekent dat de deelnemers binnen de pilot aan de slag gaan met de beheermaatregelen voor de kievit.

Eind vorig jaar zijn in de vier pilotgebieden deelnemers geworven, namelijk in Kallenkote, Mastenbroek, Tolhuislanden en Wijthmen. De bereidheid onder de agrariërs in deze gebieden om deel te nemen aan de pilot bleek groot: ruim 50 agrariërs hebben zich aangemeld. Alle deelnemers leggen randen aan, rijden ruige stalmest uit en/of creëren drassige delen. De randen zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de kuikens, de drassige delen en ruige mest verbeteren voedselbeschikbaarheid voor de kievit.

Begin februari hebben alle deelnemers een workshop over kievitbeheer gevolgd. De workshop startte onder andere met een kievitquiz, waar de kennis van de deelnemers getest werd. Voor het inhoudelijke deel van de workshop was er een kievitexpert uitgenodigd, die de deelnemers veel praktische informatie over de kievit en het kievitbeheer kon geven. Ook zijn de maatregelen van de pilot tijdens de workshop op kaart ingetekend. In alle gebieden werd een mooi netwerk met randen, ruige mest en drassige delen gecreëerd. Op deze manier vinden de kuikens altijd ergens voedsel en veiligheid.

De deelnemers zijn inmiddels aan de slag met de maatregelen. Het natte voorjaar heeft ervoor gezorgd dat het uitrijden van ruige mest moeilijk was. Aangezien het een pilot is, zoeken we samen met deelnemers naar oplossingen, zoals het wisselen van pakket. Aan het enthousiasme van de deelnemers gaat het niet liggen. We zijn dan ook erg benieuwd hoe de maatregelen de komende maanden gaan uitwerken voor de kievit en de deelnemers.

 

Soort uitgelicht: de kievit

Iedere nieuwsbrief lichten we een soort uit, waar we ons als Collectief voor inzetten. Dit kan een weidevogel zijn of een soort van de zogenaamde “droge dooradering”. De eerste editie van “soort uitgelicht” richten we ons op een soort waar we ons dit jaar extra voor inzetten vanwege de GLB-pilot: de kievit.

De kievit is met zijn zwart-witte kleed en kenmerkende kuif een opvallende verschijning in het boerenland. De kievit leeft vooral op korte, structuurrijke, open graslanden en braakliggende akkers. De kievit heeft een vrij korte snavel en kan dus niet diep in de grond prikken. Volwassen dieren eten vooral wormen aan het oppervlak, kuikens eten vooral insecten (tot wel 5000 per dag!).

Vanaf februari trekken de mannetjeskieviten naar hun broedgebied, waar ze een territorium claimen. Vaak ligt dit vlakbij de locatie waar ze afgelopen jaar gebroed hebben. De vrouwtjes volgen later, maar zijn normaal gesproken hun partner trouw. Als ze elkaar weer gevonden hebben, verloopt de balts in een vast patroon binnen de grenzen van het territorium. Na de paring legt het vrouwtje meestal vier eieren in een kuiltje, vaak op bouwland of kort grasland. Zowel het mannetje als het vrouwtje bebroeden de eieren.

De kievit is de vroegst broedende weidevogel: dit jaar is het eerste kievitsei in Nederland op 2 maart gevonden. De broedtijd duurt ongeveer 28 dagen, waarna het kuiken uit het ei komt. Dat betekent dat vanaf begin april de eerste kuikens waargenomen kunnen worden. Het kuiken verlaat bijna meteen het nest op zoek naar voedsel. De ouders voeren de kuikens niet, maar ze warmen de kuikens wel op onder de veren. 35 tot 40 dagen nadat het kuiken uit het ei is gekropen, is het kuiken vliegvlug. Dat wil zeggen dat het kuiken op dat moment in staat is om te vliegen.

In tegenstelling tot de meeste weidevogels kan een kievit meerdere legsels per jaar produceren. Dit doen ze bijvoorbeeld wanneer een legsel verloren gaat. Dat betekent dat het broedseizoen van de kievit vrij lang is: van begin maart tot eind juni kunnen er nesten gevonden worden. Kuikens kunnen van begin april tot eind juli rondlopen.

Zoals beschreven komt de kievit vooral voor op percelen met korte, structuurrijke vegetatie en bouwland. Niet alle pakketten binnen ANLb zijn dan ook geschikt voor de kievit. Pakketten die bij uitstek geschikt zijn voor de kievit zijn plasdras, uitgestelde bewerkingen op bouwland, extensief weiden en voorweiden. Wilt u iets extra’s voor de kievit doen? Dan zijn dit wellicht pakketten die u af kunt sluiten.

 

 

Deelnemer uitgelicht: Wim van Ittersum

In de nieuwsbrief lichten we een deelnemer aan het ANLb uit. Wat voor beheer heeft deze deelnemer? Wat zijn de drijfveren om mee te doen? Welke aanpassingen in de bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te doen? In deze eerste “deelnemer uitgelicht” starten we met Wim van Ittersum uit Mastenbroek, die zich al jaren inzet voor de weidevogels.

Kun je een korte omschrijving van je bedrijf geven?

We zijn een echt familie melkveebedrijf. Samen met mijn vrouw Wolterien boer ik hier sinds 1992, daarvoor met mijn ouders. De kinderen hebben altijd volop meegeholpen. Sinds 2018 zit onze oudste zoon Alfred in de maatschap en per 2021 zal onze derde zoon Wiljen ook toetreden. In 2013 hebben we een serrestal gebouwd om in de toekomst 200 melkkoeien te melken. We hebben momenteel 160 melkkoeien met bijbehorend jongvee en bewerken de laatste jaren tussen de 80 en 100 ha hooi- en grasland. In het groeiseizoen ligt er heel veel nadruk op het weiden van koeien. Dus van vers gras dat de koeien zelf grazen zoveel mogelijk melk produceren. En daarnaast is er heel veel aandacht voor weidevogels.

Hoe lang doe je al aan weidevogelbeheer?

Al vanaf het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw, eigenlijk vanaf het moment dat ik na mijn schooltijd thuis op het bedrijf kwam werken. Ik kwam bij het maaien weidevogelnesten tegen en zo langzamerhand rolde ik de weidevogelbescherming in. Ik was als kind altijd al geïnteresseerd in de flora en fauna. Dat zaadje is waarschijnlijk geplant door meester Bakker in klas 3 en 4, die ons op de lagere school daar veel over vertelde.

Welke pakketten heb je afgesloten binnen ANLb?

Dat zijn op dit moment twee plasdras percelen (1 ha) en daarnaast kruidenrijk grasland (19 ha). Dus er zijn echt uitersten op mijn bedrijf: percelen hoogproductieve graslanden voor mijn melkvee, maar waar we wel nestbescherming toepassen. En andere percelen die vooral gereserveerd zijn voor de vogels. Het beheer is daar 100% op afgestemd. Doordat we de mogelijkheid hadden om o.a. de huiskavel te vergroten, kon er ook daar meer ruimte voor weidevogels gecreëerd worden.

Wat zijn de drijfveren om mee te doen met ANLb?

In de eerste plaats omdat ik weidevogels prachtig vind. Daarom vind ik het belangrijk de weidevogels voor het boerenlandschap en voor de maatschappij te behouden. Ik voel me er verantwoordelijkheid voor, rentmeesterschap. Het ANLb is een middel om me daarbij te helpen, omdat je daarmee een financiële tegemoetkoming krijgt voor de opbrengstderving en het extra werk.

Welke aanpassingen in jouw bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te kunnen doen?

Vooral tijd en aandacht. De planning is ingewikkelder. Dit is met name van toepassing voor je graslandmanagement. Met weiden en maaien hou je rekening met de weidevogels. Een keer een extra draadje zetten, een blokje omrijden met de maaier om een potentieel nest toch te kunnen vinden. Afzet vinden voor het voer van kruidenrijke percelen, binnen of buiten je bedrijf. Nesten zoeken. Plas-dras percelen inrichten.

Wat hoop je te bereiken met deelname aan weidevogelbeheer?

Dat we de weidevogels kunnen behouden, zodat ook komende generaties van deze prachtige vogels kunnen blijven genieten. Ik wil ook met ons bedrijf laten zien dat een modern, economisch rendabel melkveebedrijf en weidevogels prima samen kunnen gaan.

Welke tips heb je voor andere deelnemers?

Geniet van de schoonheid van deze vogels. Ga eens gewoon in het land zitten en geniet tijdens het weidevogelseizoen. Realiseer je de verantwoordelijkheid die je hebt als gastheer voor deze vogels. Ik zou het een verarming van de weide vinden als deze vogels er niet meer zijn.  

Men weet vaak de prijs van alles, maar de waarde van niets.

 

 

Het weidevogelseizoen is gestart!

Het nieuwe beheerseizoen is weer gestart. Veel vogels zijn terug in hun broedgebieden en de eerste kievitlegsels zijn al gevonden. Kortom, het is weer een drukte van belang in de weidevogelgebieden!

Met het arriveren van de vogels start ook het nieuwe beheerjaar van het ANLb. De plasdrassen staan inmiddels weer onder water. Gezien de natte winter hebben de meeste plasdrassen een goede start gehad, alhoewel het door de natte omstandigheden lastig bleek de pompen tijdig in het veld te krijgen. Als u nog natte plekken in het land heeft, zijn er nog mogelijkheden om hierop plasdras af te sluiten in combinatie met kruidenrijk grasland.

Per 1 april starten de rustperiodes van verschillende pakketten, zoals grasland met rustperiode en kruidenrijk grasland. Dat betekent dan ook dat de toegestane werkzaamheden op het land voor de betreffende percelen voor 1 april afgerond dienen te zijn. Met de natte omstandigheden van dit voorjaar kan dat een aandachtspunt zijn. Als u ruige mest uitrijdt voor 1 april, vergeet dit dan niet te melden bij het collectief.

Bij het pakket extensief weiden start de periode ook op 1 april. Op dat moment mogen dus alleen nog het afgesproken aantal grootvee-eenheden op het land aanwezig zijn. Bij het beheerpakket rustperiode met voorweiden start de rustperiode pas in mei, waardoor het daar in april mogelijk (gewenst) is om te weiden.

Mocht u gedurende het seizoen werkzaamheden willen uitvoeren, maar ziet u (of de vrijwilligers) nog nesten en/of kuikens? Denk dan ook eens aan last minute beheer, bijvoorbeeld met kuikenstroken. Hierbij krijgt u een vergoeding voor het (extra) uitstellen van werkzaamheden op (een deel van) het perceel. Hiermee geeft u de aanwezige kuikens extra opgroeikansen op de locaties waar ze daadwerkelijk gezien zijn. We behalen hiermee erg goede en zichtbare resultaten! Uw veldcoördinator kan u informeren over de mogelijkheden (https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/organisatie/werkorganisatie/).

De komende maanden gebeurt er weer een hoop in de gebieden, niet alleen landbouwkundig, maar ook voor de weidevogels. We hopen er dan ook samen met u en de vrijwilligers een mooi beheerjaar van te maken!