GLB-pilots van start

Het Agrarische Natuur Collectief Noordwest Overijssel voert de komende jaren twee GLB-pilots uit: “Boeren binnen en nabij Natura 2000-gebieden in Overijssel” en “Vooruit boeren op water en veen”. Iedere nieuwsbrief nemen we u mee in de stand van zaken rond deze pilots.

Boeren binnen en nabij Natura 2000-gebieden in Overijssel

Binnen deze pilot wordt gekeken naar het toekomstperspectief van boeren en riettelers in en rond de Natura 2000-gebieden De Wieden en Weerribben. Momenteel houden we ons bezig met het werven van deelnemers middels keukentafelgesprekken. Samen met zes deelnemende boeren en riettelers gaan we op zoek naar mogelijkheden om bij te dragen aan het behalen van de doelen van het Natura 2000-gebied en een toekomstbestendige bedrijfsvoering. Waar nodig schakelen we hierbij deskundigen in om uiteindelijk te komen tot een doorgerekend bedrijfsplan voor de betreffende bedrijven. Hierbij kijken we nadrukkelijk wat het GLB hieraan kan bijdragen, onder andere in de vorm van een vergoeding voor natuurlijke beperkingen (oftewel de probleemgebiedenvergoeding of bergboerenregeling) en voor beleidsmatige beperkingen (een regeling die Nederland nog niet eerder heeft toegepast). Voor de pilot zijn inmiddels een website en een folder opgezet, die u beide vindt onder https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/glb-pilot-boeren-binnen-en-nabij-natura-2000-gebieden-in-overijssel/.

Vooruit boeren op water en veen

Deze pilot houdt zich bezig met het beperken van bodemdaling in het veenweidegebied en het verbeteren van het leefgebied van weidevogels. Voor het beperken van bodemdaling wordt veelal gekeken naar verhogen van het waterpeil, wat ook voor weidevogels van belang is. Samen met de deelnemers werken we verschillende vernattingsmaatregelen uit, die we in de praktijk gaan uittesten. Hierbij gaat het onder andere om het verlengen van bestaande plasdrassen en hoogwaterpeil binnen het ANLb. Momenteel houden we ons bezig met het werven van deelnemers, waarbij ANLb-deelnemers met een pakket voor plasdras en/of hoogwaterpeil in de veenweidegebieden van Noordwest Overijssel zijn benaderd. In totaal kunnen achttien boeren deelnemen aan de twee jaar durende pilot.

Bij deze pilot is onderzoek naar de effecten van groot belang, waarbij onder andere de effecten op de bedrijfsvoering, de weidevogels en de leverbotslak onderzocht worden. Op dit moment werken wij met verschillende deskundigen aan een monitoringsplan, zodat we de onderzoeken kunnen starten zo gauw de deelnemers van start gaan. Ook voor deze pilot zijn een website en een folder opgezet, die u vindt onder https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/glb-pilot-vooruit-boeren-op-water-en-veen/.

Inrichtingsmaatregelen voor weidevogels

De drie Agrarische Natuur Collectieven in Overijssel en hun deelnemers zijn inmiddels al weer enkele jaren bezig met het verbeteren van het leefgebied van weidevogels door het nemen van verschillende inrichtingsmaatregelen. De afgelopen tijd zijn hier ook weer de nodige maatregelen uitgevoerd.

Deze winter zijn er weer vele nieuwe contracten voor plasdrassen afgesloten. In de meeste gevallen waren er geen inrichtingsmaatregelen nodig, maar uiteraard is een pomp wel noodzakelijk. Het Collectief heeft dan ook 29 nieuwe pompen voor Noordwest Overijssel besteld om alle vernattingsmaatregelen mogelijk te maken.

Daarnaast hebben verschillende boeren in Jutjesriet de handen ineen geslagen om hoogwaterpeil te realiseren. Hiervoor zijn verschillende greppels gefreesd, waarbij de kanten afgeschuind zijn. Ook zijn er kruidenrijke mengsels ingezaaid. Voor hetzelfde gebied is een vergunning aangevraagd om bomen te kappen om hiermee de openheid van het gebied te vergroten. Dit is belangrijk in de strijd tegen predatoren.

Niet alleen in Jutjesriet zijn kruidenrijke mengsels ingezaaid op kruidenrijk grasland, in verschillende andere gebieden is dit ook gebeurd. Er zijn nog zaden beschikbaar, dus wanneer u interesse heeft in het inzaaien in kruidenrijk grasland met een speciaal kuikenlandmengsel, dan kunt u contact opnemen met uw veldcoördinator om de mogelijkheden te bespreken.

De komende tijd wordt ook extra rastermateriaal aangeschaft, waarbij de wensen uit de gebieden zo goed mogelijk ingevuld worden. Dit rastermateriaal kan bijvoorbeeld ingezet worden om individuele wulpennesten te beschermen tegen grondpredatoren. Ook kunnen hele percelen met plasdrassen hiermee uitgerasterd worden. Uiteraard worden ook de stroomklokken hierbij besteld.

Tot slot heeft het Collectief twee nieuwe drones aan kunnen schaffen, die komend seizoen ingezet gaan worden. De drone-piloten die met deze nieuwe drones gaan vliegen, krijgen een opleiding over het gebruik van de nieuwe software. Met behulp van de drones kunnen nesten van weidevogels opgespoord worden. Wilt u komend seizoen gaan maaien op een perceel waar u weidevogels verwacht? Dan kunt u contact opnemen met uw veldcoördinator, die de drone-piloten kan vragen het perceel te controleren op de aanwezigheid van broedende vogels.

 

Voorbereiding beheerjaar 2023

Vanaf 1 januari 2023 gaat het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB), waar het ANLb onderdeel van is, van start. De voorbereidingen op het nieuwe stelsel zijn in volle gang, zowel landelijk en binnen de provincie Overijssel als bij Collectief Noordwest Overijssel.

Dat is ook nodig omdat voorafgaand aan de start van het nieuwe ANLb-stelsel nog veel stappen gezet moeten worden, waaronder de voorintekening, het indienen en beschikken van de gebiedsaanvraag en tot slot het afsluiten van de beheercontracten. Dit proces wordt bemoeilijkt omdat op dit moment nog steeds enkele belangrijke onduidelijkheden zijn over de invulling van het GLB en hoe dit doorwerkt binnen de verschillende onderdelen (bijv. ANLb, ecoregelingen en conditionaliteit).

Nog niet alle randvoorwaarden voor het nieuwe ANLb zijn op dit moment duidelijk, maar de verwachting is dat voor de bestaande leefgebieden Open Grasland (weidevogelbeheer) en Droge Dooradering (kleinschalig landschap) de doel(soort)en en de begrenzing grotendeels gelijk blijven ten opzichte van het huidige ANLb. Naast deze twee genoemde leefgebieden komen er, zoals het er nu naar uitziet, nog twee leefgebieden bij binnen het werkgebied van het Collectief, te weten Water en Klimaat. Hoe deze leefgebieden er uit komen te zien, welke voorwaarden hiervoor gaan gelden, op welke locaties en welke beheerpakketten hier afgesloten kunnen worden, is nog niet bekend.

Natuurbeheerplan 2023

In het Natuurbeheerplan van provincie Overijssel geeft de provincie de kaders (begrenzing en voorwaarden) mee, waarbinnen we als Collectief een gebiedsaanvraag in kunnen dienen. Dit Natuurbeheerplan 2023 wordt de komende tijd opgesteld. Daarbij wordt ook gekeken naar de begrenzing voor agrarisch natuurbeheer. Dit betekent dat mogelijk bepaalde gebieden afvallen of dat juist nieuwe gebieden begrensd worden. Zo dient het Collectief, op verzoek van boeren of vrijwilligers, een verzoek in bij de provincie voor het uitbreiden van de begrenzing op enkele locaties. Het Natuurbeheerplan 2023 wordt naar verwachting in april 2022 door Gedeputeerde Staten van provincie Overijssel vastgesteld en kort daarop gepubliceerd.

Beheerstrategie

Ondertussen werkt het Collectief de komende maanden de beheerstrategie uit voor de ANLb-periode 2023 en verder. In de beheerstrategie worden de basisvoorwaarden voor beheer vastgelegd, zoals hoe het Collectief stuurt op het effectief en efficiënt realiseren van de doelen. Meer concreet: welk beheer op welke locatie afgesloten kan worden en onder welke voorwaarden. De beheerstrategie vormt ook de basis voor de selectie in geval er meer vraag naar beheer is dan budget beschikbaar. Naar verwachting krijgt de kwaliteit van het beheer in de nieuwe beheerstrategie een prominentere plek. De beheerstrategie is klaar voordat de voorintekening voor 2023 gestart wordt. We houden u op de hoogte van de voortgang van de voorbereidingen op 2023 en informeren u tijdig over de voorintekening, waarin we de animo onder de grondgebruikers voor agrarisch natuurbeheer vanaf 2023 en verder in beeld brengen als basis van de gebiedsaanvraag 2023.

 

Soort uitgelicht: slobeend

Iedere nieuwsbrief lichten we een soort uit, waar we ons als Collectief met onze leden voor inzetten. Dit kan een weidevogel zijn of een soort van de zogenaamde “droge dooradering”. Deze keer een bijzondere weidevogelsoort, waarvoor je binnen het pakket legselbeheer een vergoeding krijgt voor het sparen van nesten: de slobeend.

Het lijkt wellicht wat tegenstrijdig: een eendensoort die tot de weidevogels wordt gerekend. Ze komen tijdens het broedseizoen vooral voor in natte, open veenweidegebieden en daarmee ook in de gebieden waar de bekende weidevogels als grutto en tureluur voorkomen. De slobeend neemt in aantallen af en staat op de Rode Lijst; daardoor valt de slobeend ook onder de soorten waarvoor een legselbeheervergoeding mogelijk is.

De slobeend broedt in de slootkanten in hoog gras of riet. Wanneer u tijdens het broedseizoen slobeenden in de watergangen ziet, is het goed om rekening te houden met een mogelijk nest. Regelmatig worden er zelfs twee of meerdere nesten bij elkaar gevonden van verschillende koppeltjes. Het vrouwtje broedt de eieren uit, waarbij er meestal één legsel per jaar is met 9-11 eieren. De mannetjes gaan er vaak al vrij snel na de eileg vandoor.

De slobeend heet niet voor niets slobeend: hij heeft een grote, brede snavel, die hij gebruikt om zijn eten uit het water op te slobberen. Bij de punt van de snavel zuigt de slobeend het water naar binnen en aan de zijkant wordt het weer naar buiten geperst. Het voedsel wordt er door lamellen uit gefilterd. De slobeend eet onder andere kroos, maar ook dierlijk planton en andere kleine waterdieren.

De slobeend valt niet alleen op vanwege de snavel, ook de kleuren van het mannetje zijn opvallend. De kop is donkergroen, de borst is wit en de buik en zijkanten zijn bruin. De vleugels zijn donker aan de buitenkant en lichtblauw aan de binnenkant. Het vrouwtje is minder opvallend en lijkt erg op het vrouwtje van de wilde eend, maar dan met een grote snavel.

 

 

Deelnemer uitgelicht: Sietze Kattenberg

In elke nieuwsbrief lichten we een deelnemer aan het ANLb uit. Wat voor beheer heeft deze deelnemer? Wat zijn de drijfveren om mee te doen? Welke aanpassingen in de bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te doen? In deze “Deelnemer uitgelicht” Sietze Kattenberg uit Zwolle.

Type bedrijf: melkveehouderij

Runt bedrijf met: in maatschap met mijn vrouw, mijn vader werkt nog regelmatig mee

Aantal stuks vee: 100 melkkoeien, 50 stuks jongvee

Aantal hectares: 46 ha gras


Hoe lang doe je al aan weidevogelbeheer?

We hebben altijd nesten gespaard, maar er hebben hier jaren bijna geen vogels gezeten, op een enkele wulp na. In 2018 hebben we één jaar mais verbouwd op de huiskavel, waarna de kieviten en daarna de grutto’s terugkwamen. Twee jaar geleden zijn we daarom gestart met een perceel voorweiden en een perceel met uitgestelde maaidatum.

Welke pakketten heb je afgesloten binnen ANLb?

Voorweiden, met rust van 1 mei – 1 juni en een perceel met uitgestelde maaidatum tot 1 juni. Dit zijn beide pakketten die behoorlijk goed in te passen zijn in onze intensievere bedrijfsvoering, zonder al te veel opbrengstderving. Vooral het voorweiden lijkt goed te werken, de jonge vogels trekken echt naar dit stuk toe. Dit jaar hebben we voor het eerst een plasdras.

Wat zijn je drijfveren om mee te doen met ANLb?

Ik geniet erg van de weidevogels. Het is mooi om ze in het voorjaar weer terug te zien. Het vinden van de nesten en de jonge vogels blijft ook altijd mooi. Daarnaast vind ik dat we een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben om ons in te zetten om deze soorten te behouden en ik hoop daar zo ook aan bij te dragen.

Dit jaar heb je voor het eerst een plasdras. Wat deed je besluiten om een plasdras aan te leggen? Welke (positieve en negatieve) effecten verwacht je van de plasdras?

Uit nieuwsgierigheid naar het effect, als je door de polder rijdt in het voorjaar dan zie je dat de plasdras stukken veel vogels trekken. We hopen de vogels op deze manier een betere kans te geven. Meer vogels bij elkaar lijkt positief te zijn. Ik ben benieuwd of het hier ook werkt.

Wat ik nog niet weet is hoeveel opbrengstderving ik ervan heb. Dat is afwachten. We hebben een perceel met greppels, waarvan we één greppel onder water gaan zetten. Het is dus een beetje afwachten hoe groot het plasdras gedeelte gaat worden. Omdat het wel meer opbrengst zal kosten, is het afwachten hoe financieel uitpakt.

Welke aanpassingen in jouw bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te kunnen doen aan ANLb?

Normaal gesproken beginnen we altijd op tijd met weiden, de laatste jaren meestal rond eind maart begin april. We proberen dan zo te plannen dat we net voor het begin van de rustperiode op het perceel met het voorweidenpakket uitkomen, zodat dit dan zo kort mogelijk is. Het is vooral opletten dat we dan ook op tijd wat kunnen maaien, omdat er dan begin mei een weideperceel weg valt en de meeste andere percelen dan te lang zijn om nog weer in te beginnen. Iets meer plannen en opletten en iets geluk met het weer hebben. Het uitgesteld maaien perceel proberen we met vaste mest te bemesten en droog in balen te krijgen, de laatste twee jaar was het erg mooi droge koeienvoer. De plasdras komt te liggen in een greppel van het uitgestelde maaien perceel. Hoe dit gaat moeten we nog afwachten.

Wat hoop je te bereiken met deelname aan weidevogelbeheer?

Ik hoop dat we op deze manier onze bijdrage aan de weidevogelstand kunnen leveren, ook in combinatie met een wat intensievere bedrijfsvoering.

Welke tips over weidevogelbeheer heb je voor andere deelnemers?

Kijk wat bij je past, bij ons werkt het op tijd beginnen met weiden goed, dat geeft variatie in grasgroei.

 

 

Nieuw beheerseizoen voor droge dooradering

Het nieuwe jaar betekent ook voor de droge dooradering een nieuw beheerseizoen. Het groei- en voortplantingsseizoen komt eraan, wat voor deze beheerpakketten veelal betekent: niets doen. Het beheer vindt juist buiten deze periode plaats om de doelsoorten rust te geven tijdens het voortplantingsseizoen. Wel kan de resterende winterperiode gebruikt worden om onderhoud uit te voeren aan bijvoorbeeld houtwallen.

Deelnemers met een houtopstand kunnen tussen 1 oktober en 15 maart aan de slag met de snoeiwerkzaamheden en, afhankelijk van het pakket, eventueel de eindkap. Heeft u nog geen onderhoud gepleegd aan uw landschapselement? Gebruik dan de komende periode om hiermee aan de slag te gaan. Na het onderhoud aan uw landschapselement is het belangrijk om binnen zeven dagen melding te doen bij het Collectief. U kunt het meldingsformulier en de pakketvoorwaarden terugvinden onder https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/anlb-2016-2021/documenten/.

Voor botanisch beheer en de poelen hoeft voorlopig niets gedaan te worden: het beheer is reeds uitgevoerd. Bij kruidenrijke akkerranden is het belangrijk dat er tijdig ingezaaid wordt, conform de afspraken in uw beheercontract. Voor de wintervoedselakkers is van belang dat de huidige vegetatie tot 15 maart blijft staan op de percelen, zodat dieren in het vroege voorjaar gebruik kunnen maken van het aanwezige voedsel en de schuilplekken. Daarnaast is het noodzakelijk de percelen tussen 16 maart en 30 april opnieuw in te zaaien met een door het Collectief samengesteld mengsel.

Nieuw beheerseizoen voor weidevogels

Nog even en dan komen de eerste weidevogels weer terug uit hun overwinteringsgebieden. Het nieuwe weidevogelseizoen staat dus weer bijna voor de deur! Dat betekent dat we allemaal weer in de startblokken staan om het beheer uit te voeren en de weidevogels te helpen om het seizoen hopelijk tot een succes te maken.

Voordat de vogels terugkomen is voor een aantal beheerpakketten al actie noodzakelijk, ook voordat de beheerperiode ingaat. Met name bij plasdrassen is dit van belang: op 15 februari begint de zogenaamde inundatieperiode, oftewel de periode waarin de plasdras onder water hoort te staan. Het is dus van belang om ervoor te zorgen dat de pompen voor deze datum ingezet worden. Bij voorkeur enkele weken van tevoren, zodat de plasdras op 15 februari ook echt voldoende water bevat.
Heeft u moeite om de plasdras onder water te krijgen? Het Collectief heeft een aantal vijzelpompen aangeschaft om dit gemakkelijker te maken. Indien u daarvan gebruik wilt maken, kunt u contact opnemen met uw veldcoördinator.

Voor verschillende beheerpakketten, zoals grasland met rustperiode, plasdras en kruidenrijk grasland, staat in de beheervoorschriften dat het gewas kort de winter in gaat. Regelmatig zien we dat op percelen het gewas al vrij lang is bij aanvang van het groeiseizoen. Wanneer hier niets aan gedaan wordt, betekent dat bijvoorbeeld dat het gewas al vroeg in het seizoen te zwaar wordt voor de weidevogelkuikens. Ook voorjaarsbemesting zorgt voor een zwaar gewas bij grasland met rustperiode, niet alleen voor de kuikens ongewenst, maar vaak ook lastiger in te passen in de bedrijfsvoering. Door de voorjaarsbemesting achterwege te laten en waar nodig en haalbaar in het vroege voorjaar schapen in te zetten, blijven de percelen langer geschikt voor de vogels. Het Collectief experimenteert dit jaar op enkele percelen met een vroeg maaibeurt, om te onderzoeken of hiermee de percelen gedurende een langere periode goed doorwaadbaar zijn voor de kuikens.

Tot slot willen we ter inspiratie nog een tweetal links met u delen. De ene betreft een weidevogelfilm uit Eemland: https://vimeo.com/user56871523/download/639901198/3e00ae73d2. De andere betreft het tijdschrift “Onze weidevogels”, dat is uitgegeven door Agrio: https://weidewinst.nl/wp-content/uploads/2022/01/Onze-Weidevogels-2022-01-nr-3definitief.pdf.

Grutto’s weer in aantocht

Het nieuwe weidevogelseizoen is alweer begonnen. De eerste plasdraspompen staan weer in het land en de plasdrassen lopen vol. Dit heeft een geweldige aanzuigende werking op allerlei weidevogels en vooral grutto’s. Dit jaar zullen een recordaantal pompen worden ingezet in het werkgebied van het Agrarische Natuur Collectief Noordwest Overijssel. Ook de oppervlakte agrarisch natuurbeheer is opnieuw gestegen. Dit is onder meer gerealiseerd door de extra middelen vanuit het ‘Aanvalsplan grutto’.  We vertrouwen erop dat de gezamenlijke inzet van veldcoördinatoren en vrijwilligers zal resulteren in een verbetering van de leefomgeving voor de weidevogels.

Niet iedereen is ervan overtuigd dat we met al deze inspanningen doeltreffend bezig zijn. Zo kwam er een kritisch rapport van de Rekenkamer. In dit rapport (over het weidevogelbeleid) wordt het subsidiebedrag voor weidevogels vergeleken met de populatieomvang van grutto’s en de omvang van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Op basis van deze landelijke gegevens concludeert de Algemene Rekenkamer dat het huidige weidevogelbeleid in Nederland niet werkt. De landelijke trend van de grutto wordt echter niet alleen beïnvloed door het ANLb  (slechts 6% van het landbouwareaal).  Zonder het agrarisch natuurbeheer en de verbeteringen van de leefomgeving voor weidevogels was de populatie van de grutto al veel verder achteruitgegaan dan nu het geval is. Ook andere factoren die niet in het rapport zijn meegenomen beïnvloeden de populatie omvang, zoals oprukkende bebouwing en predatie. Het rapport doet geen recht aan de inspanningen die de boeren leveren en die in verschillende deelgebieden prachtige resultaten opleveren. Verder heeft het onderzoek betrekking op de periode 2001-2021. Sinds 2016 voeren de agrarische natuurcollectieven het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) uit. In Noordwest Overijssel werken ruim 300 boeren samen aan het realiseren van leefgebieden voor weidevogels, waaronder de grutto. Succesfactoren hierbij zijn onder andere samenwerking tussen boeren in de ontwikkeling van beheermozaïeken, het creëren van plasdrassen en hoog waterpeil, extensieve kruidenrijke graslanden, verschillende vormen van (voor)beweiding en uitstellen van het maaien. Predatie, droogte en ontwatering, te zware vegetatie, grootschalig maaien en versnippering van de leefgebieden vormen belangrijke bedreigingen. Binnen het Collectief zien we wel degelijk goede initiatieven en beheermozaïeken die de achteruitgang van de weidevogels lokaal hebben gestopt.

Deze successen en ook de twee GLB-pilots (‘Vooruit boeren op water en veen’ en ‘Boeren binnen en nabij Natura 2000-gebieden in Overijssel’) bieden voldoende aanknopingspunten om met vertrouwen vooruit te kijken. Er gebeuren immers prachtige dingen voor weidevogels in ons gebied en er wordt hard gewerkt aan meer toekomstperspectief voor ondernemers die boeren met ‘natuurlijke of beleidsmatige beperkingen’. Belangrijk doel van de genoemde pilots is het beter in beeld krijgen van welke maatregelen passen in de bedrijfsvoering en wat de financiële consequenties zijn die hiermee samenhangen. Ik vertrouw erop dat we hier samen een veel scherper beeld van kunnen krijgen in de komende periode.

Een vruchtbaar seizoen toegewenst,

Cor Pierik, voorzitter Agrarische Natuur Collectief Noordwest Overijssel