Enquête agrarisch natuurbeheer: Hoe denken agrariërs in Overijssel over agrarisch natuurbeheer?

Er is een groeiende belangstelling voor agrarisch natuurbeheer en het versterken van biodiversiteit op landbouwbedrijven. Om hier naar de toekomst toe goed op in te spelen, wil onder andere de provincie Overijssel graag meer weten over hoe agrariërs denken over het inpassen en het uitvoeren van agrarisch natuurbeheer op het bedrijf.

Arnold Kaashoek (Universiteit Twente, student bestuurskunde) voert het onderzoek uit en heeft in overleg met betrokken partijen een enquête opgesteld. Wij nodigen u graag uit om deze enquête in te vullen via https://utwentebs.eu.qualtrics.com/jfe/form/SV_1NOGI8SEPFR41sV. Het invullen van de enquête duurt ongeveer 5 minuten en kan tot en met 6 december.

De resultaten van de enquête worden later via de nieuwsbrieven van de agrarische collectieven van Overijssel verspreid. Voor vragen kunt u contact opnemen met Arnold Kaashoek via [email protected] of via tel. 038 499 7654.

Ton Fleer stopt als veldcoördinator ANLb

Veldcoördinator Ton Fleer is per 1 oktober 2019 gestopt met de werkzaamheden voor ANLb binnen Collectief Noordwest Overijssel. Ton heeft aangegeven na ruim vier jaar voor het collectief, en vele jaren voor de Kopse Agrarische Natuurvereniging, werkzaam te zijn geweest, een stap terug te willen doen. Klaas Eker en Egbert Wever nemen de taken en gebieden over waar Ton als veldcoordinator werkzaam was.

Klaas Eker is sinds begin 2018 aan het collectief verbonden als veldcoordinator binnen het werkgebied van de Kopse Agrarische Natuurvereniging. Egbert Wever is sinds 2017 veldcoordinator in het Staphorsterveld en binnen ANV Horst en Maten. Klaas Eker richt zich primair op de Droge Dooradering en het weidevogelbeheer in en rondom de Wieden (Barsbekerbinnenpolder, De Bramen, Giethoorn en Leeuwterveld). Egbert Wever neemt voorlopig de overige weidevogelgebieden in Steenwijkerland voor zijn rekening. Mogelijk dat u dus vanaf nu met een andere veldcoordinator in contact komt.

Ton rondt de komende maanden nog enkele lopende projecten buiten ANLb af. Wij waarderen het daarbij zeer dat Ton de komende tijd op de achtergrond zijn kennis, ervaring en netwerk beschikbaar wil stellen voor Klaas en Egbert.
Ton, namens het Collectief heel erg bedankt voor je inzet en je gedrevenheid!

Nieuw beheerpakket: ontwikkeling kruidenrijk grasland (A41)

Door de toenemende aandacht voor kruidenrijk grasland en het belang voor weidevogels worden steeds meer graslandpercelen aangeboden voor ANLb-kruidenrijk grasland. Veel van deze percelen betreffen hoogproductieve graslanden. Het instellen van een rustperiode tot 15 juni resulteert hierbij vaak in een kruidenarme, zware snede die al vroeg in het seizoen gaat legeren en daardoor weinig geschikt is voor weidevogels. Na enkele jaren schieten deze percelen in een fase met dominante grassoorten, zoals witbol. Dit is zowel ongewenst voor de weidevogel als voor u als deelnemer.

In het nieuwe beheerpakket wordt gestreefd naar ontwikkeling van kruidenrijk grasland ten behoeve van weidevogels. Er wordt niet bemest en vroeg en vaak gemaaid (en maaisel afgevoerd), zodat er veel biomassa wordt verwijderd. Het tijdstip van de eerste maaisnede hangt af van de uitgangssituatie. Door het beheer wordt de biomassa productie in een aantal jaren naar beneden gebracht en ontstaat er een structuurrijke zode, waar kruiden meer kans hebben. In zo’n grasland hebben weidevogelkuikens een grotere overlevingskans dan in de uitgangssituatie van het grasland. Daarnaast is het gewas na de rustperiode ook nog goed bruikbaar in uw bedrijfsvoering. Een win-win situatie dus voor zowel de agrariër als de weidevogels.
Binnen het ontwikkelingspakket zijn verschillende varianten mogelijk afhankelijk van de uitgangssituatie van het perceel en de aanwezigheid van broedvogels. Het kan zowel toegepast worden bij nieuwe beheereenheden als bij bestaand beheer.

Mocht u interesse hebben in dit pakket, dan kunt u zich melden bij uw veldcoördinator (https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/organisatie/werkorganisatie/).

Onderhoud landschapselementen

Elk landschapselement heeft een optimaal onderhoudsmoment. Struweelranden kunnen het best in de late zomer of het vroege najaar gemaaid worden, omdat de insecten die daarin leven op dat moment nog erg mobiel zijn. Hetzelfde geldt voor onderhoud aan poelen. Vanaf 1 oktober mag het onderhoud aan houtachtige elementen weer uitgevoerd worden. Zo kunnen de knotbomen, houtwallen en hoogstamboomgaarden weer gesnoeid worden. Het onderhoud dient plaats te vinden voor 15 maart.

Beheer van landschapselementen is onderdeel van het beheercontract en de bijbehorende beheervergoeding. Het Collectief dient op jaarbasis voldoende oppervlakte aan beheermeldingen in te dienen bij RVO om kortingen te voorkomen. De afgelopen jaren is er al op verschillende plekken beheer uitgevoerd. Tegelijkertijd ligt er nog steeds een grote beheeropgave.

Verschillende deelnemers zullen hiervoor binnenkort benaderd worden om dit onderhoudsseizoen groot onderhoud uit te voeren. Mocht u niet benaderd zijn voor het plegen van groot onderhoud, maar wilt u toch het element graag snoeien dit seizoen? Dan kunt contact opnemen met de veldcoördinator van uw regio (https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/organisatie/werkorganisatie/). Als u (groot) onderhoud aan landschapselementen uitvoert, dient u dit binnen 7 dagen na uitvoering bij de veldcoördinator te melden.

Kennisbijeenkomst kruidenrijk grasland

Kruidenrijk grasland leeft onder agrariërs en is van essentieel belang voor onder andere weidevogels. Het realiseren ervan levert echter veel vragen en hoofdbrekens op. Om die reden organiseerden Collectief Noordwest Overijssel en Vereniging Weidevogelbescherming Staphorsterveld e.o. op 18 september jl. een kennis- en praktijkbijeenkomst over het ontwikkelen van kruidenrijk grasland binnen agrarisch natuurbeheer (ANLb). Bijna 50 aanwezigen waaronder agrariërs, bestuurders, vrijwilligers, TBO’s, medewerkers van collectieven en zuivelpartijen verzamelden zich bij ANLb-deelnemer Willem Courtz.

Allereerst nam Wim Schippers, expert op het gebied van het ontwikkelen van kruidenrijk grasland, de aanwezigen mee in de verschillende ontwikkelingsstadia van kruidenrijk grasland op regulier bemest agrarisch grasland. In eerste instantie is het belangrijk om het perceel te verschralen. Dat betekent dat bemesting stopt en dat er vanaf eind april regelmatig gemaaid wordt. In een volgend stadium wordt er eind mei gemaaid om te voorkomen dat er dominantie van bepaalde grassoorten, zoals witbol, ontstaat. Wanneer dit stadium doorbroken wordt, is de kans groot dat er kruidenrijk grasland ontstaat wat vanaf half juni of later gemaaid wordt. Maatwerk is hierbij belangrijk. Als er in de directe omgeving geen of onvoldoende zaadbronnen aanwezig zijn, kan het noodzakelijk zijn om in te zaaien. Het beste kunnen hiervoor zaaimengsels uit bronterreinen worden gebruikt, bij voorkeur bronterreinen in de omgeving van het perceel. Ook zijn geschikte mengsels te koop, maar daarbij moet goed gelet worden op de samenstelling en herkomst van de kruiden. Veel van deze kruidenmengsels bestaan uit vermeerderde soorten die afwijken van de inheemse soorten en daardoor minder bijdragen aan het stimuleren van biodiversiteit en het vaak niet lang volhouden op de ingezaaide percelen.

Regionaal coördinator Joachim van der Valk sprak over de nieuwe ANLb-beheerpakketten voor het ontwikkelen van kruidenrijk grasland. Deze pakketten maken maatwerk mogelijk, doordat er eerder gemaaid kan worden dan bij het reguliere beheerpakket kruidenrijk grasland. Elders in deze nieuwsbrief vindt u een nadere beschrijving van deze pakketten. Binnen het ANLb is het vanaf 2020 mogelijk om deze pakketten af te sluiten.

Na het theoretische gedeelte zijn de aanwezigen het veld ingegaan voor een praktijkdemonstratie op een perceel van ANLb-deelnemer Koob Russcher. Op het demonstratieperceel wordt geëxperimenteerd met het ontwikkelen van kruidenrijk grasland via verschraling in combibinatie met doorzaai met een kruidenrijk mengsel. Een deel van het perceel werd tijdens de demonstratie met een zaaimachine ingezaaid en een ander deel is door de aanwezigen met de hand ingezaaid. Het komende jaar volgen we de ontwikkelingen op het perceel.
De geslaagde middag werd met een borrel afgesloten.

Extra agrarisch natuurbeheer voor 2020

In de vorige nieuwsbrief stond een artikel over de gebiedsaanvraag 2020 en de mogelijkheden voor voorintekening. Inmiddels is de voorintekening volop gaande. In de voorintekening kunt u uw interesse voor deelname aan het agrarisch natuurbeheer vanaf 2020 kenbaar maken aan het collectief. Wilt u extra beheer afsluiten? Neem dan voor eind van dit jaar rechtsreeks contact op met de veldcoördinatoren in uw regio(https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/organisatie/werkorganisatie/). U kunt uw interesse ook kenbaar maken via het secretariaat van het collectief ([email protected]). U wordt daarna doorgestuurd naar de betreffende veldcoordinator.

 

Voor “open grasland” (weidevogelbeheer) zijn er nog mogelijkheden voor bijvoorbeeld plasdrassen, rustperiode op grasland met voorweiden en de ontwikkeling van kruidenrijk grasland.
Voor “droge dooradering” (landschapselementen en botanisch beheer) wordt vooral ingestoken op de combinatie van landschapselementen (bijv. houtwallen of poelen) en bloemrijke grasland- en akkerranden voor soorten als kamsalamander en steenuil. Ook de aanleg van wintervoedselveldjes voor overwinterende soorten, zoals geelgors, behoort tot de mogelijkheden. Een overzicht van de beheerpakketten met de bijbehorende beheervergoedingen vindt u op de site van het collectief https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/anlb-2016-2021/documenten/.

GLB-pilot: voorbereidingen voor veldseizoen

In de vorige nieuwsbrief hebben we de GLB-pilot “De kievit als boegbeeld voor vergroening van de melkveehouderij” beschreven. De afgelopen tijd hebben we met verschillende partijen, waaronder diverse agrariërs, maatregelen ontwikkeld, deelgebieden geselecteerd en de rol van het Collectief uitgedacht.
Volgend jaar worden de ontwikkelde aanpak en de maatregelen getest in vier verschillende deelgebieden, namelijk in Tolhuislanden, Mastenbroek, Kallenkote en Wijthmen. De gebieden verschillen onderling in onder andere bodemsoort en grondgebruik om zo representatief te zijn voor groot deel van de melkveehouderij in Nederland. Ook wordt er in deze pilot de verbinding met ANLb onderzocht. Zo is in één deelgebied geen weidevogelbeheer onder ANLb mogelijk en in één deelgebied is binnen ANLb alleen beheer gericht op kieviten mogelijk. In de andere twee deelgebieden is regulier weidevogelbeheer onder ANLb mogelijk.
Er zijn verschillende maatregelen ontwikkeld voor de kievit in het bijzonder en voor biodiversiteit in het algemeen. Om mee te doen aan de maatregelen binnen de pilot kunnen deelnemers kiezen uit kievitpakketten met maatregelen die voor veel agrariërs vrij makkelijk in te passen zijn. Deze maatregelen bestaan bijvoorbeeld uit randenbeheer, instandhouding van drassige locaties en het opbrengen van ruige stalmest. De deelnemers zijn vrij in het bepalen van de locaties en de vorm van deze maatregelen. Het Collectief adviseert hierbij op hoofdlijnen.
Wanneer er binnen het pilotgebied budget overblijft, kunnen maatregelen met een grotere impact op de bedrijfsvoering, maar met veel winst voor de kievit (zogenaamde mozaïekpakketten), in overleg met het Collectief gerealiseerd worden op een optimale plek. Voorbeelden van deze maatregelen zijn plasdras en kruidenrijk grasland. Het Collectief stemt bij de mozaïekpakketten de locaties en de samenhang van het beheer af met de betreffende agrariërs. De sturing van het Collectief is hierbij belangrijk: een plasdras naast een bosje heeft voor de kievit geen meerwaarde.
Binnenkort zijn er informatiebijeenkomsten in de deelgebieden en start het werven van deelnemers.

Weidevogeldrones vliegen volop binnen Collectief Noordwest Overijssel

Sinds het voorjaar van 2019 beschikt het Collectief Noordwest Overijssel over een extra Weidevogeldrone, waardoor er nu twee Weidevogeldrones zijn om nesten en kuikens op te sporen en ze zo beter te kunnen beschermen. Vanwege deze nieuwe drone zijn er dit voorjaar vier nieuwe Weidevogeldronepiloten opgeleid. Binnen het Collectief zijn nu in totaal acht vrijwilligers actief.

De werkwijze met de drone is dit jaar verbeterd ten opzichte van vorig jaar. Vorig jaar werden de met warmtebeeldcamera verzamelde beelden achteraf geanalyseerd met speciaal hiervoor ontwikkelde software. In de loop van het seizoen bleek dit niet het gewenste resultaat op te leveren.
Dit jaar is er real-time naar nesten gezocht. Dit houdt in dat er met de drone gezocht wordt naar nesten, waarbij er direct een digitaal label aan het nest wordt gehangen. Naast de dronepiloot is er een zogenaamde sensorbedienaar aanwezig, die beoordeelt of de gevonden warmtebron daadwerkelijk een nest betreft.
Na de landing worden de gelabelde nesten automatisch via internet op een website geplaatst. Hierdoor is meteen online te zien waar welk nest ligt en welk label het nest heeft. Het is dus gelijk duidelijk hoeveel nesten er zijn en er kan eenvoudig met de boer gecommuniceerd worden over de stand van zaken op het perceel.
Met behulp van een smartphone kan er genavigeerd worden naar het nest en kunnen er waar nodig stokken bij geplaatst worden. Deze werkwijze blijkt vele malen effectiever en we horen hiervan goede verhalen uit het veld.

Met een nieuw systeem en nieuwe apparatuur zijn er altijd wat opstartproblemen, maar na verloop van tijd kwamen verschillende succesverhalen binnen. Zo zijn er al vele nesten opgespoord binnen het werkgebied van Camperland. Droneteam Arnita en Jules vonden nesten van onder andere tureluur, scholekster, grutto en zelfs een klein nestje van een rietgors. Ondanks het lange gras slaagden ze erin het nest met vijf eieren met de drone en vervolgens in het veld te vinden.

Ook in het gebied van Tolhuislanden zijn er mooie resultaten geboekt met behulp van de Weidevogeldrone. Droneteam Marinus en Jentien hebben bijvoorbeeld op 3 mei jl. een scholeksternest gevonden met vier eieren. Ook vonden ze op die dag jongen van een wulp. Prachtige resultaten!
Na het weidevogelseizoen komt er een evaluatie met alle piloten, waarbij gekeken wordt hoe de drones volgend jaar nog beter ingezet kunnen worden binnen Collectief Noordwest Overijssel.

Poelen aangelegd binnen leefgebied “droge dooradering”

De afgelopen tijd zijn er in het kader van de subsidieregeling niet-productieve investeringen voor biodiversiteit, natuur en landschap zes poelen aangelegd op het stuwwalcomplex ten oosten van Steenwijk. Deze poelen liggen allemaal in het door de provincie begrensde leefgebied “Droge Dooradering”. De poelen zijn aangelegd om het leefgebied van de amfibieën uit te breiden en richten zich vooral op de kamsalamander. Dit is een zeldzame soort, die in dit gebied verspreid voorkomt in poelen in de buurt van houtwallen en bosjes.

Het ging hierbij om de aanleg van vijf poelen op een nieuwe locatie en het herstel van een poel die volledig begroeid was, maar op een kansrijke locatie ligt. De poelen zijn aangelegd in het najaar van 2018. Bij controle begin 2019 bleek één poel droog te staan. Hier zijn maatregelen getroffen om ervoor te zorgen, dat ook deze poel water bevat. Door het droge voorjaar en de lage grondwaterstand was het lastig om voldoende water vast te houden in de poelen. Daardoor bevatten niet alle poelen de gewenste hoeveelheid water, maar de verwachting is dat dit verbetert in de loop van de tijd. Het collectief blijft de ontwikkeling van de poelen de komende jaren volgen.

Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in haar platteland. 

Samen aan de slag voor kwaliteitsimpuls weidevogels

Het agrarisch natuurbeheer in Overijssel wordt, naast Collectief Noordwest Overijssel, georganiseerd door twee andere collectieven, namelijk Collectief Midden Overijssel en Gebiedscollectief Noord-Oost Twente. De drie Overijsselse collectieven hebben begin dit jaar een gezamenlijke subsidieaanvraag ingediend om het leefgebied van de weidevogels te verbeteren. De aangevraagde maatregelen leiden tot een flinke impuls op het weidevogellandschap in de provincie.
Belangrijk onderdeel van de aanvraag is de realisatie van ruim 60 nieuwe plasdrassen in Overijssel, waarvan meer dan de helft in het werkgebied van Noordwest Overijssel zijn gepland. Na indiening van de aanvraag kon de aanleg van de plasdrassen beginnen en zijn er eind van de winter ruim twintig gerealiseerd in Noordwest Overijssel.

Vanwege de korte termijn tussen aanvraag en starttijd plasdras en het droge voorjaar was het een hele uitdaging om de plasdrassen tijdig aan te leggen en het water vast te houden. In de meeste gevallen is dit echter gelukt, waardoor de vogels dit jaar al konden profiteren van de plasdrassen. Daarnaast zijn er in het vroege voorjaar oevers afgeschuind in combinatie met een plaatselijke peilverhoging. De maatregelen bleken opnieuw bijzonder effectief: direct na aanleg vonden grote aantallen vogels de plasdrassen en ook in het gebied met plaatselijke peilverhoging waren de dichtheden broedende vogels bijzonder hoog.
Verder zijn maatregelen genomen om te voorkomen dat nesten door roofdieren leeggehaald worden, zoals de aanschaf en plaatsing van vossenvallen en rasters. Wanneer de beschikking binnen is, worden onder andere bomen gekapt om de openheid, die de kans op predatie verkleinen, te vergroten.

Tot slot is een belangrijk onderdeel van de aanvraag de aanschaf van drie drones (één voor elk collectief), waar vrijwilligers weidevogelnesten mee op kunnen sporen. Deze drones zijn aangeschaft en tijdens dit weidevogelseizoen ingezet (zie elders in deze nieuwsbrief). Provincie Overijssel ondersteunt de aanvraag door een voorschot te verlenen op de kosten, zodat de voorfinanciering niet bij de collectieven ligt. Dankzij dit voorschot en tevens garantstelling voor ongeveer de helft van de subsidieaanvraag, was het mogelijk om dit jaar al zoveel maatregelen uit te voeren. Op het moment dat de beschikking binnen is, naar verwachting eind van dit jaar, kunnen de overige maatregelen uitgevoerd worden.