GLB-pilot: de resultaten

Iedere nieuwsbrief geven we een update over de GLB-pilot “De kievit als boegbeeld voor vergroening van de melkveehouderij”, een project uitgevoerd door het Collectief. De komende maanden ronden we dit project af, waardoor de resultaten inmiddels bekend zijn.

Tijdens het veldseizoen hebben in alle gebieden vrijwilligers monitoring uitgevoerd. Hierbij hebben ze onder andere gekeken waar kieviten broeden en waar de gezinnen aanwezig waren. Van deze gegevens zijn kaarten gemaakt, waarop ook de ligging van de beheermaatregelen te zien was.

Uit de resultaten blijkt, dat de drassige delen en de plasdrassen een grote aantrekkingskracht hadden op de vogels: hier waren de grootste concentraties te zien. Ook bouwland had, zoals te verwachten, een grote aantrekkingskracht op broedende kieviten. Met name kieviten met kuikens werden regelmatig in de omgeving van de randen aangetroffen. Een aantal keren is waargenomen dat de kuikens ook daadwerkelijk gebruik maakten van de randen om in weg te vluchten.

Alle deelnemers hebben voorafgaand aan het veldseizoen en na afronding van de maatregelen enquêtes ingevuld. De enquêtes gingen onder andere in op de bedrijfsvoering, persoonlijke motivatie en de effectiviteit van de maatregelen.

De maatschappelijke bijdrage die je als bedrijf levert en de waardering vanuit de omgeving werden als meest positief beoordeeld. Ook gaven verschillende deelnemers aan dat ze door de pilot bewuster met de natuur op hun bedrijf omgaan. Vanuit de bedrijfsvoering werden de vergoeding en de toedieningsmogelijkheden van vaste mest als positief genoemd. Wel kostte het meer tijd om de loonwerker of medewerkers te instrueren en waren door de maatregelen meer bewerkingen nodig. De tijdsbesteding voor de uitvoering van de maatregelen bleek in werkelijkheid minder dan vooraf ingeschat.

De persoonlijke motivatie om deel te nemen aan de pilot was vooraf met name de financiële vergoeding. Achteraf bleek de maatschappelijke bijdrage van groter belang voor veel deelnemers. Daarnaast gaf 29% aan dat de motivatie om de kievit te beschermen is toegenomen. Het gros van de deelnemers vond dat met name plasdras een positieve uitwerking heeft op de kievit, gevolgd door het uitrijden van ruige mest. Predatie komt naar voren als de meest negatieve externe factor.

De resultaten van de pilot geven veel informatie, die we communiceren met LNV. De komende tijd wordt de eindrapportage opgesteld, waarin we alle conclusies en aanbevelingen onderbouwen. We hopen hiermee samen met alle deelnemers een positieve bijdrage te hebben geleverd aan het nieuwe GLB.

Subsidie voor verbeteren leefgebied weidevogels toegekend

Afgelopen jaar heeft Collectief Noordwest Overijssel samen met de andere twee Collectieven in deze provincie een grote subsidieaanvraag gedaan voor het verbeteren van het leefgebied van de weidevogels. Eind vorig jaar kregen we bericht dat de volledige aanvraag is goedgekeurd!

Dat betekent dat we aan de slag zijn gegaan met de uitvoering, zodat we komend weidevogelseizoen de eerste vruchten kunnen plukken van deze subsidie. Voorafgaand aan de aanvraag hebben de veldcoördinatoren geïnventariseerd waar maatregelen mogelijk zijn. Hierdoor is er per gebied bekend welke subsidiabele maatregelen uitgevoerd kunnen worden.

In Overijssel worden in totaal 32 nieuwe plasdrassen met bijbehorende pomp aangelegd. De vijzelpompen, die elders in deze nieuwsbrief genoemd worden, konden met behulp van deze subsidie worden aangeschaft. Op drie locaties in Overijssel worden inrichtingsmaatregelen genomen om het waterpeil lokaal te verhogen.

Ook worden 73 pompen aangeschaft voor het vernatten van kruidenrijk grasland en kunnen we op 45 ha randen van kruidenrijk grasland inzaaien met kruidenrijke zaaimengsels. Verder worden meerdere kilometers vossenwerende rasters aangeschaft, zowel om percelen uit te rasteren als om individuele nesten uit te rasteren.

Dit zijn indrukwekkende cijfers en een mooie aanvulling op de vorige subsidieaanvraag die we in 2019 met de andere Collectieven uit Overijssel hebben gedaan. Onder die subsidieaanvraag zijn onder andere 62 plasdrassen aangelegd in de provincie, 21 percelen kruidenrijk grasland vernat en vossenwerende rasters en een aantal weidevogeldrones aangeschaft.

Door alle maatregelen kunnen we grote stappen zetten in het verbeteren van het leefgebied van de weidevogels. Hopelijk gaan deze maatregelen samen met onze gezamenlijke inzet zorgen voor mooie resultaten voor de weidevogels.

Onderzoek functioneren plasdrassen afgerond

In de vorige nieuwsbrief meldden we dat we een onderzoek gingen uitvoeren naar het functioneren van plasdrassen. Inmiddels is dit onderzoek afgerond en willen we graag de resultaten met jullie delen.

In totaal waren er gegevens beschikbaar van 76 plasdrassen binnen het werkgebied van het Collectief. De meeste plasdrassen zijn tijdens het seizoen meerdere keren bezocht en onderzocht. Hierbij is onder andere gekeken naar de oppervlakte, de dichtheid en hoogte van het gewas, de hoeveelheid slik en de aanwezigheid van vogels. Van 31 plasdrassen waren ook gedetailleerde gegevens bekend over de aantallen nesten en weidevogelgezinnen nabij de plasdras. Tot slot zijn diverse experts geraadpleegd over hun ervaringen met het functioneren van plasdrassen.

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er voor het functioneren van plasdrassen in veel gevallen verbetering mogelijk is. Voor het functioneren is het belangrijk om een plasdras te realiseren op een perceel met een lage voedselrijkdom, bij voorkeur op een laagte of op een nattere plek op het perceel. Ook is het van groot belang dat er voldoende water voorhanden is door een aanvoerwatergang met voldoende capaciteit. De inrichting van het perceel lijkt van beperkt belang in tegenstelling tot het vasthouden van water, bijvoorbeeld door het afsluiten van duikers of het dempen van sloten. Plasdrassen zijn het beste te realiseren bij klei op veen. Hoe zandiger hoe minder geschikt vanwege de wegzijging.

In werkelijkheid blijken plasdrassen vaak kleiner te zijn dan ingetekend voor het beheer. Dit is met name het geval bij de grotere plasdrassen en minder bij greppelplasdrassen van een beperkt oppervlak. Een grotere plasdras betekent een hogere vergoeding, maar ook een groter risico dat de plasdras afgekeurd wordt bij controle.

Voor het functioneren van plasdrassen is het van groot belang dat het water de grasgroei kan onderdrukken. Dit kan alleen als de pomp tijdig wordt geplaatst, er bij de start voldoende water aanwezig is in de plasdras en het gewas kort de winter uitkomt. Ook is het hierbij van belang dat de plasdras een beperkte voedselrijkdom heeft, dus dat deze niet of uitsluitend met ruige mest bemest wordt. Zo gauw de vegetatie op of bij de plasdras te hoog en te dicht wordt, is deze ongeschikt voor de vogels.

Kortom, voor een goed functionerende plasdras is vooral van belang dat:

  • Er voldoende water aangevoerd wordt (voldoende beschikbaar uit de aanvoerwatergang en voldoende capaciteit van de pomp)
  • Het water voldoende vastgehouden wordt (beperkte wegzijging en afsluiten van afvoerwatergang)
  • Er laagtes aanwezig zijn, natuurlijk of aangelegd
  • Er geschikt beheer wordt gevoerd: korte vegetatie in februari, pomp tijdig aanzetten en de bemestingsgraad laag

 

 

 

Soort uitgelicht: de wulp

Iedere nieuwsbrief lichten we een soort uit, waar we ons als Collectief met onze leden voor inzetten. Deze keer een soort die binnen Nederland met name in Overijssel broedt, met als belangrijkste bolwerk het Staphorsterveld: de wulp.

De wulp is de grootste weidevogel van Nederland, die met zijn gebogen, lange snavel goed herkenbaar is. Bij vrouwtjes is de snavel zelfs nog langer dan bij mannetjes. De vogel is bruin gevlekt, terwijl de onderzijde van de vleugels vrij wit is. Het trillende geluid van de wulp is erg opvallend en goed herkenbaar. In het broedseizoen is de wulp vooral in het binnenland aanwezig, terwijl de soort in de wintermaanden vooral langs de kust waargenomen wordt.

Wulpen zijn monogaam en erg plaatstrouw, vaak broedt een paartje ieder jaar op nagenoeg dezelfde locatie. Ook broeden ze vaak in de regio waar ze zelf uit het ei gekomen zijn. De broedtijd start rond eind maart. Zowel het mannetje als het vrouwtje bebroeden de drie tot vier eieren, die na 27-29 dagen uitkomen. Wulpenkuikens zijn nestvlieders, die na het uitkomen uit het ei zelf voor hun voedsel moeten zorgen. Na 32-38 dagen zijn de kuikens vliegvlug, afhankelijk van de hoeveelheid beschikbaar voedsel en bijvoorbeeld weersomstandigheden. Het voedsel van deze vogels bestaat tijdens het broedseizoen vooral uit regenwormen en insecten.

In vergelijking met andere weidevogels kunnen wulpen ook in drogere gebieden broeden. Ook broeden ze regelmatig op grotere afstand van elkaar. Dat maakt bescherming door het uitrasteren van percelen tegen predatie door de vos lastiger. Om die reden worden individuele nesten van wulpen regelmatig uitgerasterd met een stroomraster. In met name het Staphorsterveld zijn hier positieve resultaten mee bereikt.

Na het broedseizoen trekken de wulpen weg richting het overwintergebied. De wulpen die bij ons broeden, trekken voornamelijk naar Groot-Brittannië en zuidwest Europa. De wulpen die in de winter langs de Nederlandse kust te zien zijn, broeden in Scandinavië of Rusland.

De wulp kan in vergelijking met veel andere vogels erg oud worden. Afgelopen jaar is een wulp in het Dalfserveld aangetroffen, die 32 jaar geleden als jonge wulp geringd is op 7 km afstand in het Staphorsterveld (zie https://www.vogelbescherming.nl/actueel/bericht/de-oudste-wulp-van-europa-broedt-in-nederland).

Deelnemer uitgelicht: Klaas Jan Bruins

In elke nieuwsbrief lichten we een deelnemer aan het ANLb uit. Wat voor beheer heeft deze deelnemer? Wat zijn de drijfveren om mee te doen? Welke aanpassingen in de bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te doen? In deze “deelnemer uitgelicht” Klaas Jan Bruins uit Mandjeswaard.

Type bedrijf: biologische melkveehouderij met zuivelverwerking en kaasmakerij

Runt bedrijf met: lieve vrouw, ouders en zussen, schoonouders en collega’s

Aantal stuks melkvee en jongvee: 150 melkkoeien en circa 80 stuks jongvee

Aantal hectares: 115


Hoe lang doe je al aan weidevogelbeheer?
Mijn vader heeft al vrij lang geleden beheer afgesloten op een perceel op afstand. Dat was nog toen het beheer via de ANV’s werd afgesloten.

Welke pakketten heb je afgesloten binnen ANLb?

Op dit moment is er 4 ha uitgesteld maaien tot 1 juni, 0,6 ha plas dras en 2,5 ha juni-beheer daar om heen. De plasdras heeft nu één seizoen gedraaid. Daarnaast hebben we op de locatie die we sinds vorig jaar in gebruik hebben vanaf dit jaar ook een plasdras met 2 ha juni beheer en een perceel van 4 ha beheer. Deze tweede plasdras ligt buiten de begrenzing voor ANLb.

Wat zijn je drijfveren om mee te doen met ANLb?

Ik zie mijn bedrijf als onderdeel van een natuurlijk systeem. Grutto’s en kieviten zijn belangrijke soorten in dat systeem. Wij zijn namelijk indirect afhankelijk van de zelfde bodembiologie en het voedsel dat deze bodem voortbrengt. Hoe diverser, hoe weerbaarder. Wij proberen ons bedrijf zo in te richten, dat we daar optimaal mee samenwerken en daar kunnen en blijven we nog veel in verbeteren.

Welke aanpassingen in jouw bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te kunnen doen?

Ik zou mijn bedrijfskringloop graag zo lokaal als mogelijk en zo groot als (eventueel) nodig willen inrichten. Daarnaast hoop ik dat er in de nabije toekomst vanuit de overheid ruimte wordt gemaakt om te investeren in stalsystemen die minder drijfmest produceren.

Wat hoop je te bereiken met deelname aan weidevogelbeheer?

Dat het Kampereiland weer een interessant gebied wordt voor grotere aantallen weidevogels en dat we de predatoren een beetje minder ruimte geven, zodat één en ander weer wat meer in balans komt.

 

Welke tips over weidevogelbeheer heb je voor andere deelnemers?

Die hoop ik over 10 jaar te hebben;).

 

 

 

Afscheid Stefan van de Weg

Eind januari stopt onze veldcoördinator Stefan van de Weg met zijn werkzaamheden voor het Collectief. Stefan is vanuit ANV Camperland al vanaf de oprichting van het Collectief betrokken als veldcoördinator binnen de IJsseldelta. Voor velen in de IJsseldelta is Stefan dan ook geen onbekende. De laatste jaren wat meer op de achtergrond en aanvankelijk in nauwe samenwerking met Joop Beens.

Gedurende de ziekte en na het overlijden van Joop Beens heeft Stefan het veldcoördinatorschap weer volledig opgepakt. Dit naast zijn werkzaamheden voor het waterschap Drents Overijsselse Delta, het bestuur van de ANV Camperland en zijn melkveehouderij op het Kampereiland. Net als iedereen heeft Stefan echter maar 24 uur in een dag zitten, waardoor hij onvoldoende tijd heeft om zijn werkzaamheden als veldcoördinator voort te zetten.

Zijn praktische blik, zijn toewijding aan de weidevogels en het agrarisch natuurbeheer hebben wij altijd zeer gewaardeerd. Namens het bestuur en de werkorganisatie van het Collectief willen we Stefan hartelijk bedanken voor zijn inzet en trouwe dienst. We wensen Stefan het allerbeste toe voor hem persoonlijk (en zijn jonge gezin) en tevens veel succes op het boerenbedrijf. Stefan, nogmaals heel hartelijk dank!

We kijken hoe we de werkzaamheden die Stefan vervulde kunnen invullen. We hopen hier op korte termijn met meer informatie over te komen.

 

 

Legselbeheer: het beschermen van nesten

Het beschermen van nesten is de oudste vorm van weidevogelbescherming die we kennen. Nesten worden opgezocht, gemarkeerd en gespaard bij werkzaamheden op het land of voorzien van een nestbeschermer of stroomraster bij beweiding. Tegenwoordig is weidevogelbeheer veel breder, maar legselbeheer bestaat nog steeds.

Vaak wordt er inmiddels voorzichtiger omgesprongen met het markeren van nesten. Roofdieren zijn slim: ze volgen bijvoorbeeld sporen van de zoekers. Ook wordt tegenwoordig afgeraden om nesten te zoeken op percelen waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden, omdat ieder bezoek aan een nest de kans vergroot dat het nest niet uitkomt. Nesten worden op verschillende plekken nog steeds op stalkaarten ingetekend, maar steeds meer zoekers maken gebruik van digitale intekening.

Op bouwland worden nesten van kieviten nog wel eens in mandjes geplaatst, waarin de nesten tijdens de werkzaamheden verplaatst worden en zo snel mogelijk daarna weer teruggeplaatst. Er zijn metalen kappen beschikbaar die even over nesten geplaatst kunnen worden wanneer er bemest wordt met een sleepslang. Kortom, er is meer mogelijk dan alleen een stok bij een nest plaatsen.

Indien u een pakket voor legselbeheer onder het ANLb heeft afgesloten zijn een aantal zaken van belang. Allereerst dient er actief gezocht te worden naar nesten, door uzelf of door een vrijwilliger. De gevonden nesten dienen geregistreerd te worden (digitaal of op een stalkaart). Ook is het voor de vergoeding noodzakelijk om de gespaarde nesten te melden bij het Collectief binnen vijf dagen na het maaien, zodat het controleerbaar is. Alleen nesten van zogenaamde kritische weidevogelsoorten komen voor vergoeding in aanmerking, dat wil zeggen grutto, tureluur, wulp, kemphaan, watersnip, slobeend en zomertaling.

Afgelopen jaar was het actief zoeken naar nesten in sommige gevallen moeilijk. Deelnemers missen soms de kennis en tijd en vrijwilligers waren niet altijd beschikbaar vanwege corona. Wilt u graag nesten beschermen, maar is er geen vrijwilliger actief op uw bedrijf? Neem dan contact op met uw veldcoördinator, dan kunnen we kijken of we hierin kunnen bemiddelen.

Uitrijden ruige mest

Het uitrijden van ruige mest voor weidevogels onder het ANLb kan binnenkort weer. Maar wat is het belang van ruige mest ook al weer voor de weidevogels? En wanneer mag je het precies uitrijden? Wanneer kom je voor een vergoeding in aanmerking? We zetten het voor u op een rijtje.

Ruige mest wordt ook wel vaste mest genoemd en bestaat uit dierlijke mest, die voor het weidevogelbeheer bij voorkeur ook strorijk is. Soms worden met name (deels verteerde) voerresten gebruikt als “ruige mest”, maar feitelijk is dit dus geen ruige mest.

De ruige mest bevordert het bodemleven, dat de belangrijkste voedselbron voor de volwassen weidevogels vormt. Daarnaast is de grasgroei enigszins vertraagd ten opzichte van het gebruik van drijfmest of kunstmest, waardoor de percelen langer de open structuur houden die ze voor weidevogels geschikt maakt. Ook verwerken sommige weidevogels, met name kieviten, het stro uit de ruige mest in hun nest.

Binnen het weidevogelbeheer onder ANLb is bij percelen met beheerpakketten als kruidenrijk grasland en grasland met rustperiode een vergoeding mogelijk voor het uitrijden van ruige mest. Voorwaarde hiervoor is dat er 10-20 ton/ hectare wordt uitgereden in de periode van 1 februari tot 1 september, maar buiten de rustperiode van het beheerpakket. Ook wanneer de grond in deze periode bevroren is, mag je ruige mest uitrijden. Na het uitrijden van de ruige mest is het belangrijk om binnen zeven dagen melding te doen bij uw veldcoördinator of het secretariaat om voor vergoeding in aanmerking te komen. Het meldingsformulier en de pakketvoorwaarden vindt u onder https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/anlb-2016-2021/documenten/.

Let erop dat de periode van uitrijden van ruige mest, zoals RVO deze in het algemeen hanteert, niet geheel overeenkomt met de periode die onder het ANLb wordt gehanteerd. De periode die RVO hanteert voor het uitrijden van vaste mest is op klei- en veengrond 1 december tot en met 15 september. Voor zandgrond is de periode wel dezelfde, namelijk van 1 februari tot en met 31 augustus.

Start van het nieuwe beheerjaar

Nog even en dan komen de eerste weidevogels weer terug uit hun overwinteringsgebieden. Het nieuwe weidevogelseizoen staat dus over niet al te lange termijn weer voor de deur! Dat betekent dat we allemaal weer in de startblokken staan om het beheer uit te voeren en de weidevogels te helpen om het seizoen hopelijk tot een succes te maken.

Voordat de vogels terugkomen is voor een aantal beheerpakketten al actie noodzakelijk, ook voordat de beheerperiode ingaat. Met name bij plasdrassen is dit van belang: op 15 februari begint de zogenaamde inundatieperiode, oftewel de periode waarin de plasdras onder water hoort te staan. Het is dus van belang om ervoor te zorgen dat de pompen voor deze datum ingezet worden. Bij voorkeur enkele weken van tevoren, zodat de plasdras op 15 februari ook echt voldoende water bevat.
Heeft u moeite om de plasdras onder water te krijgen? Het Collectief heeft een aantal vijzelpompen aangeschaft om dit gemakkelijker te maken. Indien u daarvan gebruik wilt maken, kunt u contact opnemen met uw veldcoördinator.

Voor verschillende beheerpakketten, zoals grasland met rustperiode, plasdras en kruidenrijk grasland, staat in de beheervoorschriften dat het gewas kort de winter in gaat. Gezien het warme najaar is momenteel op veel percelen het gewas vrij lang. Wanneer hier niets aan gedaan wordt, betekent dat bijvoorbeeld dat het gewas al vroeg in het seizoen te zwaar wordt voor de weidevogelkuikens. Ook voorjaarsbemesting zorgt voor een zwaar gewas bij grasland met rustperiode, niet alleen voor de kuikens ongewenst, maar vaak ook lastiger in te passen in de bedrijfsvoering. Door de voorjaarsbemesting achterwege te laten en waar nodig en haalbaar in het vroege voorjaar schapen in te zetten, blijven de percelen langer geschikt voor de vogels.

Komend seizoen willen we vaker een attentiemail rondsturen, met informatie over een specifieke aanstaande periode van een bepaald beheerpakket. Hiermee willen we u helpen om het weidevogelbeheer makkelijker te maken.

Van de voorzitter: nieuw jaar, nieuwe kansen

Het was vorig jaar in meerdere opzichten geen best jaar. Corona zorgde binnen het Collectief voor allerlei beperkingen en vooral ook voor veel persoonlijk leed. Daarnaast zorgden het extreem droge voorjaar en predatie voor minder positieve resultaten in het broedsucces van de weidevogels.

Het nieuwe jaar is begonnen en op allerlei terreinen worden volop maatregelen getroffen om het jaar 2021 succesvoller te laten verlopen. Zo worden er dit jaar weer meer (hooiland)pompen ingezet om plasdrassen te creëren. Het wordt steeds duidelijker dat plasdrassen een belangrijke aanzuigende werking hebben op weidevogels. Niet alleen vroeg in het voorjaar, maar de plasdrassen zorgen ook voor grotere overlevingskansen voor de kuikens.

Verder is er weer extra geïnvesteerd in materiaal ter bestrijding van predatie zoals vossenvallen en vossenwerende rasters. Ook zijn er twee nieuwe drones aangeschaft die kunnen helpen om de nesten op te sporen. De veldcoördinatoren zijn veel op pad om extra beheer af te sluiten in de kansrijke weidevogelgebieden. Kortom, op allerlei fronten wordt keihard gewerkt aan een succesvol nieuw weidevogelseizoen.

Toch zal vast ook weer blijken dat we niet alles in de hand hebben. De natuurlijke omstandigheden hebben we gelukkig niet in de macht. We hebben ook geen grip op wat er allemaal met de weidevogels gebeurt buiten ons gebied, en vooral ook buiten onze landsgrenzen. Wat we wel kunnen doen, moeten we goed doen. Daarom is het mooi om te weten dat er in 2021 ook weer heel wat vrijwilligers, veldcoördinatoren en ANLb-deelnemers klaar staan om er een succesvol weidevogelseizoen van te maken. Ik wil iedereen alvast een gezond en goed nieuw seizoen toewensen in de hoop dat we dit jaar heel veel jonge weidevogels vliegvlug zien worden.

Voor de bestuurlijke kant is het dit jaar een uitdaging om de BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie) goed te laten landen in de beheercontracten. Uiteindelijk zullen in het najaar van 2021 de deelnemers zelf de percelen moeten gaan intekenen. Verder zullen ook andere zaken niet ANLb-zaken aandacht vragen, zoals de stikstoftafels en de bodemdaling in de veenweidegebieden. Ook zal er gewerkt worden aan een ontwikkelingsplan om de organisatie bij de Collectieven in Nederland verder te professionaliseren. Veel werk, maar vooral ook interessante nieuwe uitdagingen.

Cor Pierik