Soort uitgelicht: steenuil

Iedere nieuwsbrief lichten we een soort uit, waar we ons als Collectief met onze leden voor inzetten. Dit kan een weidevogel zijn of een soort van de zogenaamde “droge dooradering”. Deze keer een soort van de “droge dooradering”, die ook veel op en rond erven te vinden is: de steenuil.

De steenuil is het kleinste uiltje dat van nature in Nederland broedt: het formaat zit tussen een merel en een Turkse tortelduif in. De steenuil heeft een kenmerkende roep, die je met name in het donker hoort. Vooral in het voorjaar is de roep veelvuldig hoorbaar: vaak de eerste indicatie dat deze soort aanwezig is. De steenuil heeft een wat gedrongen lichaam met een vrij brede, platte kop en grote, gele ogen. De bovenzijde van deze uil is bruin met witte vlekken, de onderzijde is lichter, maar ook gevlekt.

Steenuilen komen vooral voor in kleinschalige cultuurlandschappen met een afwisseling van bijvoorbeeld houtwallen, heggen, boomgaarden en weilanden. De soort wordt regelmatig op erven aangetroffen, met name op erven met rommelige hoekjes en ruige stukken. Vooral in grootschaligere landbouwgebieden zijn deze erven noodzakelijk voor de overleving. Vaak jagen steenuilen vanaf zitplaatsen, bijvoorbeeld een paaltje, op kleine zoogdieren, vogels, insecten (kevers en nachtvlinders) en andere ongewervelde dieren.

De steenuil broedt in holtes van bomen, vooral oude knotwilgen en oude fruitbomen. Ook broedt de soort in gebouwen, bij voorkeur in een hoek of nis. Daarnaast zijn er speciale, langwerpige steenuilenkasten beschikbaar, waarbij de nieuwste exemplaren voorzien zijn van een soort sluis om te voorkomen dat marterachtigen binnen komen.

Meestal leggen steenuilen drie tot vijf eieren in één legsel per jaar. De eieren komen na ongeveer vier weken uit, waarna het circa anderhalve maand duurt voordat de jongen vliegvlug zijn. Ook wanneer de jongen vliegvlug zijn, zorgen de ouders nog enkele weken voor ze. De jonge steenuilen vertrekken vervolgens, maar vestigen zich meestal binnen 10 kilometer van de plek waar ze uit het ei kwamen. Volwassen steenuilen zijn zeer plaatstrouw en blijven meestal jaarrond in hun territorium.

Wilt u op uw erf wat doen voor de steenuil? Plaats dan een steenuilenkast en zorg voor rommelige en ruige hoekjes. Jonge steenuilen verdrinken regelmatig in drinkbakken voor vee. U kunt dit voorkomen door bijvoorbeeld een loopplank in de drinkbak te maken of door gebruik te maken van een speciaal daarvoor ontwikkelde drinkbak, zie https://www.steenuil.nl/veilige-drinkbak. Wellicht is er in uw buurt een uilenwerkgroep die u kan helpen.

 

 

 

Deelnemer uitgelicht: Kors den Hartog

In elke nieuwsbrief lichten we een deelnemer aan het ANLb uit. Wat voor beheer heeft deze deelnemer? Wat zijn de drijfveren om mee te doen? Welke aanpassingen in de bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te doen? In deze “deelnemer uitgelicht” Kors den Hartog uit Eesveen.

Type bedrijf: biologische jongveeopfok

Samenwerking met: één ander bedrijf, waarvoor we het jongvee opfokken

Aantal stuks vee: 110 stukje jongvee van verschillende rassen/ kruisingen

Aantal hectares: 54 ha, uitsluitend grasland


Hoe lang doe je al aan weidevogelbeheer?

Sinds 2004 wonen we op deze locatie in Eesveen. Op dat moment waren er meer weidevogels dan nu. Ik wilde graag aan weidevogelbeheer doen, maar het was toen niet mogelijk om gesubsidieerd beheer af te sluiten. Desondanks deed ik wel aan weidevogelbeheer.
We wonen op de grens van Drenthe, waar ik contact had met de vrijwilligers uit Wapserveen. We hadden vooral kieviten en de vrijwilligers kwamen bij ons om op het maisland kievitnesten te markeren. Daarnaast hadden we ook drie gruttoparen op het land. Speciaal daarvoor had ik op een perceel een ander gewas ingezaaid, dat ik tot 1 juli liet staan. Dit gewas voerde ik aan de droge koeien. Vanaf 2016 werd Eesveen een kievitgebied, waar wel gesubsidieerd beheer afgesloten kon worden. Vanaf 2017 doen we mee met het ANLb.

 

Welke pakketten heb je afgesloten binnen ANLb?

We hebben een plasdras en kruidenrijk grasland, waar we ruige mest uitrijden. Daarnaast hebben we regelmatig last minute beheer afgesloten in de vorm van een kuikenveld, waardoor deze percelen een verlate maaidatum hebben.

Wat zijn je drijfveren om mee te doen met ANLb?

Weidevogels horen in het landschap en zonder weidevogelbeheer gaat het fout met de weidevogels. Ook zonder subsidie zou ik blijven meedoen aan weidevogelbeheer, maar wellicht zonder plasdras. Er zijn bedrijven in Nederland waar het goed gaat met weidevogels, dat is bij boeren die de bedrijfsvoering richten op weidevogels en er veel voor doen. Mijn belangrijkste drijfveer is minimaal het behouden van de huidige aantallen weidevogels, maar het liefst zie ik dat de aantallen toenemen.

Het landelijk beleid richt zich wat meer op een extensievere bedrijfsvoering. Dat je een plus ontvangt voor maatregelen die je neemt voor biodiversiteit vind ik positief. Om wereldwijd mee te kunnen doen is het nodig om op te schalen, je producten zelf te verwerken en af te zetten of om nevenactiviteiten uit te voeren. Het zou goed zijn om dit te doorbreken met een extensievere bedrijfsvoering, waarbij weidevogels meer kans krijgen.

 

Recent is je plasdras uitgerasterd tegen grondpredatoren. Hoe zijn jullie daartoe gekomen?

Zes jaar geleden was ik via de Vogelbescherming op excursie bij een weidevogelboer, die al 13 jaar percelen uitrastert. Dit was fantastisch om te zien: de aantallen vogels groeiden en predatie door de vos nam enorm af. Veel kieviten broedden binnen het raster, waardoor vliegende predatoren geen kans kregen tegen de grote aantallen kieviten die ze belaagden.

Volgens mij is dit een goede manier om de aantallen weidevogels te laten groeien, in combinatie met plasdras en voldoende voedsel. Dit wilde ik zelf ook graag op mijn bedrijf en heb dit met Klaas (veldcoördinator, red.) besproken en daarna is het gaan lopen. Dit voorjaar is 1500 meter raster gearriveerd en heb ik deze samen met de vrijwilligers geplaatst. Ik heb het raster gecontroleerd, zodat de draden laag genoeg zijn, en de stroom erop gezet. Op dit moment maai ik het gras onder raster weg, zodat de stroom erop blijft. Dit is veel werk, dus hulp hierbij zou welkom zijn.

Vorig jaar was de predatie dramatisch. Ik had samen met de vrijwilligers nesten gevonden, die een paar dagen later leeg waren en 10 meter verderop lag een nieuw nest. Ik heb vervolgens de jager gebeld, die vaker is gaan jagen op vossen. Daarna ging het beter met de kieviten. In het gebied aan beide zijden van de Aa zijn vorig jaar 90 vossen geschoten. Ook in de vossenval vlak naast de plasdras zijn negen vossen gevangen sinds afgelopen najaar. Een groter wordend probleem bij ons in de polder is het aantal ooievaars. Afgelopen jaar liepen er zestien achter de maaier aan. En ook de steenmarter rukt op in aantallen.

 

Welke aanpassingen in jouw bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te kunnen doen?

Weidevogelbeheer past mooi in mijn biologische bedrijfsvoering. Eerder ging het grove hooi van het kruidenrijk grasland naar de droge koeien. Met jongvee is dat wat lastiger, maar de drachtige pinken eten het grove hooi ook. Daarnaast gaat een deel nu naar mensen met paarden.

Het kost wat tijd, maar voor mij is weidevogelbeheer een hobby. Ik vind het fantastisch als je de vogels ziet broeden, vooral als het nest niet leeggeroofd wordt. Je ziet vanaf de trekker de kieviten een nest bouwen. Ik mag bovengronds mest uitrijden, dus dan zet ik een emmer op het nest, zodat het nest schoon blijft. Daarna gaan de kieviten gewoon weer verder met broeden.

Sowieso zitten we hier in een zandig gebied, waardoor het veel werk is om plasdras vol te houden. Inmiddels is er een sliklaag ontstaan in plasdras, die zorgt voor minder wegzijging. Op warme dagen is er veel verdamping, waardoor ik afgelopen jaar regelmatig moest bijpompen .

 

Wat hoop je te bereiken met deelname aan weidevogelbeheer?

Het zou mooi zijn om de groei weer in de aantallen weidevogels te krijgen. Als je dat voor elkaar krijgt, dan weet je dat het werkt. Dat geeft ook de meeste voldoening, in tegenstelling tot het verlies door predatie. Vroeger ging mijn vrouw in de polder liggen om naar het geluid van de weidevogels te luisteren. Het geluid van deze vogels is zo mooi, net zoals het baltsen. We hopen dat we dat weer meer terug krijgen!

 

Welke tips over weidevogelbeheer heb je voor andere deelnemers?

Nog steeds markeren in sommige gebieden de vrijwilligers de nesten. Markeer nesten zo min mogelijk, want predatoren volgen je spoor. Wij zetten een stok aan slootkant en niet bij nest. Vanaf de trekker is dan vaak goed te zien waar de nesten zitten.

Maai daarnaast ruim om nesten heen, zodat een strook overblijft, het liefst minimaal 5-6 meter breed en 10-12 meter lang. Het nest heeft dan meer kans om uit te komen.

 

Legsel zoeken met drones

Om nesten te zoeken is het niet noodzakelijk om het veld door te struinen. Ook met drones zijn legsels goed op te sporen. Collectief Noordwest Overijssel heeft hiervoor inmiddels vijf weidevogeldrones in zijn bezit.

De vijf weidevogeldrones worden gedurende het seizoen ingezet om nesten en eventueel kuikens te zoeken. Verschillende vrijwillige dronepiloten zijn opgeleid om met de drone aan de slag te gaan. De drones zijn voorzien van een warmtebeeldcamera, die voornamelijk temperatuurverschillen detecteert.

De grootste temperatuurverschillen zijn waarneembaar tijdens zonsopkomst, waardoor de dronepiloten voor dag en dauw aan de slag gaan om de nesten te zoeken. De piloot bestuurt de drone en kan rechtstreeks op een schermpje zien waar warmtebronnen aanwezig zijn. Is er een warmtebron gezien, dan onderzoek je of je hierbij te maken hebt met een nest of bijvoorbeeld een haas. Dat kan met de drone, maar ook doordat een vrijwilliger ter plekke in het veld gaat kijken. Aanwezige nesten worden op die manier in beeld gebracht en (digitaal) op kaart vastgelegd. De deelnemer waar gevlogen is, wordt vervolgens op de hoogte gebracht van de eventueel gevonden nesten.

Niet alle deelnemers hebben een vrijwilliger tot hun beschikking die helpt bij het zoeken van nesten. De drone biedt hier uitkomst, omdat deze een perceel snel in kaart kan brengen. Heeft u legselbeheer, maar geen vrijwilliger en wilt u weten waar de nesten aanwezig zijn? Neem dan contact op met uw veldcoördinator. Hij heeft contacten met de dronepiloten over de inzet van de drones.

Last minute beheer afsluiten

Het weidevogelseizoen is volop aan de gang, vele nesten zijn al aangetroffen en binnenkort lopen de eerste (kievit)kuikens rond. Ook het gras groeit en over niet al te lange tijd gaan de eerste boeren weer maaien. Wanneer u een perceel heeft met nesten of kuikens, is het mogelijk last minute beheer af te sluiten om de weidevogels te helpen.

Last minute beheer betekent dat u op het laatste moment beheer afsluit om de op dat moment aanwezige weidevogels te helpen tijdens het broedseizoen. Er zijn twee verschillende vormen van last minute beheer: het verlengen van de rustperiode van bestaand beheer of het realiseren van een kuikenveld. Uiteraard ontvangt u voor last minute beheer een vergoeding.

Het verlengen van de rustperiode van bestaand beheer betekent bijvoorbeeld dat grasland met rustperiode tot 1 juni wordt verlengd naar grasland met rustperiode tot 15 juni. Normaal wordt het beheer dan verlengd tot een datum dat er geen kuikens meer verwacht worden op het perceel. Het verlengen van de rustperiode kan daarmee het verschil maken tussen het al dan niet vliegvlug worden van de jonge vogels.

Een kuikenveld betekent dat u een deel van het perceel minimaal twee weken later maait dan de rest van het perceel en dat het gewas tot minimaal 1 juni blijft staan. In de meeste gevallen bestaat een kuikenveld uit een blok of uit een strook van minimaal 6 meter breed. Een kuikenveld kan zowel op percelen zonder beheer als op percelen met legselbeheer afgesloten worden. Het kuikenveld vormt een veilige haven gedurende de eerste weken na het uitkomen uit het ei, waardoor de overlevingskansen van de kuikens aanzienlijk vergroot worden.

Met last minute beheer geeft u de aanwezige kuikens extra opgroeikansen op de locaties waar ze daadwerkelijk gezien zijn. We behalen hiermee erg goede en zichtbare resultaten! Op onze website vindt u een flyer met nadere informatie over last minute beheer (https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/wp-content/uploads/2021/04/Flyer-lastminutebeheer-CNWO-2021.pdf). Uw veldcoördinator kan u informeren over de mogelijkheden, vergoedingen en voorwaarden.

Beheerjaar 2021 en daarna

De plasdrassen zijn gevuld, de rustperiodes van kruidenrijk grasland en grasland met rustperiode zijn in gegaan en de weidevogels zijn weer terug. Kortom, het broedseizoen is in volle gang en samen proberen we er een succes van te maken. Vanuit het Collectief even een aantal praktische zaken waar we uw aandacht voor vragen.

Plasdrassen

Plasdrassen zijn van groot belang voor weidevogels en hun kuikens, omdat er veel en makkelijk bereikbaar voedsel aanwezig is. Het is voor het Collectief dan ook een belangrijk aandachtspunt om de plasdrassen goed onder water te houden gedurende het seizoen. Soms lukt dit niet goed, bijvoorbeeld door storing van de pomp of grote droogte. Is dit bij uw plasdras het geval? Neem dan z.s.m. contact op met uw veldcoördinator, zodat we samen kunnen kijken naar een oplossing, bijvoorbeeld door inzet van de vijzelpomp van het Collectief.

Schouw 2021

Zoals ieder jaar vindt ook in 2021 de schouw weer plaats. Bij deze schouw wordt gecontroleerd of het beheer voldoet aan de afgesproken beheervoorwaarden. De schouw is onderdeel van de opdracht die het Collectief heeft meegekregen voor de uitvoering van het ANLb. Bij de schouw controleren onze medewerkers de beheereenheden. Hierbij gaat het om een veldcoördinator die normaal gesproken actief is in een ander gebied, om zo de onafhankelijkheid te waarborgen. Het is mogelijk dat uw percelen in 2021 gecontroleerd worden. Indien er een afwijking wordt geconstateerd, neemt de schouwer contact met u op.

Naast de schouw door het Collectief controleert ook de NVWA of het beheer conform de beheereisen wordt uitgevoerd. Het Collectief weet niet op voorhand welke percelen de NVWA gedurende een jaar gaat controleren. Wanneer de NVWA een afwijking constateert neemt de controleur waar mogelijk contact met u op.

Kennisverspreiding

Voor 2021 heeft het Collectief kennisverspreiding als speerpunt opgenomen in het jaarplan. Hiermee hoopt het Collectief bij te dragen aan de kennisontwikkeling van deelnemers om op die manier de kwaliteit van het beheer naar een hoger niveau te tillen, zodat de vogels optimaal kunnen profiteren van uw inspanningen. Afhankelijk van de mogelijkheden rond corona, gaat het Collectief onder andere verschillende bijeenkomsten organiseren over het beheer. Hierbij kunt u denken aan bijeenkomsten over plasdras, kruidenrijk grasland of het beheer van houtwallen. Houd uw mailbox hiervoor in de gaten!

2022

2021 is het laatste jaar onder het huidige stelsel van het ANLb. Dat betekent dat de huidige contractperiode na dit jaar afloopt. Vanaf 2023 start het nieuwe stelsel voor agrarisch natuurbeheer. Dat betekent dat 2022 een tussenjaar is, waarbij we ervoor kunnen kiezen het huidige beheer te verlengen of te beëindigen. Er zijn dus ook in 2022 mogelijkheden om deel te nemen aan agrarisch natuurbeheer. Ondertussen is CNWO achter de schermen druk bezig om de verlenging het ANLb voor te bereiden. We gaan uit van een duurzame voortzetting van de ANLb-overeenkomsten en willen dit zo optimaal mogelijk regelen voor onze deelnemers. Rond de zomer van 2021 zullen we u hierover nader informeren.

 

Van de voorzitter: drukte in het boerenland

Al vanaf begin februari is er volop activiteit op het boerenland in Noordwest Overijssel. Op veel percelen is (ruige) mest uitgereden en toen er nog ijs in de sloot lag zijn de eerste hooilandpompen al geplaatst. Ook werden nieuwe contracten afgesloten. Verder werd geïnvesteerd in drones, wildcamera’s, nestbeschermingsmateriaal en andere spullen om predatie van weidevogels te beteugelen. Ik kan gerust stellen dat alles in het werk is gesteld om er een succesvol weidevogeljaar van te maken. Op meer dan 50 plaatsen ligt een plasdras, vrijwilligers willen graag helpen de nesten op te sporen met drones, we hebben duizenden hectares agrarisch natuurbeheer liggen en  op de plekken waar het er straks echt om gaat spannen kunnen we nog ‘last minute’ beheer inzetten. Ik ben trots als ik kijk naar de inzet van al deze maatregelen, de inzet van vrijwilligers en ook de professionele krachten. We werken samen keihard aan een optimale leefomgeving voor weidevogels.

Toch is dit nog geen garantie voor succes. Het succes van het broedseizoen 2021 zal worden bepaald door drie belangrijke factoren. De eerste hebben we niet in de hand. Dat is het weer. We kunnen alleen maar hopen dat het weer dit jaar gunstig uitpakt voor het broedsucces en het vliegvlug worden van de pullen. De tweede factor is predatie. We kunnen elkaar en ook de WBE’s goed op de hoogte houden van wat we zien in het veld. Het helpt de WBE’s echt als ze weten welke predatoren de grootste boosdoeners zijn. Zie je kraaien, steenmarters, vossen, hermelijnen die de nesten van weidevogels opvreten, laat het weten. De laatste factor is de mens. Wij moeten weinig in het land lopen om verstoring te beperken en voor bewerkingen de nesten (laten) opzoeken en beschermen. Dit jaar kan de drone hierbij ook een rol spelen.

Ik wens iedereen een prachtig weidevogelseizoen en mooie landbouw- en natuuropbrengsten van het land. Tot slot wil ik u erop wijzen dat wij de geplande ALV tot nader orde uitstellen vanwege de huidige coronasituatie. Wij geven er nadrukkelijk de voorkeur aan om u persoonlijk te ontvangen bij de ALV en we hopen dat dat mogelijk is als we de ALV vooruitschuiven. U wordt hierover nog nader geïnformeerd door het collectief.

GLB-pilot: de resultaten

Iedere nieuwsbrief geven we een update over de GLB-pilot “De kievit als boegbeeld voor vergroening van de melkveehouderij”, een project uitgevoerd door het Collectief. De komende maanden ronden we dit project af, waardoor de resultaten inmiddels bekend zijn.

Tijdens het veldseizoen hebben in alle gebieden vrijwilligers monitoring uitgevoerd. Hierbij hebben ze onder andere gekeken waar kieviten broeden en waar de gezinnen aanwezig waren. Van deze gegevens zijn kaarten gemaakt, waarop ook de ligging van de beheermaatregelen te zien was.

Uit de resultaten blijkt, dat de drassige delen en de plasdrassen een grote aantrekkingskracht hadden op de vogels: hier waren de grootste concentraties te zien. Ook bouwland had, zoals te verwachten, een grote aantrekkingskracht op broedende kieviten. Met name kieviten met kuikens werden regelmatig in de omgeving van de randen aangetroffen. Een aantal keren is waargenomen dat de kuikens ook daadwerkelijk gebruik maakten van de randen om in weg te vluchten.

Alle deelnemers hebben voorafgaand aan het veldseizoen en na afronding van de maatregelen enquêtes ingevuld. De enquêtes gingen onder andere in op de bedrijfsvoering, persoonlijke motivatie en de effectiviteit van de maatregelen.

De maatschappelijke bijdrage die je als bedrijf levert en de waardering vanuit de omgeving werden als meest positief beoordeeld. Ook gaven verschillende deelnemers aan dat ze door de pilot bewuster met de natuur op hun bedrijf omgaan. Vanuit de bedrijfsvoering werden de vergoeding en de toedieningsmogelijkheden van vaste mest als positief genoemd. Wel kostte het meer tijd om de loonwerker of medewerkers te instrueren en waren door de maatregelen meer bewerkingen nodig. De tijdsbesteding voor de uitvoering van de maatregelen bleek in werkelijkheid minder dan vooraf ingeschat.

De persoonlijke motivatie om deel te nemen aan de pilot was vooraf met name de financiële vergoeding. Achteraf bleek de maatschappelijke bijdrage van groter belang voor veel deelnemers. Daarnaast gaf 29% aan dat de motivatie om de kievit te beschermen is toegenomen. Het gros van de deelnemers vond dat met name plasdras een positieve uitwerking heeft op de kievit, gevolgd door het uitrijden van ruige mest. Predatie komt naar voren als de meest negatieve externe factor.

De resultaten van de pilot geven veel informatie, die we communiceren met LNV. De komende tijd wordt de eindrapportage opgesteld, waarin we alle conclusies en aanbevelingen onderbouwen. We hopen hiermee samen met alle deelnemers een positieve bijdrage te hebben geleverd aan het nieuwe GLB.

Subsidie voor verbeteren leefgebied weidevogels toegekend

Afgelopen jaar heeft Collectief Noordwest Overijssel samen met de andere twee Collectieven in deze provincie een grote subsidieaanvraag gedaan voor het verbeteren van het leefgebied van de weidevogels. Eind vorig jaar kregen we bericht dat de volledige aanvraag is goedgekeurd!

Dat betekent dat we aan de slag zijn gegaan met de uitvoering, zodat we komend weidevogelseizoen de eerste vruchten kunnen plukken van deze subsidie. Voorafgaand aan de aanvraag hebben de veldcoördinatoren geïnventariseerd waar maatregelen mogelijk zijn. Hierdoor is er per gebied bekend welke subsidiabele maatregelen uitgevoerd kunnen worden.

In Overijssel worden in totaal 32 nieuwe plasdrassen met bijbehorende pomp aangelegd. De vijzelpompen, die elders in deze nieuwsbrief genoemd worden, konden met behulp van deze subsidie worden aangeschaft. Op drie locaties in Overijssel worden inrichtingsmaatregelen genomen om het waterpeil lokaal te verhogen.

Ook worden 73 pompen aangeschaft voor het vernatten van kruidenrijk grasland en kunnen we op 45 ha randen van kruidenrijk grasland inzaaien met kruidenrijke zaaimengsels. Verder worden meerdere kilometers vossenwerende rasters aangeschaft, zowel om percelen uit te rasteren als om individuele nesten uit te rasteren.

Dit zijn indrukwekkende cijfers en een mooie aanvulling op de vorige subsidieaanvraag die we in 2019 met de andere Collectieven uit Overijssel hebben gedaan. Onder die subsidieaanvraag zijn onder andere 62 plasdrassen aangelegd in de provincie, 21 percelen kruidenrijk grasland vernat en vossenwerende rasters en een aantal weidevogeldrones aangeschaft.

Door alle maatregelen kunnen we grote stappen zetten in het verbeteren van het leefgebied van de weidevogels. Hopelijk gaan deze maatregelen samen met onze gezamenlijke inzet zorgen voor mooie resultaten voor de weidevogels.

Onderzoek functioneren plasdrassen afgerond

In de vorige nieuwsbrief meldden we dat we een onderzoek gingen uitvoeren naar het functioneren van plasdrassen. Inmiddels is dit onderzoek afgerond en willen we graag de resultaten met jullie delen.

In totaal waren er gegevens beschikbaar van 76 plasdrassen binnen het werkgebied van het Collectief. De meeste plasdrassen zijn tijdens het seizoen meerdere keren bezocht en onderzocht. Hierbij is onder andere gekeken naar de oppervlakte, de dichtheid en hoogte van het gewas, de hoeveelheid slik en de aanwezigheid van vogels. Van 31 plasdrassen waren ook gedetailleerde gegevens bekend over de aantallen nesten en weidevogelgezinnen nabij de plasdras. Tot slot zijn diverse experts geraadpleegd over hun ervaringen met het functioneren van plasdrassen.

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er voor het functioneren van plasdrassen in veel gevallen verbetering mogelijk is. Voor het functioneren is het belangrijk om een plasdras te realiseren op een perceel met een lage voedselrijkdom, bij voorkeur op een laagte of op een nattere plek op het perceel. Ook is het van groot belang dat er voldoende water voorhanden is door een aanvoerwatergang met voldoende capaciteit. De inrichting van het perceel lijkt van beperkt belang in tegenstelling tot het vasthouden van water, bijvoorbeeld door het afsluiten van duikers of het dempen van sloten. Plasdrassen zijn het beste te realiseren bij klei op veen. Hoe zandiger hoe minder geschikt vanwege de wegzijging.

In werkelijkheid blijken plasdrassen vaak kleiner te zijn dan ingetekend voor het beheer. Dit is met name het geval bij de grotere plasdrassen en minder bij greppelplasdrassen van een beperkt oppervlak. Een grotere plasdras betekent een hogere vergoeding, maar ook een groter risico dat de plasdras afgekeurd wordt bij controle.

Voor het functioneren van plasdrassen is het van groot belang dat het water de grasgroei kan onderdrukken. Dit kan alleen als de pomp tijdig wordt geplaatst, er bij de start voldoende water aanwezig is in de plasdras en het gewas kort de winter uitkomt. Ook is het hierbij van belang dat de plasdras een beperkte voedselrijkdom heeft, dus dat deze niet of uitsluitend met ruige mest bemest wordt. Zo gauw de vegetatie op of bij de plasdras te hoog en te dicht wordt, is deze ongeschikt voor de vogels.

Kortom, voor een goed functionerende plasdras is vooral van belang dat:

  • Er voldoende water aangevoerd wordt (voldoende beschikbaar uit de aanvoerwatergang en voldoende capaciteit van de pomp)
  • Het water voldoende vastgehouden wordt (beperkte wegzijging en afsluiten van afvoerwatergang)
  • Er laagtes aanwezig zijn, natuurlijk of aangelegd
  • Er geschikt beheer wordt gevoerd: korte vegetatie in februari, pomp tijdig aanzetten en de bemestingsgraad laag

 

 

 

Soort uitgelicht: de wulp

Iedere nieuwsbrief lichten we een soort uit, waar we ons als Collectief met onze leden voor inzetten. Deze keer een soort die binnen Nederland met name in Overijssel broedt, met als belangrijkste bolwerk het Staphorsterveld: de wulp.

De wulp is de grootste weidevogel van Nederland, die met zijn gebogen, lange snavel goed herkenbaar is. Bij vrouwtjes is de snavel zelfs nog langer dan bij mannetjes. De vogel is bruin gevlekt, terwijl de onderzijde van de vleugels vrij wit is. Het trillende geluid van de wulp is erg opvallend en goed herkenbaar. In het broedseizoen is de wulp vooral in het binnenland aanwezig, terwijl de soort in de wintermaanden vooral langs de kust waargenomen wordt.

Wulpen zijn monogaam en erg plaatstrouw, vaak broedt een paartje ieder jaar op nagenoeg dezelfde locatie. Ook broeden ze vaak in de regio waar ze zelf uit het ei gekomen zijn. De broedtijd start rond eind maart. Zowel het mannetje als het vrouwtje bebroeden de drie tot vier eieren, die na 27-29 dagen uitkomen. Wulpenkuikens zijn nestvlieders, die na het uitkomen uit het ei zelf voor hun voedsel moeten zorgen. Na 32-38 dagen zijn de kuikens vliegvlug, afhankelijk van de hoeveelheid beschikbaar voedsel en bijvoorbeeld weersomstandigheden. Het voedsel van deze vogels bestaat tijdens het broedseizoen vooral uit regenwormen en insecten.

In vergelijking met andere weidevogels kunnen wulpen ook in drogere gebieden broeden. Ook broeden ze regelmatig op grotere afstand van elkaar. Dat maakt bescherming door het uitrasteren van percelen tegen predatie door de vos lastiger. Om die reden worden individuele nesten van wulpen regelmatig uitgerasterd met een stroomraster. In met name het Staphorsterveld zijn hier positieve resultaten mee bereikt.

Na het broedseizoen trekken de wulpen weg richting het overwintergebied. De wulpen die bij ons broeden, trekken voornamelijk naar Groot-Brittannië en zuidwest Europa. De wulpen die in de winter langs de Nederlandse kust te zien zijn, broeden in Scandinavië of Rusland.

De wulp kan in vergelijking met veel andere vogels erg oud worden. Afgelopen jaar is een wulp in het Dalfserveld aangetroffen, die 32 jaar geleden als jonge wulp geringd is op 7 km afstand in het Staphorsterveld (zie https://www.vogelbescherming.nl/actueel/bericht/de-oudste-wulp-van-europa-broedt-in-nederland).