Stikstofgevoelige agrarische percelen Aerius verwijderd

Enige tijd geleden ontstond er de nodige ophef, doordat in Overijssel percelen met agrarisch natuurbeheer als stikstofgevoelig waren aangemerkt op kaarten uit Aerius. Dit bleek uiteindelijk niet de bedoeling te zijn en zou gecorrigeerd worden.

Inmiddels heeft de provincie 270 hectare aan agrarische percelen met een stikstofgevoeligheid geschrapt. Voor andere percelen loopt momenteel nog onderzoek naar de stikstofgevoeligheid. De aanpassingen in de kaarten zijn in te zien onder: https://overijssel.notubiz.nl/document/10187126/1/document. De aanpassingen worden eind dit jaar in de nieuwe update van Aerius verwerkt.

 

Predatieonderzoek uitgevoerd

Predatie: een terugkerend onderwerp binnen weidevogelbeheer, waar we ons allemaal zorgen over maken. Niet alleen gaan er vele nesten verloren en worden kuikens opgegeten, ook zorgt predatie voor een demotiverend effect onder boeren en vrijwilligers. In 2021 is er in drie weidevogelgebieden, waaronder twee in het werkgebied van het Collectief, onderzoek uitgevoerd naar de omvang van de nestpredatie en de rol van de verschillende predatoren hierin.

In 2016 en 2017 is ook predatieonderzoek uitgevoerd, waarbij de vos veruit het grootste aandeel had in de predatie van weidevogellegsels. De afgelopen jaren is de vos in veel gebieden actief bestreden. Signalen van boeren, vrijwilligersgroepen en jagers en de aanhoudend hoge predatiedruk geven de indruk dat ook marterachtigen, in het bijzonder de steenmarter, in toenemende mate een rol spelen bij de predatie van weidevogelnesten.

Om die reden is in 2021 een nieuw onderzoek uitgevoerd naar nestpredatie in drie weidevogelgebieden in West-Overijssel. Tijdens dit onderzoek hebben vrijwilligers onder andere wildcamera’s geplaatst bij nesten, zodat de nesten nauwkeurig konden worden gevolgd. Op dit moment zijn nog niet alle resultaten binnen en kunnen dus geen harde conclusies worden getrokken, maar we kunnen wel een eerste beeld vormen.

  • Er zijn meer dan 170 nesten van kievit, grutto en wulp gevolgd.
  • De predatie is in alle drie onderzoeksgebieden fors: circa 50% van de met camera’s gevolgde nesten is gepredeerd.
  • In alle onderzoeksgebieden is de vos vooralsnog de belangrijkste vastgestelde predator. Deze soort was verantwoordelijk voor circa 65% van de gepredeerde nesten.
  • Steenmarter is na vos op dit moment de tweede predator, met grote verschillen tussen de gebieden onderling.
  • Opvallend is dat in één van de gebieden in de loop van het seizoen, na afschot van de aanwezige vossen, de rol van de steenmarter als predator sterk toeneemt.
  • Er zijn sterke geluiden dat de vossenstand in de onderzoeksgebieden in 2021 hoger was dan in eerdere jaren, doordat de soort vanwege de avondklok niet met lichtbak kon worden bejaagd.
  • De rol van overige predatoren lijkt in alle drie de gebieden vooralsnog relatief beperkt.

Met de resultaten van dit onderzoek zetten we bij onder andere de provincie en de FBE (Faunabeheereenheid) in op het verder terugdringen van de predatie. Voor de vos zijn er al mogelijkheden voor bestrijding, maar voor de steenmarter op dit moment nog niet. We dringen samen met de FBE aan op het verkrijgen van ontheffingen voor het terugdringen van de steenmarter in weidevogelgebieden.

Tot slot willen wij van de gelegenheid gebruik maken om de vrijwilligers te bedanken voor hun inzet. Ze hebben ontzettend veel en goed werk geleverd, waardoor het mogelijk was dit onderzoek uit te voeren.

Onderzoek naar functionaliteit plasdras en kruidenrijk grasland

Weidevogelbeheer betekent niet alleen het afsluiten van contracten en het voldoen  aan de voorwaarden. Het betekent ook dat er gestreefd wordt naar in ieder geval een halt toeroepen aan de achteruitgang van de weidevogels en hopelijk zelfs een toename. Om dat voor elkaar te krijgen, is het, naast de voorwaarden van de beheerpakketten, van belang dat de we streven naar goed functionerend beheer.

Het Collectief heeft dit jaar onderzoek gedaan naar de kwaliteit van nieuwe plasdrassen en van kruidenrijk grasland. De resultaten van deze onderzoeken worden nog geanalyseerd, maar we hebben al wel een eerste indruk van de resultaten en die willen we graag met u delen.

Plasdras

Voortbordurend op het plasdrasonderzoek in 2020 is in 2021 de ontwikkeling van de nieuw gerealiseerd plasdrassen gevolgd.  Hierbij is bijvoorbeeld gekeken naar de hoeveelheid water en hoe goed het water vastgehouden wordt, hoe de vegetatie zich ontwikkelt en hoe de vogels hier op reageren. Dit onderzoek bevestigde het belang van voldoende water en een korte vegetatie. De best functionerende plasdrassen hadden bij de start van de plasdras, 15 februari, een korte vegetatie en bevatten veel water per oppervlakte-eenheid, dat al vroeg in het jaar volop in de plasdras aanwezig was. Op die manier wordt de vegetatiegroei geremd en blijft de plasdras lang geschikt. De plasdras hoeft niet groot te zijn, als er maar voldoende water en weinig vegetatie is.

Kruidenrijk grasland

Voor kruidenrijk grasland zijn nagenoeg 50 beheereenheden onderzocht op geschiktheid voor kuikens, waar kruidenrijk grasland binnen ANLb voor bedoeld is. Goed ontwikkeld kruidenrijk grasland bevat veel soorten kruiden en structuurrijke grassen (15 soorten per 25m2) en bestaat voor ongeveer helft van de dichtheid uit kruiden en de andere helft uit grassen. De kruiden trekken volop insecten aan, die voedsel vormen voor de kuikens. Daarnaast is de vegetatie open, zodat de kuikens er makkelijk doorheen kunnen lopen. Ook is er een verscheidenheid aan structuur, met onder andere hoge pollen waar kuikens in kunnen schuilen.

Van de onderzochte percelen bleek slechts één perceel zich nagenoeg te kwalificeren als kruidenrijk grasland. Van de overige, soortenarme percelen, waren acht percelen vanaf half mei nog structuurrijk met een vrij open vegetatie. Deze percelen zijn daardoor op dat moment nog geschikt voor kuikens om doorheen te lopen en te schuilen. In ruim de helft van de gevallen was de vegetatie echter zo dicht en begon een groot deel van de vegetatie al vroeg te legeren dat deze percelen vanaf half mei niet (meer) functioneren als kuikenland. Op veel van deze percelen met een dichte vegetatie werden helemaal geen vogels aangetroffen. Percelen waar wel vogels in of bij werden aangetroffen, bevonden zich in de meeste gevallen binnen mozaïek aan beheer met plasdras met voldoende water en rustperiode na voorweiden.

De komende tijd worden de resultaten verder geanalyseerd. Hierop vooruitlopend kunnen we al wel de conclusie trekken dat, om kruidenrijk grasland te laten functioneren als kuikenland, er werk aan de winkel is om de kwaliteit te verbeteren.

 

Mogelijkheden inrichting plasdras en doorzaaien kruidenrijk grasland

Het is voor deelnemers aan weidevogelbeheer mogelijk om plasdrassen aan te leggen en kruidenrijke mengsels in te zaaien in kruidenrijk grasland. De komende tijd willen we ons hier dan ook voor inzetten, zodat dit geregeld is voordat het najaar begint. Hiervoor hanteren we enkele voorwaarden, waarover we graag een toelichting geven.

Collectief Noordwest Overijssel heeft subsidieaanvragen gehonoreerd gekregen, waarover we u eerder verteld hebben in de nieuwsbrief. Binnen deze subsidieaanvragen zijn er onder andere mogelijkheden voor het inrichten van plasdrassen en het in- of doorzaaien van kruidenrijke mengsels in kruidenrijk grasland. Het beschikbaar aantal nog aan te leggen plasdrassen en de hoeveelheid beschikbaar zaaimengsel verschillen per gebied. U kunt hier als deelnemer wellicht gebruik van maken. Om in aanmerking te komen voor deze inrichtingsmaatregelen gelden enkele basisvoorwaarden:

  • Er zijn voorwaarden met betrekking tot de locatie en de inrichting, zodat de plasdras zo functioneel mogelijk is voor de weidevogels. Na het inrichten van de plasdras komt deze onder het ANLb te vallen.
  • Voor het in- of doorzaaien van kruidenrijke mengsels geldt dat deze alleen ingezaaid kunnen worden op percelen die duurzaam onder kruidenrijk grasland vallen. De zaaimengsels zijn dusdanig gekozen dat deze bij uitstek geschikt zijn voor het realiseren van opgroeigebied voor kuikens. Dat wil zeggen dat ze bijdragen aan een open structuur, goede doorwaadbaarheid en met van oudsher voorkomende kruiden waar veel insecten op af komen.
  • Bij het zaaien is het van belang dat de percelen behoorlijk verschraald zijn, om de kans van slagen te vergroten. Om die reden wordt vooral ingezet op het in-/ doorzaaien van randen, omdat randen over het algemeen meer verschraald zijn en de invloed van water daar groter is.
  • Wanneer kruidenrijk grasland gecombineerd wordt met bijvoorbeeld vernatting van het perceel (al dan niet i.c.m. plasdras) of hoogwaterpeil is de kans van slagen groter. Deelnemers die kruidenrijk grasland combineren met vernatting krijgen dan ook voorrang.
  • Van deelnemers wordt voor de zaaimengsels een (beperkte) eigen bijdrage verwacht, afhankelijk van de benodigde kilo’s zaaimengsel.

Voor meer informatie over de mogelijkheden en voorwaarden kunt u contact opnemen met uw veldcoördinator. Wij kunnen u niet op voorhand garanderen dat uw aanvraag ook daadwerkelijk gehonoreerd kan worden, maar gaan hierover graag met u in gesprek.

Soort uitgelicht: scholekster

Iedere nieuwsbrief lichten we een soort uit, waar we ons als Collectief met onze leden voor inzetten. Deze keer weer een weidevogelsoort, die graag broedt op bouwland en percelen met weinig vegetatie: de scholekster.

De scholekster is misschien wel het makkelijkst te herkennen van alle weidevogels: een grote zwart witte steltloper met een lange, oranje snavel en oranje poten. Rond de ogen is een oranje ring aanwezig. Ook het geluid van de scholekster is goed herkenbaar: piet – te – piet, waar de bijnaam Bonte Piet vandaan komt.

De scholekster komt jaarrond veel langs de kust voor, waar hij schelpdieren, vooral kokkels, eet. In het binnenland eet deze soort wormen, emelten en insecten. De snavel past zich hierbij aan het voedsel aan: wanneer de scholekster kokkels eet (vooral in de winter), is de snavel stomper dan wanneer hij wormen, insecten en emelten eet.

Alleen tijdens het broedseizoen wordt de scholekster ook in het binnenland aangetroffen. In de winter trekken deze vogels naar de Nederlandse kust, of verder richting Zuidwest Europa. Het nest is een eenvoudig kuiltje in de kale grond, eventueel met wat stro. De scholekster broedt niet alleen op bouwland of kale weilanden, ook op bijvoorbeeld platte daken op bedrijventerreinen worden ze regelmatig broedend aangetroffen.

De scholekster broedt vrij laat, van half april tot eind juni worden nesten aangetroffen. De soort legt drie of vier eieren, die uitkomen na 24-27 dagen. Net als bij de andere weidevogels zijn de jongen nestvlieders, maar de scholekster is de enige weidevogel die de kuikens vervolgens voert. Dit gaat lang door, het is zelfs mogelijk dat vliegvlugge jongen nog gevoerd worden door hun ouders. De kuikens zijn in maximaal vijf weken vliegvlug.

Deelnemer uitgelicht: Wout en Gerrie Boer

Deelnemer uitgelicht: Wout en Gerrie Boer

In elke nieuwsbrief lichten we een deelnemer aan het ANLb uit. Wat voor beheer heeft deze deelnemer? Wat zijn de drijfveren om mee te doen? Welke aanpassingen in de bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te doen? Voor deze nieuwsbrief waren we uitgenodigd om een kijkje te nemen bij het beheer van Wout en Gerrie Boer in Giethoorn. Ook vrijwilliger Hendrik Vaartjes is bij het veldbezoek aanwezig.

Type bedrijf: zoogkoeien en schapen

Aantal stuks vee: 30 koeien, inclusief kalveren en circa 100 schapen, inclusief lammeren

Aantal hectares: circa 40 ha grasland, waarvan het grootste deel onder beheer valt


Hoe lang doe je al aan weidevogelbeheer?

In 1985 hebben we het bedrijf van mijn vader, die ook al aan weidevogelbeheer deed, overgenomen en vanaf dat moment doen we aan weidevogelbeheer. Destijds waren er al subsidiemogelijkheden, waarbij de ambtenaren bij ons op het bedrijf kwamen. We kregen toen het beheer uitbetaald uit de Rijksschatkist Utrecht. In de tijd dat wij het bedrijf overnamen, waren er geen sloten meer aanwezig. Inmiddels zijn er wel weer sloten en dammen aangebracht, waardoor het gebied natter is geworden.

Welke pakketten heb je afgesloten binnen ANLb?

Op bijna alle percelen is beheer afgesloten. We hebben plasdras tot 15 juni, kruidenrijk grasland, grasland met rustperiode tot 15 juni en extensief beweid grasland. Daarnaast rijden we ruige mest uit en wanneer het nodig is, worden de rustperiodes met last minute beheer verlengd. In totaal hebben we vier plasdrassen, die grote aantallen vogels aantrekken en voor mooie resultaten zorgen. Voor die plasdrassen hebben we zeventien jaar gestreden, het was steeds niet mogelijk. Toen het Collectief kwam, was het eindelijk mogelijk om de plasdrassen ook daadwerkelijk aan te leggen.

Wat zijn je drijfveren om mee te doen met ANLb?

Al toen ik kind was, hield ik van de weidevogels. Toen ik het bedrijf van mijn vader overnam, wist ik dan ook dat ik mijn bedrijfsvoering wilde aanpassen aan de weidevogels. Mijn bedrijf is altijd extensief geweest, wat met zoogkoeien ook goed uitvoerbaar is. De eerste keer maaien doe ik altijd laat, meestal in juli pas. Daarnaast was de beweiding altijd extensief, zodat er geen vertrapping van de nesten plaatsvindt.  

Veel deelnemers onderstrepen het belang van vrijwilligers. Hoe ziet bij jullie de samenwerking tussen boer en vrijwilliger eruit?

Zonder vrijwilligers wordt het een stuk lastiger om beheer uit te voeren. Voor ons is het van belang om te weten hoeveel vogels er broeden en waar ze broeden. Hiermee kunnen we de resultaten laten zien. Vrijwilliger Hendrik speelt hierbij een belangrijke rol. Onze percelen zijn alleen over het water bereikbaar, waardoor we in vergelijking met andere gebieden weinig predatie hebben. Op een dam die toegang biedt tot de percelen hebben we samen met de vrijwilliger een flexinet geplaatst, in de hoop marters daarmee tegen te houden.

Hendrik: Vanaf begin maart tot half juni ben ik iedere week aanwezig om nesten en gezinnen te tellen. De kievit komt in grote aantallen voor, met dit jaar bijna 40 nesten, gevolgd door de tureluur met ruim 20 nesten. Ook soorten als grutto, wulp, scholekster, slobeend, gele kwikstaart en graspieper broeden volop. De plasdrassen trekken vele vogels aan en vandaag zien we ook weer verschillende kuikens op de slikranden van de plasdrassen. Het is het mooiste als er kuikens rondlopen en deze vliegvlug worden: dan zie je waar je het voor doet.

Welke aanpassingen in jouw bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te kunnen doen?

Omdat we altijd aan beheer doen, zijn er eigenlijk geen aanpassingen in de bedrijfsvoering. Ons bedrijf is ingericht op weidevogelbeheer, dus we weten niet beter. Tijdens het broedseizoen controleer ik dagelijks de pompen, zodat er geen storing ontstaat en de plasdrassen nat blijven. De pompen kan ik alleen per boot controleren, dus het kost wel wat tijd. Wanneer ik ga maaien, laat ik altijd de buitenste randen staan, zodat er nog wat overblijft voor de hazen en de insecten. Ook voor de graspiepers zijn lange pollen van belang. Verder zorg ik dat de vegetatie kort de winter ingaat, zodat het gras in het voorjaar kort en structuurrijk blijft voor de vogels.

Wat hoop je te bereiken met deelname aan weidevogelbeheer?

Dat we nog heel lang kunnen genieten van de vogels en dat het goed blijft gaan. We behalen in ons gebied mooie resultaten met weidevogelbeheer. Er worden veel jongen vliegvlug en daar doe je het voor.

Welke tips over weidevogelbeheer heb je voor andere deelnemers?

– Rijd ruige mest uit in augustus. Doordat het bij ons nat is, kunnen we dit niet voor de rustperiode doen. Ik heb gemerkt dat het ook beter is voor de vogels als je in het najaar uitrijdt. Noot van de redactie: uit onderzoek van Jeroen Onrust blijkt dat er in het voorjaar meer wormen beschikbaar zijn als de ruige mest laat (in het voorjaar) wordt uitgereden. De wormen blijven zonder bemesting hongerig, waardoor ze meer aan de oppervlakte aanwezig zijn en dus makkelijker bereikbaar zijn voor de weidevogels.

– Zorg ervoor dat het gewas op beheerpercelen kort de winter in gaat, zodat het ook kort is als het weidevogelseizoen start. De plasdrassen functioneren veel beter met meer water en slikranden. Ook blijft het gewas op de percelen met een rustperiode dan langer open en structuurrijk en daarmee geschikt voor de kuikens.

– Laat randen langs de percelen staan als je gaat maaien. Hazen en insecten maken hier dankbaar gebruik van.

– Controleer regelmatig of de pomp van de plasdras nog werkt. Als je er te laat achter komt en de plasdras valt droog, dan is deze daarna bijna niet meer nat te krijgen.

– Kopieer wat anderen al eerder deden, bijvoorbeeld voor de inrichting van een plasdras. Het is niet nodig om het wiel opnieuw uit te vinden.

 

Voorstellen: Hendrik Vaartjes, nieuw bestuurslid CNWO

Mijn naam is Hendrik Vaartjes, geboren op 14 september 1959, opgegroeid op een melkveebedrijf in Giethoorn aan de Kanaaldijk en sinds 1995 woonachtig te Kallenkote. Ik heb de HAVO in Steenwijk gevolgd en daarna de HTS in Zwolle richting elektronica.

Hierna in de computerwereld terecht gekomen en 42 jaar met veel plezier gewerkt bij Wehkamp als computerprogrammeur en ontwerper. Op 01-10-2021 stop ik met werken bij Wehkamp, waardoor meer tijd vrijkomt voor het uitvoeren van mijn hobby’s. Daar zijn de weidevogels er zeker één van.

Ik heb altijd (en nog steeds) een brede interesse gehad in de agrarische sector en specifiek in water- en weidevogels.  Mijn vader heeft mij veel geleerd van het natuurlandschap met bijbehorende vogels in het nu geheten Nationaal park “Weerribben-Wieden”.

De laatste zes jaren ben ik actief als vrijwilliger voor het Collectief om de weidevogels te tellen op de percelen van de heren Wout Boer en Hendri Doze in de Auken van Giethoorn. Sinds september 2020 ben ik secretaris van ANV De KAN (Kopse Agrarische Natuurvereniging). Deze functie met veel administratieve werkzaamheden voer ik met veel plezier uit. Sinds kort ben ik het nieuwe bestuurslid van het Collectief.

Een ander hobby van mij is sportief bezig zijn. Ik mag graag schaatsen en race fietsen. In het verleden was ik actief marathonschaatser en heb meegedaan aan de wedstrijd van de Elfstedentocht in 1985 en aan de wedstrijd van de Hollands Venetiëtocht. Daarnaast kun je mij soms zien als schipper op een rondvaartboot in Giethoorn. Hier kan ik veel over Giethoorn vertellen aan de gasten, alsmede ook over de “ins en outs” van het Nationaal park Weerribben-Wieden.

Met vriendelijke groeten,

Hendrik Vaartjes

Voorbereidingen op het verlengen van beheercontracten voor 2022

Het huidige ANLb loopt eind dit jaar ten einde en dat geldt ook voor bijna alle huidige beheercontracten die we met u afgesloten hebben. Vanaf 2023 start het nieuwe stelsel voor agrarisch natuurbeheer, tegelijk met het nieuwe GLB. Dit betekent dat er voor het ANLb één transitiejaar komt: beheerjaar 2022. In dit overgangsjaar blijven de huidige budgetten, de omvang aan beheer per leefgebied en de beheervergoeding per beheerpakket gelden.

Voor het overgrote deel van de huidige contracten is het mogelijk om deze met één jaar te verlengen en daarmee het huidige beheer voort te zetten in 2022. We gaan uit van een duurzame voortzetting van de huidige contracten en willen dit zo optimaal mogelijk regelen voor onze deelnemers.  Momenteel werken wij de stappen uit voor deze verlenging naar 2022. Naar verwachting ontvangt u in juli een bericht van ons per e-mail (indien u geen e-mail heeft per post) met een voorstel voor het nieuwe contract. U controleert dit nieuwe contract en geeft bij ons aan of u dit al dan niet wilt verlengen voor 2022. Vervolgens zorgen wij ervoor dat alles geformaliseerd wordt en kunt u uw beheer in 2022 uitvoeren op de afgesproken wijze.

Beheerjaar 2021: hoe verliep het weidevogelseizoen?

Inmiddels is het weidevogelseizoen weer nagenoeg voorbij. De rustperiodes zijn geëindigd op een enkel perceel met last minute beheer na. Veel vogels zijn weer vertrokken en de laatste kuikens worden vliegvlug. Tijd om terug te blikken op het weidevogelseizoen van 2021.

Het voorjaar was koud en nat, waardoor de grasgroei laat op gang kwam. Voor de weidevogels was de trage grasgroei een uitkomst. Maar voor de vroege kievitkuikens was de kou wel een uitdaging, want hoe blijf je warm onder je moeder als je eigenlijk de hele dag insecten moet eten, terwijl diezelfde insecten er door de kou nauwelijks zijn? In verschillende gebieden begonnen de grutto’s en de tureluurs dit jaar later met broeden, waarschijnlijk ook vanwege de kou.

Toen de warmte kwam, schoot het gras de lucht in. Dit zorgde voor de nodige dekking voor kuikens, maar ook dat bepaalde percelen kruidenrijk grasland en uitgesteld maaien al snel te dicht werden voor diezelfde kuikens. Op locaties waar mooie mozaïeken van beheer waren met onder andere plasdras, voorweiden, extensief weiden en kruidenrijk grasland ontstonden mooie leefgebieden voor de kuikens. Dit waren ook de locaties waar de meeste vogels aanwezig waren. Het belang van een afwisselend mozaïek wordt hiermee duidelijk onderstreept!

Als gevolg van de avondklok was het niet mogelijk om vossen te bestrijden met een lichtbak. Dit resulteerde in verschillende gebieden bij aanvang van het seizoen in flinke predatie door de vossen. De resultaten van dit weidevogelseizoen lijken dan ook wisselend: uit gebieden met weinig predatie komen geluiden dat er veel kuikens vliegvlug zijn geworden. In gebieden met veel predatie zijn beduidend minder kuikens vliegvlug geworden. Desondanks kan gelukkig gesteld worden, dat over de hele linie de resultaten beter lijken dan afgelopen jaar.

Prachtige resultaten rondom plasdrassen

Voor de meeste weidevogels was het geen slecht voorjaar. Vooral rondom de plasdrassen zijn heel wat jonge grutto’s, kieviten, tureluurs en wulpen geboren en opgegroeid. De weersomstandigheden waren in de tweede helft van het voorjaar vrij gunstig. Toen 15 juni in beeld kwam begon het bij menig deelnemer te kriebelen. De weersomstandigheden zouden nog een paar dagen goed blijven en daarna werd veel regen voorspeld. Zo is er rondom 15 juni buitengewoon veel gras gemaaid en verreweg het meeste gras is ook mooi voor de regen van het land gehaald. Het blijft voor deelnemers een behoorlijke uitdaging om de mogelijkheden van agrarische natuurbeheer optimaal in te passen in de bedrijfsvoering. Wat voor de weidevogels goed is, is niet altijd goed voor de koe. Onze veldcoördinatoren willen hierin graag meedenken. Telkens weer blijkt dat variatie een zeer bepalende succesfactor is. Dit betekent feitelijk dat weidevogels het beste gedijen bij deelnemers die  een plasdras hebben, doen aan voorbeweiding, percelen extensief beweiden, kruidenrijke weilanden (minimaal 15 kruiden en/of grassen) hebben en met verschillende verlate maaidatums (zoals 1 en 15 juni) werken. Daarnaast is passie voor weidevogels en natuur ook een sleutelbegrip. Ik wil alle deelnemers en vrijwilligers weer bedanken voor hun inzet en betrokkenheid in het afgelopen weidevogelseizoen.

Als we vooruit kijken dan liggen er de komende maanden nieuwe uitdagingen op tafel. Zo zitten we aan tafel als er gesprekken plaatsvinden over het nieuwe GLB, het Nationaal Strategisch Plan, de gebiedsgerichte aanpak Stikstof en zijn we in afwachting van beschikkingen aangaande twee ingediende pilots (Natura-2000 en Veenweide).

Met een hartelijke groet

Uw voorzitter

Cor Pierik