Beheerjaar 2022

Het is inmiddels alweer mei, dus het beheer en het broedseizoen zijn in volle gang. Op verschillende locaties wordt nog gebroed, maar ook lopen er kuikens rond. De balans over het broedseizoen kunnen we nog niet opmaken, maar vanuit het Collectief zijn er een aantal praktische zaken waar we uw aandacht voor vragen.

Plasdrassen
Plasdrassen zijn van groot belang voor weidevogels en hun kuikens, omdat er veel en makkelijk bereikbaar voedsel aanwezig is. Het is voor het Collectief dan ook een belangrijk aandachtspunt om de plasdrassen goed onder water te houden gedurende het seizoen. Soms lukt dit niet goed, bijvoorbeeld door storing van de pomp of grote droogte. Is dit bij uw plasdras het geval? Neem dan z.s.m. contact op met uw veldcoördinator, zodat we samen kunnen kijken naar een oplossing, bijvoorbeeld door inzet van de vijzelpomp van het Collectief.

Last minute beheer
Last minute beheer betekent dat u op het laatste moment beheer afsluit om de op dat moment aanwezige weidevogels te helpen tijdens het broedseizoen. Er zijn twee verschillende vormen van last minute beheer: het verlengen van de rustperiode van bestaand beheer of het realiseren van een kuikenveld. Bij het verschijnen van de nieuwsbrief zijn de kuikenvelden wel gerealiseerd en betreft het dus vooral het verlengen van beheer.

Het verlengen van de rustperiode van bestaand beheer betekent bijvoorbeeld dat grasland met rustperiode tot 1 juni wordt verlengd naar grasland met rustperiode tot 15 juni. Naast grasland met rustperiode kan ook de rustperiode van kruidenrijk grasland en de inundatieperiode van plasdras verlengd worden. Normaal wordt het beheer verlengd tot een datum dat er geen kuikens meer verwacht worden op het perceel.

Omgekeerd is ook mogelijk: wanneer er geen broedende vogels en kuikens meer aanwezig zijn, kan in bepaalde gevallen de rustperiode verkort worden. Grasland met rustperiode tot 15 juni kan bijvoorbeeld teruggezet worden naar 1 of 8 juni, waardoor u eerder kunt maaien en de kwaliteit van het gewas wellicht beter is. Kruidenrijk grasland kan teruggezet worden naar het ontwikkelpakket.

Ziet u kansen voor last minute beheer, dan kunt u contact opnemen met uw veldcoördinator.

Schouw 2022
Zoals ieder jaar vindt ook in 2022 de schouw weer plaats. Bij deze schouw wordt gecontroleerd of het beheer voldoet aan de afgesproken beheervoorwaarden. De schouw is onderdeel van de opdracht die het Collectief heeft meegekregen voor de uitvoering van het ANLb. Bij de schouw controleren onze medewerkers de beheereenheden. Hierbij gaat het om een veldcoördinator die normaal gesproken actief is in een ander gebied, om zo de onafhankelijkheid te waarborgen. Het is mogelijk dat uw percelen in 2022 gecontroleerd worden. Indien er een afwijking wordt geconstateerd, neemt de schouwer contact met u op.

Naast de schouw door het Collectief controleert ook de NVWA of het beheer conform de beheereisen wordt uitgevoerd. Het Collectief weet niet op voorhand welke percelen de NVWA gedurende een jaar gaat controleren. Wanneer de NVWA een afwijking constateert, neemt de controleur waar mogelijk contact met u op.

Weidevogelmonitoring 2022

Dit seizoen wordt in veertien weidevogelkerngebieden in Noordwest Overijssel een Bruto Territoriaal Succes-telling (BTS) uitgevoerd. Het monitoren van de weidevogels is een belangrijk onderdeel van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Niet alleen om te weten hoe het gaat met de weidevogels in het gebied, maar het Collectief gebruikt deze telgegevens ook ter voorbereiding op de nieuwe beheerperiode (2023-2028) voor het ANLb.

Via een broedparentelling en vervolgens een alarmtelling voor gezinnen met kuikens worden de weidevogelterritoria in deze gebieden in beeld gebracht en voor de grutto en de wulp wordt het broedsucces bepaald. Daarnaast wordt in vijf gebieden een broedparentelling uitgevoerd om de weidevogelterritoria in beeld te brengen. Bij de monitoring werken we waar mogelijk samen met lokale vrijwilligersgroepen. Waar dat nog niet lukt, hebben we het bureau Bunskoek Natuurlijk ingeschakeld om deze gebieden te tellen.

 

Kievitonderzoek Tolhuislanden

Het gaat slecht met de kievit in Nederland, wat komt doordat er te weinig kuikens groot worden. Het Collectief onderzoekt samen met Sovon Vogelonderzoek hoe we de kuikenoverleving van kieviten kunnen vergroten. Hiervoor bekijken we heel nauwkeurig waar kievitsgezinnen verblijven en hoe ze het daar doen.

Dit kievitonderzoek voeren we uit in het weidevogelgebied Tolhuislanden. Er zijn zes broedende kievitvrouwtjes gevangen, die een klein GPS-zendertje om hebben gekregen waarmee ze live te volgen zijn. Als de kuikens uitkomen weten we hierdoor precies waar het gezin uithangt en of de kuikens nog leven. Eens in de week worden op de plekken van deze gezinnen belangrijke kenmerken voor het leefgebied gemeten, zoals de grashoogte en -dichtheid, de aantallen insecten en wormen (voedsel voor de kuikens), het vocht in de bodem en het gevoerde beheer. Dit doen we ook op andere, willekeurige, plekken in het gebied, om te zien hoe deze kenmerken verschillen.

Het onderzoek wordt niet alleen in Tolhuislanden uitgevoerd, maar ook in vijf andere gebieden in Nederland. Een filmpje over het onderzoek in Brabant vindt u onder: https://youtu.be/-EruMp7tOww. De resultaten van het onderzoek delen we te zijner tijd via de website en de nieuwsbrief.

Predatieonderzoek

Zoals eerder in de nieuwsbrief vermeld is er afgelopen jaar predatieonderzoek uitgevoerd in onder andere Staphorsterveld en Tolhuislanden. Dit heeft onder meer tot gevolg gehad dat er een ontheffing voor het wegvangen en doden van steenmarters is verkregen.

De Faunabeheereenheid (FBE) heeft naar aanleiding van het predatieonderzoek van 2021 een ontheffing aangevraagd voor het wegvangen van steenmarters. Deze ontheffing is uiteindelijk ook daadwerkelijk verkregen voor de gebieden waar het onderzoek is uitgevoerd, namelijk Tolhuislanden, Staphorsterveld en Lierderbroek. De eerste twee gebieden vallen onder het werkgebied van het Collectief, het laatste gebied valt onder het werkgebied van Collectief Midden Overijssel.

Het is uniek dat deze ontheffing verkregen is: een vergelijkbare ontheffing is in andere provincies pas een enkele keer afgegeven en dan alleen in het kader van een pilot. Het Collectief is dan ook erg blij dat deze ontheffing afgegeven is. Wel zitten er behoorlijk veel voorwaarden aan, waardoor de uitvoerbaarheid niet altijd even makkelijk is. In bepaalde gebieden zijn echter al steenmarters weggevangen, dus het is in ieder geval mogelijk.

Om een beeld te krijgen van de predatie in andere gebieden wordt op dit moment ook predatieonderzoek uitgevoerd op verschillende andere locaties in het werkgebied van het Collectief. Vrijwilligers volgen daar nesten met behulp van camera’s. Ook hier wordt speciale aandacht geschonken aan de steenmarter, in de hoop dat de ontheffing waar nodig uitgebreid kan worden naar deze gebieden.

GLB-pilots van start

Het Agrarische Natuur Collectief Noordwest Overijssel voert de komende jaren twee GLB-pilots uit: “Boeren binnen en nabij Natura 2000-gebieden in Overijssel” en “Vooruit boeren op water en veen”. Iedere nieuwsbrief nemen we u mee in de stand van zaken rond deze pilots.

Boeren binnen en nabij Natura 2000-gebieden in Overijssel
De Natura 2000-pilot voert het Collectief uit samen met de andere Collectieven in Overijssel, waarbij ieder Collectief zich richt op een Natura 2000-gebied in het werkgebied. Voor Noordwest Overijssel richt het Collectief zich op boeren en riettelers in en rond De Wieden en Weerribben. In alle gebieden zijn de deelnemers nagenoeg geworven en staan ze klaar om aan de slag te gaan. De komende tijd gaan deze deelnemers samen met deskundigen in bijeenkomsten kijken naar een duurzaam verdienmodel, dat tegelijkertijd bijdraagt aan het behalen van de doelen van het Natura 2000-gebied.

Vooruit boeren op water en veen
De veenweidepilot begint inmiddels echt te lopen. De deelnemers zijn geworven in de drie gebieden Mastenbroek-Kamperveen, Weerribben-Wieden en Staphorsterveld. Voor alle gebieden zijn twee bijeenkomsten met de deelnemers gehouden, waarbij een deskundige op gebied van bodemdaling uitleg heeft gegeven. Daarnaast zijn de deelnemers aan de slag gegaan met het ontwikkelen van maatregelen.
Inmiddels zijn de maatregelen voor 2022 uitgewerkt en kunnen ze vanaf half juni worden uitgevoerd in het veld. Voor dit jaar worden onder andere verschillende plasdrassen verlengd. In alle gevallen laten de deelnemers de plasdras vanuit het ANLb droogvallen om deze te maaien, waarna hij weer onder water wordt gezet tot half augustus of half september. Ook bestaande hoogwaterpeilen worden na de ANLb-periode verlengd. Verschillende deelnemers willen graag nieuwe hoogwaterpeilen creëren met behulp van stuwen. Daarvoor zijn echter vergunningen nodig, die voor dit groeiseizoen naar alle waarschijnlijkheid niet geregeld kunnen worden.
Ook de eerste onderzoeken worden uitgevoerd, bijvoorbeeld naar de aanwezigheid van leverbotslakken, de aanwezigheid van wormen en weidevogels op de percelen met maatregelen en de effecten op de draagkracht van de percelen. Hiervoor is steeds de samenwerking gezocht met deskundigen, die het Collectief helpen met de onderzoeken.

 

 

Nieuw ANLb 2023

Vanaf 2023 gaat het nieuwe subsidiestelsel voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) in. Op dit moment is nog niet alles duidelijk, maar in de nieuwsbrief houden we u op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.

Voor het nieuwe ANLb blijven de bestaande leefgebieden Open Grasland (weidevogelbeheer) en Droge Dooradering (kleinschalig landschap) met bijbehorende doel(soort)en en begrenzingen grotendeels gelijk aan het huidige ANLb. Naast deze twee leefgebieden komen er nog twee nieuwe leefgebieden bij binnen het werkgebied van het Collectief: Water en Klimaat. Hoe deze leefgebieden er precies uit komen te zien is nog niet bekend, hetzelfde geldt voor de beheerpakketten en de locaties waar de pakketten afgesloten kunnen worden.

Natuurbeheerplan

In het Natuurbeheerplan van provincie Overijssel geeft de provincie de kaders (begrenzing en voorwaarden) mee, waarbinnen het Collectief een gebiedsaanvraag in kan dienen. Gedeputeerde Staten van provincie Overijssel hebben het Natuurbeheerplan 2023 vastgesteld. Het voorstel van het Collectief voor uitbreiding van de begrenzing voor Open Grasland naar de omgeving van Wijthmen is gehonoreerd, wat betekent dat er op deze locatie vanaf 2023 beheer afgesloten kan worden. De kaarten met de begrenzingen voor het ANLb zijn te vinden op Atlas van Overijssel: https://geo.overijssel.nl/viewer/app/master/v1.

Beheerpakketten en vergoedingen

Het ministerie van LNV en BoerenNatuur (de koepelorganisatie van de agrarische collectieven) werken op dit moment aan de beheerpakketten en de bijbehorende vergoedingen voor de nieuwe ANLb-periode. In voorbereiding hierop zijn de pakketten geëvalueerd met de Collectieven. De huidige beheerpakketten blijven grotendeels behouden, maar bij verschillende beheerpakketten worden voorwaarden aangepast en/of toegevoegd. Ook worden er naar verwachting enkele nieuwe beheerpakketten aan de lijst toegevoegd. De beheervergoedingen worden opnieuw berekend, waarbij net als nu geldt dat de vergoeding hoofdzakelijk gestoeld is op de berekende opbrengstderving en de benodigde extra arbeid. Naar verwachting worden de beheerpakketten en bijbehorende beheervergoedingen komende zomer vastgesteld.

Beheerstrategie 2023-2028

Het Collectief werkt de beheerstrategie uit voor de nieuwe ANLb-periode. In de beheerstrategie worden de basisvoorwaarden voor beheer vastgelegd, zoals hoe het Collectief stuurt op het effectief en efficiënt realiseren van de doelen. Meer concreet: welk beheer op welke locatie afgesloten kan worden en onder welke voorwaarden. De beheerstrategie vormt de basis voor de selectie in geval er meer vraag naar beheer is dan er budget beschikbaar is. Naar verwachting krijgt (het sturen op) de kwaliteit van het beheer in de nieuwe beheerstrategie een prominentere plek. De beheerstrategie wordt komende zomer vastgesteld.

Voorintekening en contracten afsluiten

In de zomer komt er meer duidelijkheid over het nieuwe GLB, waaronder de conditionaliteit en de ecoregeling. Tegen die tijd is er ook meer duidelijkheid over de interactie van het ANLb met de ecoregeling en de conditionaliteit. Dat betekent dat de huidige planning is om in de periode juli-september de voorintekening voor de nieuwe ANLb-periode uit te voeren. Voor verschillende deelnemers zal er niet veel veranderen, maar voor andere deelnemers zal dit wel het geval zijn.

In oktober 2022 dient het Collectief de gebiedsaanvraag in bij de provincie. In de gebiedsaanvraag staat al het ingetekende beheer weergegeven en dit vormt de eigenlijke subsidieaanvraag. Eind december volgt dan de beschikking. Pas na het verkrijgen van de beschikking kunnen we de contracten definitief af gaan sluiten. Dit gebeurt dus vanaf januari 2023. Hierbij houden we rekening met de startdatum van de pakketten. Deelnemers met plasdras krijgen als eerste het contract voorgelegd ter ondertekening, zodat alles op tijd geregeld is.

Soort uitgelicht: de knoflookpad

Iedere nieuwsbrief lichten we een soort uit, waar we ons als Collectief met onze leden voor inzetten. Dit kan een weidevogel zijn of een soort van de zogenaamde “droge dooradering”. Deze keer een soort van de “droge dooradering”: de knoflookpad.

De knoflookpad is een amfibie, die niet voor niets zo heet: als er gevaar dreigt, scheidt de pad een geurstof uit die naar knoflook ruikt. De soort kan tot 8 cm groot worden en varieert van kleur van geelachtig tot bruin met duidelijke donkere vlekken op de rug. Op de zijkanten zijn vaak oranje of rode vlekken te zien. De ogen puilen nogal uit en vallen daardoor erg op. De soort eet vooral ongewervelde dieren en is daarin niet heel kieskeurig.

De knoflookpad is zeldzaam en komt op enkele locaties in Nederland voor, voornamelijk in het oosten en zuidoosten van het land. De soort leeft in stroomdalen van rivieren en beken in bijvoorbeeld agrarisch gebied, half-natuurlijke graslanden en rond infrastructuur. Buiten de voortplantingstijd leven de knoflookpadden op het land, waarbij ze een zandige omgeving nodig hebben, die omringd wordt door vegetatie. Overdag en in de winter houdt de soort zich namelijk schuil onder de grond, waar hij zich ingraaft met de grote graafknobbel op de achterpoot.

Tijdens de voortplantingsperiode, van ongeveer april tot juni, zijn de mannetjes ’s avonds en ’s nachts roepend te horen. Zelfs onder water kunnen ze geluid maken. Voor de voortplanting gebruikt de knoflookpad meestal vrij diepe en grote poelen met veel vegetatie op de oever en onder water. Net als bij gewone padden worden de eieren afgezet in snoeren, die wel 70 cm lang kunnen worden. De eieren worden vaak vastgezet aan de onderwatervegetatie.

De larven kunnen variëren in kleur van bruin, grijs tot zwart. Ze kunnen erg groot worden, groter dan de volwassen dieren. In juni of juli vindt de metamorfose plaats, waarna de vlekken op de rug ontstaan. Na de metamorfose zijn de jonge padden ook op land te vinden op zandige plekken nabij de poel.

Bron: RAVON

Van de voorzitter: Nestsucces

In tijden dat het in het persoonlijke leven van uw voorzitter tegen zit (darmkanker) zijn er ook verhalen over nestsucces. Op ongeveer 75 meter van onze keukentafel zagen we een tureluurtje tussen de twee lakenvelder koeien een nestje maken. Vrij snel daarna lagen er twee eitjes in. Toen we het nestje gingen afschermen om ervoor de zorgen dat de koeien het niet vertrapten vonden we een derde eitje op anderhalve meter afstand van het nestje. Waarschijnlijk had het tureluurtje niet tijdig genoeg het nestje weten te vinden. Zonder aarzelen hebben we dit eitje naast de ander twee eitjes gelegd. Met groot genoegen zagen we onlangs dat alle drie eitjes waren uitgekomen. Een mooi nestsucces of misschien wel ei-succes.

Het voorjaar is extreem droog en dus niet ideaal voor de grutto. Ook voor andere weidevogels en vooral de kuikens ervan is het best lastig om voldoende voedsel te vinden. Gelukkig zijn er veel kuikens uit het ei gekropen en hebben de 74 plasdrassen in het werkgebied van het Agrarische Natuur Collectief Noordwest Overijssel over het algemeen prima gefunctioneerd. We zagen veel kuikens rond deze plasdrassen. Ook het voorbeweiden, uitrijden van vaste mest en last minute-beheer hebben gezorgd voor meer nestsucces. Verder hebben ook weer veel vrijwillgers hun stinkende best gedaan veel nesten op te sporen. Dankzij de gezamenlijke inspanningen van boeren en vrijwilligers gaat het met de weidevogels in ons gebied beter dan gemiddeld in Nederland. Hier mogen we trots op zijn en hier past ook dank aan alle betrokkenen.
Tenslotte moet ik me voorlopig wel terugtrekken als voorzitter. Ik wil alle aandacht en energie nu richten op de behandelingen die gaan komen. Als ik weer fit ben hoop ik mijn taken weer op te kunnen pakken.

Uw voorzitter

Deelnemer uitgelicht: Eric Kleissen

In elke nieuwsbrief lichten we een deelnemer aan het ANLb uit. Wat voor beheer heeft deze deelnemer? Wat zijn de drijfveren om mee te doen? Welke aanpassingen in de bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te doen? In deze “Deelnemer uitgelicht” Eric Kleissen uit Rossum, met onder andere beheer in Tolhuislanden.

Type bedrijf: melkveehouderij

Runt bedrijf met: zoon Michael en vrouw Erna 

Aantal stuks vee: 180 melkkoeien

Aantal hectares:  60 ha eigendom, 50 ha pacht


Hoe lang doe je al aan agrarisch natuurbeheer?

Op ons bedrijf doen voor het 7e jaar aan agrarisch natuurbeheer.

Welke pakketten heb je afgesloten binnen ANLb?

Ons bedrijf is gevestigd in Rossum in Noordoost Twente. Hier hebben we de pakketten wintervoedselakker, kruidenrijke akker en kruidenrijke akkerranden. In Tolhuislanden hebben we kruidenrijk grasland, ontwikkelpakket kruidenrijk grasland en plasdras.

Wat zijn je drijfveren om mee te doen met ANLb?

Om eerlijk te zijn was in eerste aanleg onze motivatie toen we 7 jaar geleden besloten mee te doen grotendeels financieel gedreven. We verbouwden toen alleen snijmais en vanuit de weidevogelvereniging was er sterk de behoefte aan kruidenrijke stroken tussen de maïspercelen. Na een beetje rekenwerk bleek al snel dat de beschikbare pakketten financieel aantrekkelijker waren dan snijmais. Dus de keuze was snel gemaakt. Nu na een aantal jaren meegedraaid te hebben, zijn we veel gemotiveerder geworden vanuit de inhoud. Je ziet diersoorten als de fazant en de patrijs weer toenemen en ook het aantal insecten is fors hoger.

In Tolhuislanden speelt financiën zeker ook een rol. Grond op afstand betekent vaak hoge transportkosten. Dan ga je automatisch verder kijken naar mogelijkheden. Nu we ook voor de grond in Tolhuislanden de keuze hebben gemaakt dat agrarisch natuurbeheer een belangrijk onderdeel is van de bedrijfsvoering aldaar, willen we het net als in Noordoost Twente tot een succes maken en ook echt een bijdrage leveren aan de doelstellingen. Het motiveert enorm als je ziet dat je ook daadwerkelijk kunt bijdragen.

Welke aanpassingen in jouw bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te kunnen doen aan ANLb?

De aanpassingen zijn in ons geval heel beperkt. In Rossum zijn we overgestapt van snijmais naar gras. Een deel van onze huiskavel waarop we beweiding toepassen, is ingericht met ANLb. Je hebt dus een paar hectare minder om te beweiden. Van aanpassen is eigenlijk geen sprake. Het is meer rekening houden met. Voor Tolhuislanden zijn ook slechts beperkte aanpassingen nodig in de bedrijfsvoering. Het gras dat we anders naar de boerderij in Rossum haalden, hebben we nu vervangen door snijmais dat we aankopen. De samenstelling van het voerrantsoen is hierdoor wel iets gewijzigd.

Welke verschillen merk je qua inpassing in je bedrijfsvoering tussen de beheerpercelen op je huiskavel en de beheerpercelen op afstand?

Het enige verschil is dat we de percelen met ANLb op onze huiskavel niet kunnen beweiden met onze melkkoeien. Dit is dus uitgangspunt voor je beweidingsplan. In tijden van beperkte grasgroei is dit wel af en toe lastig. Verder merken we niet zoveel verschillen. Het is in beide gevallen gewoon onderdeel van je bedrijfsvoering.

In Tolhuislanden ben je enkele jaren geleden gestart met weidevogelbeheer met plasdras, kruidenrijk grasland en het ontwikkelpakket voor kruidenrijk grasland. Er is onder andere ingezaaid met een mengsel voor paardenland en het kuikenlandmengsel. Hoe kijk je zelf naar de ontwikkelingen op deze percelen?

Onze insteek is om serieus een bijdrage te leveren aan de doelstellingen. Het is prachtig om te zien dat het werkt. We vinden het tegenwoordig prachtig en ook bijzonder om te zien hoe snel het aantal soorten kruiden toeneemt als je de grond anders bewerkt en op deze relatief eenvoudige wijze een bijdrage kunt leveren. We zijn er anders door gaan denken en bewuster keuzes gaan maken als het gaat om bemesten en onkruidbestrijding. En ja, je moet door een andere bril leren kijken. Dat is soms best even wennen. Als melkveehouder leggen we bij grasland vaak de link tussen graskwaliteit en melk. Dat moet je bij ANLb dus niet doen.

Wat hoop je te bereiken met deelname aan agrarisch natuurbeheer?

We hopen echt een bijdrage te kunnen leveren aan de biodiversiteit in de breedste zin. Daarnaast zijn we er van overtuigd dat we ook een positieve bijdrage leveren aan de waterkwaliteit. In Rossum hebben we namelijk veel stroken liggen langs watergangen.

Welke tips over agrarisch natuurbeheer heb je voor andere deelnemers?
Echte tips voor andere deelnemers hebben we denk ik niet.  We leren ieder jaar weer bij. Vooral ook van ervaringen en verhalen van andere deelnemers en mensen van het gebiedscollectief. Als we al een tip kunnen geven, is het meer naar de agrariërs die nog geen ANLb hebben in hun bedrijfsvoering. Onze eigen ervaring is dat het beste even wennen is om het lang gekoesterde Engels raai te zien veranderen in bijvoorbeeld kruidenrijk grasland. En dat was voor ons aan de voorkant best een drempel. Maar dat, als je eenmaal over die drempel bent, je er ook enorm van kunt genieten en het zeker geen negatieve invloed op je exploitatie hoeft te hebben.

Koegezondheid en kruidenrijk grasland

“Wat heeft een boer aan kruidenrijk grasland?” is een veel gestelde vraag aan het Collectief. Deze vraag kan natuurlijk het beste beantwoord worden door iemand die zich heeft gespecialiseerd in de relatie tussen kruidenrijk grasland en koegezondheid: onze ANLb-deelnemer en dierenarts Hans Nij Bijvank.

Op veel melkveebedrijven is de variatie in het dieet van de koe beperkt, met vooral (Engels raai)gras en vaak mais. Kruiden maken in veel gevallen geen onderdeel uit van het dieet van de koe, terwijl ook voor koeien geldt dat variatie in het dieet gezond is. Op de meeste bedrijven krijgen de koeien niet of nauwelijks de keuze om kruiden te eten, maar het is bekend dat ze kruiden eten als ze de kans krijgen. Uit Nederlands onderzoek naar het dieet van Galloways is gebleken dat deze 26 soorten kruiden aten. Van veel wilde herbivoren is bekend dat ze nog veel meer verschillende soorten kruiden eten.

Kruiden hebben een hoger aandeel aan mineralen en sporenelementen dan grassen. Zowel mineralen als sporenelementen zijn belangrijk voor de algemene gezondheid van de koe. Van verschillende soorten kruiden is bekend dat ze gezondheidseffecten hebben, waarbij we vooral spreken van preventieve effecten. Over het algemeen kan gesteld worden, dat hoe groter de diversiteit in kruiden, hoe beter. Enkele soorten met positieve gezondheidseffecten zijn paardenbloem, smalbladige weegbree, duizendblad en cichorei.

Deze soorten bevatten tannines, die een positief effect hebben op de eiwitvertering van de koe. Smalbladige weegbree werkt daarnaast ontstekingsremmend en als antioxidant en heeft een positieve invloed op de darmflora. Cichorei is eetlustopwekkend en heeft een positief effect op de glucosestofwisseling. Ook heeft cichorei een bijzonder hoog gehalte aan mineralen en werkt het tegen trommelzucht. Paardenbloem stimuleert de eetlust en werkt tegen klachten van het maagdarmstelsel en de urinewegen. Paardenbloem is bovendien erg droogteresistent, doordat deze soort een penwortel heeft, net als weegbree en cichorei.
Daarnaast werken deze kruiden bijvoorbeeld ook tegen wormen: uit onderzoek onder schapen blijkt dat schapen op kruidenrijk grasland het beste groeiden en het minst ontwormd hoefden te worden.

Over het algemeen zijn kruiden goed in te passen in het rantsoen voor melkkoeien, zowel op stal als bij beweiding. Met de mengsels voor productief kruidenrijk grasland kunnen vergelijkbare gehaltes aan ruw eiwit en VEM behaald worden als met Engels raaigras. De gehaltes zijn echter wel afhankelijk van de bemesting en het maaistadium. Kruidenrijk grasland dat pas na 15 juni gemaaid wordt, is stengelig met minder eiwit, maar wel goede kwaliteit eiwit. Bijvoeren met graskuil met een hoger eiwitgehalte kan dan nodig zijn. Voor een boer is hierbij het productiedoel van belang: ga je voor een hoge productie, of neem je genoegen met een mindere productie, maar met minder kosten?

In een gangbaar melkveebedrijf kun je bijvoorbeeld één baal kruidenrijk grasland bijvoeren in de voermengwagen. Dit bevordert de diversiteit en de smaak van het rantsoen, waardoor de koeien het overige voer ook beter eten. Wil je weinig bemesten, maar toch een goede opbrengst, dan kun je gebruik maken van verschillende klaversoorten die stikstof vanuit de lucht vast kunnen leggen. In veel gangbare bedrijven zijn kruidenrijke stroken in te passen, die zowel voor maaien als voor beweiding ingezet kunnen worden.

Over Hans Nij Bijvank: Sinds 1995 is Hans rundveedierenarts, werkzaam bij Anicura Dierenkliniek De Woldberg in Steenwijk. Naast behandeling van rundvee begeleidt hij ook op regelmatige basis melkveebedrijven. Hans heeft veel interesse in voeding voor de koe, wat versterkt werd tijdens een studiereis naar India in 2004. Het doel was om samen met enkele boeren en dierenartsen te kijken naar vermindering van antibioticagebruik. In India wordt veel gebruik gemaakt van kruidengeneeskunde, waardoor bij Hans interesse is ontstaan voor dit onderwerp. Tot op heden houdt hij zich nog steeds bezig met kruiden en koegezondheid, maar ook met het belang van een gezond bodemleven. Uit deze studiereis is onder andere het Platform Natuurlijke Veehouderij ontstaan.