Inspiratiebijeenkomst Samenwerken in natuurbeheer – 30 november 2021 bij Landgoed Velhorst

Biodiversiteit, natuurbeleving en vermarkting van producten in je eigen buurt of via de korte keten. Dat zijn de thema’s van een kennis- en inspiratietour die de Overijsselse stichting Natuurboer uit de Buurt organiseert. De stichting wil de rijkdom aan soorten zichtbaar maken en vertalen in de producten die boeren bij voorkeur lokaal of regionaal afzetten.

In de periode oktober 2021 tot en met februari 2022 organiseert de stichting Natuurboer uit de Buurt kennis- en inspiratiebijeenkomsten, elk gericht op een thema:
1. Samenwerken in natuurbeheer (in samenwerking met terreinbeherende organisaties)
2. Leren van aansprekende succesvolle initiatieven op landelijke schaal
3. Leren van aansprekende initiatieven op regionale schaal (Overijssel en omstreken)
4. In gesprek met verrassende (potentiële) afnemers

De stichting wil met dit project, dat mogelijk gemaakt is door het ministerie van LNV, een inspiratiebron zijn voor boeren die aan de slag willen met biodiversiteit, het ‘laden’ van het product met natuurbeleving en het realiseren van de bijbehorende korte keten.

Voor wie zijn de bijeenkomsten?
Doelgroep voor deze bijeenkomsten zijn agrarische ondernemers die zich verbonden voelen met de onderwerpen biodiversiteit, natuurbeleving en/of afzet in de eigen buurt of via de korte keten. Het is niet nodig dat u deze onderwerpen nu al in uw bedrijf toepast. Ook is het niet nodig om biologisch te zijn. U kunt één of meer bijeenkomsten volgen.

30 november 2021: Bijeenkomst Samenwerken in natuurbeheer bij Landgoed Velhorst
Op dinsdag 30 november 2021 vindt de tweede bijeenkomst plaats bij Landgoed Velhorst. Het thema is Samenwerken in natuurbeheer, in samenwerking met terreinbeherende organisaties. Op Landgoed Velhorst werken Natuurmonumenten, Landgoed Twickel en Vrienden van Velhorst samen aan een gezamenlijke missie: duurzaam agrarisch beheer op het landgoed voor een positief effect op de biodiversiteit, natuur en de producten. Dit gebeurt door mensen en maatschappij te betrekken, te verbinden en te inspireren. Landgoed Velhorst wil een voorbeeldbedrijf zijn voor duurzame landbouw.

We vinden het belangrijk dat er veel interactie is in het programma van 30 november 2021. Het programma ziet er dan ook als volgt uit:
13.30-13.50 uur Ontvangst met koffie en thee bij Landgoed Velhorst (Velhorst 6 in Lochem)
13.50-14.00 uur Welkom door bestuurslid Natuurboeren
14.00-14.30 uur Het verhaal van Velhorst – samenwerken op Landgoed Velhorst, door Winny van Buuren

14.30-14.45 uur Pauze
14.45-16.00 uur Rondleiding op het bedrijf: hoe de gezamenlijke doelen in de praktijk worden gebracht.
Vanaf 16.00 uur Borrel en napraten

De data voor de andere drie bijeenkomsten worden in een apart bericht bekend gemaakt.

Meer informatie en aanmelden.
Heeft u vragen of wilt u zich aanmelden? Dan kunt u contact opnemen met Esther Graaskamp (graaskamp@natuurenplatteland.nl of 06-12889965). Deelname is gratis. Na aanmelding ontvangt u de exacte locatiegegevens.

Informatie over de Natuurboeren: www.natuurboeren.nl

Informatie over Landgoed Velhorst: www.landgoedvelhorst.nl

GLB-pilots in Noordwest Overijssel

De afgelopen jaren hebben we u in de nieuwsbrief regelmatig op de hoogte gehouden van de GLB-pilot van CNWO. Onlangs zijn er daarnaast twee nieuwe GLB-pilots beschikt, waar het Collectief de komende tijd mee aan de slag gaat. Het is dan ook tijd voor een update van de GLB-pilots.

De kievit als boegbeeld voor vergroening van de melkveehouderij

Allereerst de GLB-pilot “De kievit als boegbeeld voor vergroening van de melkveehouderij”. In maart 2019 zijn we hiermee gestart en in september van dit jaar hebben we voor de deelnemers de afsluitende bijeenkomsten gehouden, waar we de resultaten hebben gedeeld. We kunnen terugkijken op een succesvolle pilot met mooie resultaten. De resultaten staan in het kort beschreven in een folder (https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/wp-content/uploads/2021/09/Folder-3_-Resultaten-van-de-GLB-Pilot-.pdf) en uitgebreider in de eindrapportage (https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/wp-content/uploads/2021/09/Eindrapportage-GLB-pilot.pdf).

Boeren binnen en nabij Natura 2000-gebieden in Overijssel

Natura 2000-gebieden brengen voor boeren de nodige uitdagingen met zich mee, vooral voor boeren die zeer dicht bij of zelfs binnen de gebieden hun bedrijf hebben. Vaak wordt hierbij vanuit het beleid of de wet bekeken wat kan en niet kan met beperkte inspraak voor de boeren. De drie Overijsselse Collectieven willen in deze pilot samen met een aantal boeren die in of nabij een Natura 2000-gebied zitten kijken naar de mogelijkheden voor een toekomstbestendige bedrijfsvoering, waarbij de boeren onderdeel uitmaken van de oplossing. Boeren werken hierbij mee aan het behalen van de doelen voor het gebied en krijgen daarvoor een reële vergoeding, die recht doet aan de inspanningen en de beperkingen waar ze mee te maken krijgen. Hiermee krijgen de boeren ook een toekomstperspectief. Er wordt gekeken naar financiering vanuit het GLB, maar ook vanuit andere (markt)partijen. Binnen Collectief Noordwest Overijssel wordt in eerste instantie gekeken of het project uitgevoerd kan worden in het gebied Wieden-Weerribben.

Vooruit boeren op water en veen

De ontwatering van veengebieden zorgt voor bodemdaling als gevolg van de inklinking van veen. Voor boeren is dit nadelig, omdat het land opnieuw natter wordt (en dus een sterkere ontwatering nodig is) en de bodem vaak niet overal even hard daalt met veel oneffenheden in het land tot gevolg. Ook zorgt dit onder andere voor steeds hogere waterschapslasten. Inklinking van veen zorgt ook voor een grote uitstoot van CO2 en draagt daarmee in grote mate bij aan klimaatverandering.

Bij deze GLB-pilot is het de bedoeling om samen met boeren in drie veengebieden in Noordwest Overijssel te kijken hoe boeren kunnen bijdragen aan een oplossing voor deze bodemdaling. Hierbij wordt gedacht aan verschillende vernattingsmaatregelen, zoals bijvoorbeeld het verlengen van een plasdras gedurende de zomerperiode en het verhogen van het waterpeil. In de pilot wordt veel onderzoek gedaan naar het effect van deze vernattingsmaatregelen op de bedrijfsvoering en er wordt uiteraard gekeken naar een reële vergoedingssystematiek voor de boeren vanuit het GLB.

Verbetering kwaliteit kruidenrijk grasland

Kruidenrijk grasland is het meest afgesloten beheerpakket binnen het weidevogelbeheer. Goed ontwikkeld kruidenrijk grasland heeft veel verschillende soorten kruiden met bijbehorende insecten en is structuurrijk. Het is daarmee van groot belang als opgroeigebied voor kuikens. Veel van het afgesloten kruidenrijk grasland is echter (nog) niet geschikt als kuikenland. Wat kunnen we doen om de percelen beter geschikt te maken?

Dit jaar heeft het Collectief onderzoek gedaan naar de kwaliteit van het afgesloten kruidenrijk grasland. Daaruit bleek dat slechts één van de 48 onderzochte percelen als min of meer kruidenrijk kan worden gezien. Slechts acht percelen waren structuurrijk en open en daarmee geschikt voor kuikens om doorheen te lopen. Uiteindelijk doen we het beheer voor de kuikens en dat betekent dat het noodzakelijk is de kwaliteit van het kruidenrijk grasland te verbeteren. Dit is een uitdaging voor ons allemaal.

Op 2 september heeft Wim Schippers, expert op het gebied van kruidenrijk grasland, een presentatie gegeven over de ontwikkeling van kruidenrijk grasland en de resultaten van twee jaar onderzoek naar de ontwikkeling in het Staphorsterveld. De resultaten daarvan zijn veelbelovend: tijdens de bijeenkomst hebben we in het veld de soorten geteld op een vlak van 25 m2 waar doorgezaaid was: hier telden we 25 soorten, voornamelijk kruiden!

Voor het verbeteren van de kwaliteit van kruidenrijk grasland is het van belang dat de voedingsstoffen afgevoerd worden. Wanneer het perceel in een dominante graslandfase zit, met bijvoorbeeld voornamelijk witbol of vossenstaart, is het van belang dat dit doorbroken wordt. De ontwikkelpakketten binnen het ANLb zijn hiervoor bedoeld. Vooralsnog zijn deze pakketten zeer beperkt afgesloten, dus we hopen daar verandering in te brengen.

Het Collectief heeft daarnaast kuikenlandmengsels besteld, een zaaimengsel dat speciaal voor kuikens ontwikkeld is. Verschillende boeren hebben de randen van hun kruidenrijke grasland of de randen van de plasdras al hiermee doorgezaaid. Hiermee hopen we ook weer een stap te zetten richting het verbeteren van de kwaliteit van het kruidenrijk grasland.

Het nieuwe ANLb 2023

Vanaf 2023 gaat het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB), waar het ANLb onderdeel van is, van start. Er zijn nog veel onduidelijkheden hierover, maar we willen wel vast één en ander aan u meegeven over het nieuwe ANLb. Als Collectief volgen we de ontwikkelingen en denken we actief mee met de GLB-pilots en de toekomst van het ANLb.

Alle signalen wijzen er op dat de opzet van het ANLb, met de daarbij behorende Collectieven, voortgezet gaat worden. Momenteel zijn de voorbereidingen op het nieuwe stelsel in volle gang. Zo zijn de pakketten op landelijk niveau geëvalueerd en worden beheerwensen kenbaar gemaakt aan LNV. Over de vergoedingen is op dit moment nog niets bekend, maar ook die worden tegen het licht gehouden. Er komt binnen het ANLb een nieuw leefgebied bij: Klimaat. Binnen dit leefgebied zijn (waarschijnlijk) maatregelen mogelijk die bijdragen aan het klimaat en waterdoelen. Hoe dit er uit gaat zien en op welke locaties dit mogelijk is, is nog niet bekend.

In het Natuurbeheerplan van provincie Overijssel geeft de provincie de kaders (begrenzing en voorwaarden) mee, waar binnen we als Collectieven een gebiedsaanvraag in kunnen dienen. Dit Natuurbeheerplan wordt de komende maanden opnieuw opgezet. Daarbij wordt ook gekeken naar de begrenzing voor agrarisch natuurbeheer. Dit betekent dat het mogelijk is dat bepaalde gebieden afvallen of dat juist nieuwe gebieden begrensd worden. In de meeste gevallen blijft de begrenzing naar verwachting redelijk gelijk voor de bestaande leefgebieden Open Grasland (weidevogelbeheer) en Droge Dooradering (kleinschalig landschap). Het Collectief is betrokken bij het opstellen van het Natuurbeheerplan.

De komende maanden wordt de beheerstrategie van het Collectief uitgewerkt voor 2023 en verder. In de beheerstrategie worden de basisvoorwaarden voor beheer vastgelegd, zoals hoe het Collectief stuurt op het effectief en efficiënt realiseren van de doelen. Meer concreet: waar welk beheer afgesloten kan worden en onder welke voorwaarden. De beheerstrategie vormt ook de basis voor de selectie in geval er meer vraag naar beheer is dan het beschikbare budget. Naar verwachting krijgt de kwaliteit van het beheer in de nieuwe beheerstrategie een prominentere plek. De beheerstrategie is klaar voordat de voorintekening voor 2023 gestart wordt.

Tijdens de ALV van het Collectief heeft Aard Mulders (Ministerie van LNV) één en ander verteld over het nieuwe GLB, dus breder dan alleen het ANLb. De presentatie hiervan heeft u reeds in pdf-vorm toegestuurd gekregen via het secretariaat. Mocht u deze onverhoopt niet ontvangen hebben dan kunt u deze opvragen bij het secretariaat (secretariaat@collectiefnoordwestoverijssel.nl).

 

Soort uitgelicht: geelgors

Iedere nieuwsbrief lichten we een soort uit, waar we ons als Collectief met onze leden voor inzetten. Dit kan een weidevogel zijn of een soort van de zogenaamde “droge dooradering”. Deze keer een soort van de “droge dooradering”, waarvoor we verschillende vormen van beheer afsluiten: de geelgors.

Als je  de naam hoort, verwacht je een gele vogel bij de geelgors. Dat klopt ook deels: het mannetje heeft een herkenbare felgele kop. Bij het vrouwtje is de kop veel minder opvallend geel met vooral bruin. Hetzelfde geldt voor de borst van beide geslachten: enigszins geel met meer bruin. De bovenzijde is vooral bruin gestreept en dus ook minder opvallend. Qua grootte is de geelgors vergelijkbaar met de huismus.

Niet alleen de gele kop van het mannetje is kenmerkend, ook de zang van deze soort is erg bekend: de intro van de vijfde van Beethoven (of “mama, mama, ik wil een ij-ij-ijsje”). Als je dat één keer hebt gehoord, dan herken je het de volgende keer ongetwijfeld weer.

De geelgors komt jaarrond in Nederland voor en vooral in halfopen (agrarische) gebieden met akkers, houtwallen, struweelranden en heggen, maar ook op heideterreinen met enige bebossing. De grootste aantallen worden aangetroffen op de zandgronden in het oosten van het land. De geelgors broedt op de grond (onder heggen of in droge greppels), in struiken of kleine bomen in de periode van april tot augustus met twee of drie legsels per jaar.

Tijdens de broedtijd eten geelgorzen ongewervelde dieren en insecten. Dit is eiwitrijk voedsel, dat goed is voor de jongen. Daarbuiten eten ze voornamelijk zaden, wat tot gevolg heeft dat ze in de winterperiode niet weg hoeven te trekken. De landschapselementen bij het agrarisch natuurbeheer zijn onder andere voor de geelgors bedoeld. Dit geldt niet alleen voor de houtwallen en hakhoutbeheer, maar ook voor de wintervoedselakkers, waar in de winter zaden te vinden zijn voor deze soort.

 

 

 

Deelnemer uitgelicht: Landgoed De Eese

In elke nieuwsbrief lichten we een deelnemer aan het ANLb uit. Wat voor beheer heeft deze deelnemer? Wat zijn de drijfveren om mee te doen? Welke aanpassingen in de bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te doen? Voor deze nieuwsbrief nemen we een kijkje bij Landgoed De Eese, waar beheer voor de droge dooradering ligt. Beheerder Arian van Bree vertelt erover.
Type bedrijf: Landgoed de Eese Natuurschoonwet b.v.
Aantal hectares landbouwgrond: totaal ca. 350 hectare, waarvan 117 hectare agrarische natuur binnen Overijssel
Aantal hectares natuurgrond: 350 hectare bos en ca. 75 hectare overige natuur
Overige bedrijfsvormen: Bosbouw (bos en natuurbeheer)

Kun je wat vertellen over de oorsprong van het (agrarisch) natuurbeheer op het landgoed?
Vanwege onvoldoende toekomstperspectief werd in 2004 besloten de intensieve vorm van eigen akkerbouw te beëindigen, het landbouwareaal is toen deels omgevormd naar agrarische natuur en natuur. Hiermee kon het Landgoed zich sterk maken als ecologische verbindingszone tussen Noordwest Overijssel en het Drents-Friese Wold.

Hoe lang doen jullie al aan agrarisch natuurbeheer? En hoe verhoudt dit zich tot de rest van het beheer op het landgoed?
We doen nu circa 15 jaar aan agrarisch natuurbeheer en de verhoudingen zijn nu optimaal, omdat de verbinding van de agrarische kant in balans is met de bossen en natuurgebieden. Dit zorgt voor positieve resultaten, bijvoorbeeld dat er een behoorlijk aandeel bijzondere flora en fauna heeft kunnen ontwikkelen. De samenhang tussen natuur en agrarische natuur biedt ook de agrarische percelen in veel aspecten voordelen.

Welke pakketten hebben jullie afgesloten binnen ANLb?
-114 hectare botanische waardevol hooiland
-3,2 hectare wintervoedselakker
-poel en klein historische water

Wat zijn jullie drijfveren om mee te doen met ANLb?
Voor ons is de drijfveer om een waardevolle combinatie tussen landbouw en natuur te creëren, de natuurwaarde en daarbij de biodiversiteit te verhogen door deze verbinding te versterken in samenwerking met onze pachters en het eigen beheer wat wij dagelijks uitvoeren. Deze samenwerking is eveneens zeer belangrijk voor het in stand kunnen houden van het Landgoed.

Hoe kunnen jullie het agrarisch natuurbeheer inpassen in de bedrijfsvoering van het landgoed?
Omdat al onze gronden aaneengesloten zijn, kunnen we agrarische natuur goed inpassen in onze bedrijfsvoering, iets wat niet vanzelfsprekend is! Door een lage personele bezetting werken wij in bijna alle gevallen samen met boeren uit onze omgeving om het juiste beheer te kunnen uitvoeren Naast het beheer van de botanische hooilanden wordt de exploitatie van deze landbouwgronden gebruikt om het landgoed in stand te houden. Denk aan rijksmonumenten, cultuurhistorisch park, natuur en bossen.
Wat hopen jullie te bereiken met deelname aan agrarisch natuurbeheer?
We willen graag een sterke verbinding en samenwerking creëren tussen landbouw en natuur, een hogere natuurwaarde bereiken en stappen kunnen zetten in de vorm van natuurinclusieve landbouw.

Sinds enkele jaren hebben jullie wintervoedselakkers. Hoe realiseren jullie deze akkers en hoe zijn de resultaten tot nu toe?
Door de samenwerking aan te gaan met pachters en loonwerkers combineren we onze kennis en ervaring met elkaar om goede resultaten te kunnen behalen. In het begin waren de resultaten iets minder positief te noemen, voorheen werden deze percelen ook jarenlang verschraald (botanisch beheer), waardoor de bemestingsgraad aan de lage kant was. De ontwikkeling van het wintervoedselmengsel was daardoor zeer matig. Het tweede jaar hebben we eenmaal bemest en de resultaten zijn zeer positief, het staat er prachtig bij.

Welke tips over agrarisch natuurbeheer heb je voor andere deelnemers?
Na 15 jaar verschralingsbeheer op onze percelen, waarbij je soms je doel voorbij streeft, was het voor ons belangrijk de samenwerking te zoeken met het Collectief en te blijven communiceren over problemen waar je tegen aan loopt; het heeft ons geholpen om goede perceelgerichte maatregelen te nemen. Op een groot gebied, zoals de Eese, zijn er ook relatief grote verschillen per perceel. Goede perceelgerichte aanpak met maatwerk resulteert in goede ontwikkeling van de beheerpakketten.

Meer informatie over het landgoed vindt u op https://www.deeese.nl/.

 

Beheerjaar 2022: contracten en voorintekening voor nieuw beheer

Het huidige ANLb loopt eind dit jaar af, het nieuwe ANLb start vooralsnog in 2023. Dat betekent dat 2022 een tussenjaar is, waarin het huidige beheer in de meeste gevallen verlengd wordt. We willen u graag op de hoogte brengen van de laatste ontwikkelingen.

De afgelopen tijd hebben de meeste van u contact gehad met onze veldcoördinatoren over de mogelijkheden voor verlenging van het huidige beheer en eventuele beheerwensen. In de komende weken leggen we u het beheer voor 2022 voor, waarop we u vragen dit schriftelijk te bevestigen. Wanneer dat gebeurd is, wordt het huidige beheer verlengd met een jaar.

Doordat 2022 een tussenjaar betreft, zijn de mogelijkheden voor uitbreiding van beheer in de meeste gevallen beperkt. Bij uitbreiding kijken we nog meer dan anders naar de kansen die het biedt voor de doelsoorten. Hierbij gaat het zowel om weidevogels als om de doelsoorten uit de droge dooradering, zoals kamsalamander en geelgors.

Voor de weidevogels geldt hierbij dat mogelijkheden voor het verbeteren van het mozaïek kansrijk zijn. Een mozaïek wil zeggen dat verschillende vormen van beheer in hetzelfde gebied aanwezig zijn: plasdras, kruidenrijk grasland, voorweiden of extensief weiden enzovoort. Door verschillende vormen van beheer in een gebied aan te bieden aan de vogels, is er voor elke fase van het broedseizoen geschikt leefgebied aanwezig. Jonge kuikens hebben bijvoorbeeld vanwege hun korte pootjes korter gras nodig dan oudere en sterkere kuikens. Grutto’s met hun lange poten en lange snavels kunnen beter in langer gras overleven dan kieviten met kortere poten en korte snavels. Kortom, een mozaïek met verschillende vormen van beheer, inclusief plasdras, is van groot belang voor het broedsucces van de weidevogels.

Heeft u wensen voor het uitbreiden of het verbeteren van beheer? Neem dan contact op met uw veldcoördinator, zodat we samen kunnen kijken naar de mogelijkheden. De contactgegevens vindt u onder https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/organisatie/werkorganisatie/.

Beheerjaar 2021: beheer in de droge dooradering

Binnen het Collectief gaat het vaak om weidevogelbeheer, maar dat is niet het enige waar we met onze deelnemers mee bezig zijn. Het andere leefgebied waarin we actief zijn heet droge dooradering, waarbij het bijvoorbeeld om het beheer van landschapselementen, zoals houtwallen en poelen, gaat. Voor deze vormen van beheer vindt het onderhoud vooral in het najaar en de winterperiode plaats, dus veel deelnemers kunnen nu aan de slag.

De droge dooradering is eigenlijk een beetje een verwarrende naam, omdat ook poelen hieronder vallen. Slechts een beperkt deel van het beheer (ongeveer 20% van het beheerbudget) binnen het werkgebied van het Collectief betreft beheer in de droge dooradering. Dit komt deels doordat de oppervlaktes vaak beperkt zijn: een poel of een houtwal neemt immers geen grote ruimte in. Het beheer dat onder de droge dooradering valt, zijn: poelen, botanisch hooiland, verschillende vormen van hakhoutbeheer en houtwallen, knotwilgen, heggen, struweelranden, wintervoedselakkers en kruidenrijke akkerranden. Binnen het Collectief hebben we vooral contracten afgesloten voor botanisch hooiland, hakhoutbeheer (houtwallen), poelen en wintervoedselakker.

Binnen de droge dooradering werken we aan het verbeteren van het leefgebied van verschillende vogelsoorten, amfibieën en insecten. Vogels zoals steenuil, geelgors en ringmus zijn gebonden aan een landschap met een afwisseling tussen opgaande landschapselementen, struweelranden en extensief beheerd gras- en akkerland. De wintervoedselakkers vormen in de winter een voedselbron voor zaadetende vogels, zoals de geelgors en de ringmus.

Ook voor amfibieën is de droge dooradering van belang: ze planten zich voort in de poelen en kunnen overwinteren in houtwallen en andere houtopstanden. Daarnaast vormen insecten en ongewervelden een belangrijke doelgroep. In de hooilanden en akkerranden vinden ze voedsel (nectar en stuifmeel, maar ook andere ongewervelde dieren) en verschillende soorten planten zich ook voort op deze percelen. Daarnaast bieden poelen en houtige landschapselementen een plek om zich voort te planten of te overwinteren.

Het beheer van de droge dooradering verschilt nogal van weidevogelbeheer. Het onderhoud aan houtopstanden vindt plaats in de winterperiode, de poelen worden in het najaar geschoond. Voor de wintervoedselakkers en de kruidenrijke akkerranden is het van belang dat deze tijdig ingezaaid worden met een geschikt mengsel.

Deelnemers met een houtopstand kunnen tussen 1 oktober en 15 maart aan de slag met de snoeiwerkzaamheden en, afhankelijk van het pakket, eventueel de eindkap. Na het onderhoud aan uw landschapselement is het belangrijk om binnen zeven dagen melding te doen bij het Collectief. U kunt het meldingsformulier en de pakketvoorwaarden ook terugvinden onder https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/anlb-2016-2021/documenten/.

 

Van de voorzitter: produceren en beheren

De voorbije maanden zijn er buitengewoon veel plannen gepresenteerd met hierin zeer nadrukkelijk een hoofdrol voor de landbouw. De toonzetting was vaak anders, maar de gemeenschappelijk factor was ‘het moet anders’, vooral omdat het klimaat waarin we boeren ook in een rap tempo aan het veranderen is.

Het moet niet anders omdat de boeren slechte producten produceren of omdat ze lui zijn en ook niet omdat ze het landschap slecht beheren. En zeker ook niet omdat ze de laatste jaren al niet hebben geïnvesteerd in verduurzaming. Als het om deze dingen gaat is het tegenovergestelde juist waar. En toch moet het nog ingrijpend anders omdat we voor een waanzinnig grote uitdaging staan als het gaat over onder meer klimaat, biodiversiteit, woningbouw en energie. Dit is geen mooie boodschap, maar wel het eerlijke verhaal.

Je kan met deze boodschap twee kanten op. Je kan je gaan verzetten en je voortbestaan op de ‘oude voet’ bevechten. Je kan gaan meedenken en meerekenen om mee te gaan in de onvermijdelijke landbouwtransitie. Een transitie waarin het accent bij een flink aantal boeren meer komt te liggen op beheren dan op produceren. In het Collectief gaan twee GLB-pilots lopen die hierop voorsorteren.

In de pilot ‘Vooruit boeren op water en veen’ willen we met name kijken in de veenweidegebieden of er met een hoger waterpeil nog vooruit geboerd kan worden. Dit levert sowieso een plus op voor de bodemdaling en weidevogels. In de pilot ‘Boeren in en nabij N2000’ willen we samen met de boeren in de Weerribben-Wieden nagaan op welke wijze er voldoende toekomstperspectief is voor boeren nabij N2000-gebieden gezien alle beperkingen daar. Beide pilots worden de komende maanden verder uitgewerkt. Daarnaast zal het ‘Aanvalsplan Grutto’ ook extra inzetten op meer agrarisch natuurbeheer.

Dit is even een greep uit de activiteiten waar het Collectief Noordwest Overijssel momenteel mee bezig is. Feitelijk neemt het Collectief hiermee het voortouw in de landbouwtransitie. Een belangrijke vraag in dit proces is het in beeld brengen van de opbrengstdervingen en het inkomensverlies dat boeren moeten incasseren als in het boeren verschuivingen plaats vinden van produceren naar beheren. We hopen over deze aspecten met velen van jullie te spreken.