GLB pilot “De kievit als boegbeeld voor vergroening in de melkveehouderij”

Het GLB regelt de inkomenssteun voor agrariërs, waarbij de huidige regeling afloopt in 2020. Voor de nieuwe GLB-periode wordt ingestoken op verdere vergroening met specifieke maatregelen gericht op groene doelen, bijvoorbeeld op het gebied van biodiversiteit en/of landschap.

Om verschillende vergroeningsmaatregelen te testen vinden er landelijk zeven pilots plaats, waarvan Collectief Noordwest Overijssel de pilot “De kievit als boegbeeld voor vergroening van de melkveehouderij” uitvoert. Het collectief wil in deze pilot graag samen met haar leden meedenken over het nieuwe GLB.

De kievit als boegbeeld
De pilot wordt uitgevoerd vanuit het perspectief van de kievit en het leefgebied dat de kievit en de kuikens nodig hebben. Veel maatregelen voor de kievit betekenen echter niet alleen winst voor deze soort, maar ook voor biodiversiteit, landschap, water, bodem en/of klimaat. Met een geliefde soort als de kievit als boegbeeld is de pilot concreet en verwacht het collectief deelnemers voor de pilot over de streep te trekken.

Testen in de praktijk
Voor het testen van de praktijkmaatregelen worden vier deelgebieden (werkgebieden) geselecteerd waar inrichtings- en beheermaatregelen voor de kievit worden getroffen. Er worden ‘kievitboerderijen’ gezocht als knooppunten in het beheer. Op een kievitboerderij wordt op een substantiële oppervlakte een optimaal beheer uitgestippeld. Tussen de knooppunten worden op bedrijven verbindingszones ingericht waar beperkt beheer aanwezig is, maar waardoor de kievit met kuikens ook tussen kievitboerderijen voedsel en veiligheid kan vinden.

Maatregelen voor de kievit
Er wordt een mix van maatregelen getest die bedrijfstechnisch haalbaar zijn en die de kievit ten goede komen. De maatregelen verschillen in impact op de bedrijfsvoering, waarbij de agrariër uit een lijst met maatregelen kan kiezen wat binnen de bedrijfsvoering past. Naarmate meer en zwaardere maatregelen genomen worden voor de kievit, is de bijbehorende vergoeding hoger.

Betrokken partijen
Om tot een breed gedragen en praktisch uitvoerbaar resultaat te komen, worden partijen met verschillende invalshoeken en achtergronden betrokken. Uiteraard hebben de (deelnemende) agrariërs een belangrijke rol in deze pilot. Daarnaast zijn een werkgroep en een klankbordgroep in het leven geroepen. In deze groepen zijn onder andere agrariërs, vertegenwoordigers van agrariërs, ketenpartijen, overheden, waterschap en natuurorganisaties vertegenwoordigd.

Bijeenkomst
In het najaar verwachten wij informatiebijeenkomsten te houden over de pilot in de werkgebieden. Tijdens deze bijeenkomsten vertellen we niet alleen meer over de pilot, maar vragen we ook uw input met betrekking tot de maatregelen.

Belang behoud sloten, greppels en reliëf

Het Collectief merkt dat op verschillende locaties sloten en greppels worden gedempt en dat reliëf op het land wordt verwijderd. Grotere percelen zijn vanuit bedrijfsgemak misschien gewenst, maar hierdoor neemt bijvoorbeeld het leefgebied van de weidevogels verder af.
Bij sloten en greppels zie je grotere soortenrijkdom dan midden op een perceel. Langs de slootkanten groeien bijvoorbeeld meer plantensoorten dan elders op het perceel met meer insecten tot gevolg, die op hun beurt weer voedsel vormen voor jonge weidevogels.
Reliëf op grasland geeft vaak weer dat het om oud grasland gaat. Het bodemleven heeft zich lange tijd kunnen ontwikkelen, wat waardevol is voor de bodemgesteldheid. Het reliëf zorgt er ook voor dat kleine stukjes land bijvoorbeeld natter zijn, waardoor andere kruiden en insecten voorkomen. Dit zijn plekken waar weidevogels met hun kuikens naar toe trekken, omdat hier vaak veel voedsel voor handen is.
Omdat greppels, sloten en reliëf meerwaarde hebben voor onder andere weidevogels, denken we graag met u mee over de mogelijkheden om deze kenmerken te behouden en zelfs te versterken via agrarisch natuurbeheer. Neem hierover contact op met uw veldcoördinator (https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/organisatie/werkorganisatie/).

Terugblik op plasdrasbijeenkomst BoerenNatuur in het Staphorsterveld

Plasdrassen hebben een grote aantrekkingskracht op weidevogels en steeds meer signalen wijzen erop dat plasdrassen in belangrijke mate bijdragen aan een hogere kuikenoverleving. Anders gezegd: er lijken (fors) meer kuikens vliegvlug te worden in de directe omgeving van een plasdras. Dit effect is het grootst bij tureluur en kievit. Er is veel (landelijke) aandacht vanuit collectieven, boeren en kennispartijen voor plasdras. Tegelijkertijd zijn er de nodige (beheer)vragen en knelpunten bij het realiseren van plasdras.
Binnen het Collectief Noordwest Overijssel is de afgelopen jaren een mooie groei doorgemaakt in het aantal plasdrassen. Dat is landelijk niet onopgemerkt gebleven en we zijn dan ook door BoerenNatuur gevraagd om een landelijke themabijeenkomst over plasdras(beheer) te organiseren voor de andere weidevogelcollectieven. Deze bijeenkomst was vooral bedoeld om ervaringen uit te wisselen en kennis op te doen.

Op 10 april jl. heeft het collectief, in samenwerking met Boerennatuur, ruim vijftien veldcoördinatoren vanuit verschillende collectieven, van Groningen tot Zuid-Holland, ontvangen bij de plasdrassen van de ANLb-deelnemers Willem Courtz, Wicher Hoeve en Jan Dunnink in Staphorst. We kijken terug op een interessante en geslaagde bijeenkomst waarbij we een goed beeld hebben kunnen geven van (de successen van) de plasdrassen in Noordwest Overijssel en de knelpunten die we tegenkomen bij de realisatie en het beheer er van. Naast de enorme aantrekkingskracht van plasdrassen op vogels, zijn er namelijk ook enkele knelpunten. Het kan bijvoorbeeld lastig zijn de plasdras vol te krijgen en vol te houden en op het juiste moment slikranden aan te bieden. Daarnaast groeien plasdrassen in de loop van jaren dicht als er geen aanvullend beheer plaatsvindt. De kennis uit deze bijeenkomst nemen we mee in het optimaliseren van het plasdrassenbeheer.

Weidevogelseizoen 2019: de eerste resultaten

Het weidevogelseizoen zit er inmiddels zo goed als op. Veel kuikens zijn (bijna) vliegvlug en de percelen met een rustperiode zijn weer vrijgegeven. Alleen enkele laat broedende soorten (bijvoorbeeld kwartels) en vogels die, doordat een legsel verloren is gegaan, met een tweede of zelfs derde legsel beginnen, zitten op het nest of hebben kuikens. Een goed moment om de eerste balans op te maken.

Broedvogels
De start van het weidevogelseizoen in Nederland was door het warme weer recordvroeg met een 1e kievitsei in februari. Ook de wulpen in het Staphorsterveld waren er in vergelijking met de rest van Nederland vroeg bij (1e ei op 22 maart). Een deel van de grutto’s lijkt het broeden uitgesteld te hebben: eind april zaten veel vogels nog niet op de eieren. Mogelijk was er te weinig voedsel voor de volwassen grutto’s beschikbaar door de droge en koude periode. De eileg vond dit jaar sowieso zeer verspreid in de tijd plaats.

De aantallen weidevogels in 2019 verschillen sterk over de (kern)gebieden. In verschillende gebieden, waaronder Tolhuislanden, is sprake van een (behoorlijke) toename van het aantal broedvogels, met name van grutto en kievit. De wulp lijkt redelijk stabiel qua aantal ten opzichte van vorig jaar. Dit jaar is voor het eerst gestart met een rustperiode tot 15 mei op bouwland, waar vooral kieviten sterk van geprofiteerd hebben.

Vanuit veel gebieden komt dit jaar het signaal dat er beduidend minder predatie van eieren is dan de afgelopen jaren, al komt grootschalige predatie op lokale schaal nog steeds voor. Enerzijds is er meer aandacht voor predatorbeheer en anti-predatiemaatregelen (plaatsen van rasters en vossenvallen), anderzijds waren er relatieve hoge aantallen muizen beschikbaar voor predatoren als vos en marterachtigen.

Kuikens
De droogte en koude periode rond half april tot begin mei vormden een uitdaging voor de kievitkuikens, die op dat moment uit het ei kwamen. Kieviten foerageren voornamelijk op slikranden op de overgang tussen land en water. Deze situaties waren weinig beschikbaar, met uitzondering van de plasdrassen. Veel kievitgezinnen concentreerden zich dan ook rond de plasdrassen.

De gruttokuikens kwamen uit onder warmere en nattere weersomstandigheden. Grutto’s zoeken hun voedsel juist in een hogere, open graslandstructuur met veel kruiden die insecten aantrekken.
Lastminutebeheer in de vorm van kuikenstroken (niet maaien van stroken) op percelen met grutto- en wulpengezinnen is veel toegepast dit jaar. Vrijwilligers, coördinatoren en deelnemers gaven aan dat de gezinnen hier rond het maaien volop gebruik van maakten.

Tijdens de alarmtellingen in verschillende gebieden waren er begin juni nog veel gruttoparen met kuikens aanwezig: een belangrijke maatstaf voor broedsucces. Veel tureluurparen lijken ook succesvol kuikens grootgebracht te hebben, waarbij veel tureluurgezinnen zich concentreerden rond plasdrassen. De wulpen laten in de kuikenfase een wisselend beeld zien, met in sommige gebieden een prima kuikenoverleving, terwijl dit in andere gebieden tegenviel. Ook in de kuikenfase lijkt de predatiedruk relatief laag te zijn geweest ten opzichte van de laatste jaren.

Het eerste beeld van het afgelopen seizoen geeft aan dat het voor de meeste weidevogels en kerngebieden een succesvol jaar geweest is, met een toename in aantallen broedparen en vooral een goede kuikenoverleving bij grutto en tureluur. De komende tijd worden de onderzoeksresultaten verder bestudeerd, zodat we later dit jaar een beter beeld hebben van het broedsucces van de weidevogels. Hiermee proberen we samen met de deelnemers, vrijwilligers, WBE’s en terreinbeherende organisaties het beheer op gebiedsniveau te optimaliseren.

Extra agrarisch natuurbeheer mogelijk voor 2020

Plasdrassen, kruidenrijke graslanden en bloeiende houtwallen. Stuk voor stuk mooie voorbeelden van maatregelen die boeren en particulieren uitvoeren binnen het agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb). Jaarlijks dient het Collectief een gebiedsaanvraag in met het totale aanbod aan beheer van de leden van het Collectief, verdeeld over leefgebieden Open grasland (weidevogels) en Droge dooradering (amfibieën en boerenlandvogels). De voorintekening voor de gebiedsaanvraag 2020 is inmiddels volop gaande. In de voorintekening kunt u uw interesse voor deelname aan het agrarisch natuurbeheer vanaf 2020 kenbaar maken aan het collectief. Neem hiervoor contact op met de veldcoördinatoren. De contactgegevens zijn te vinden op https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/organisatie/werkorganisatie/.

Open grasland (weidevogelbeheer)
Binnen dit leefgebied ligt een uitdaging in het versterken van de huidige beheermozaïeken in de weidevogelkerngebieden. Belangrijk aandachtspunt daarbij is het creëren van natte situaties. Dat kan zowel via plasdras als via het verhogen van het waterpeil in de sloten. Deze plasdrassen hoeven niet allemaal vlakdekkend te zijn, er liggen ook hele mooie kansen om bestaande greppels en laagtes in bijvoorbeeld kruidenrijke graslandpercelen gedurende het seizoen plasdras te zetten. Daarnaast kijken we graag met u naar mogelijkheden om bijvoorbeeld rustperiode op grasland met voorweiden in te passen.

Droge dooradering (landschapselementen en botanische beheer)
Speciale aandacht gaat hierbij uit naar maatregelen die bijdragen aan het leefgebied van de kamsalamander en steenuil, die door de provincie als doelsoorten bestempeld zijn. Hierbij wordt vooral ingestoken op de combinatie van landschapselementen (bijv. houtwallen of poelen) en bloemrijke grasland- en akkerranden. Ook zijn er mogelijkheden voor de aanleg van wintervoedselveldjes voor overwinterende soorten, zoals geelgors.

Gedeputeerde enthousiast over getroffen inrichtingsmaatregelen

Op woensdag 31 oktober heeft de Overijsselse gedeputeerde Hester May een bezoek gebracht aan Noordwest Overijssel. Samen met voorzitter Jan van der Weerd en deelnemer William Boeve heeft zij een paneel onthuld met de slogan: ”Collectief Noordwest Overijssel werkt hier aan vernatting voor weidevogels”. De gedeputeerde was enthousiast over de getroffen maatregelen in het kader van ANLb in het Overijsselse landschap en is bijgepraat over actuele onderwerpen zoals het Actieplan Weidevogels en knelpunten rond het beheer van predatoren.

Het werkbezoek werd voortgezet met het bezoeken van een aantal inrichtingsmaatregelen in het veld.

 

 

 

Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in haar platteland. 

 

 

 

Schouwen en controleren door NVWA

Ook het afgelopen jaar hebben er weer controles plaatsgevonden door zowel schouwmedewerkers van het collectief, als controleurs van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA).

Schouwen

Conform het kwaliteitshandboek van het Collectief Noordwest Overijssel is er afgelopen jaar weer de schouw uitgevoerd door onze schouwmedewerkers. Zij controleren of de maatregelen volgens de regels en eisen zijn uitgevoerd. Onderweg hebben we veel mooie dingen gezien, maar we kwamen ook incidenteel zaken tegen die niet klopten. Waar mogelijk is herstel geboden. De afwijkingen zullen aan de orde komen binnen het bestuur van het collectief. Zij besluiten of hiervoor sancties, in de vorm van korting op de uitbetaling, worden opgelegd.

NVWA

Ook dit jaar heeft de NVWA steekproefsgewijs gecontroleerd op beheerafspraken: Bij weidevogelbeheer gaat het om zaken als de uitgestelde maaidatum en/ of eventuele nesten daadwerkelijk gespaard zijn bij het maaien, etc.. Binnen de ‘Droge Dooradering’ is er gecontroleerd of het landschapselement daadwerkelijk aanwezig is, of er niet beweid wordt in de gesloten periode en of er geen bestrijdingsmiddelen gebruikt zijn. De NVWA mag slechts kort voor de start van hun bezoek contact opnemen met het collectief om te laten weten dat zij in het gebied gaan controleren.

We vragen begrip voor het feit dat we u daardoor ook niet vooraf kunnen informeren. In de meeste gevallen kan de NVWA zich ook niet ter plekke bij u als individuele deelnemer melden. Onze ervaringen zijn tot dusver dat de NVWA weinig overtredingen heeft gesignaleerd. Het gaat dus goed! Mochten er wel overtredingen of onjuistheden zijn gesignaleerd, dan neemt een medewerker van collectief contact met u op om dit te bespreken.

Actieplan voor weide- en akkervogels in Overijssel

Veel agrariërs, agrarische collectieven, natuurbeheerders en vrijwilligers zetten zich in voor boerenlandvogels. Ondanks al hun inspanningen zijn de populaties weide- en akkervogels in Overijssel, net als in de rest van Nederland, afgenomen. Om dit tij te keren is er een Actieplan weide- en akkervogels voor Overijssel opgesteld voor de periode 2018-2021. Het actieplan is afgelopen zomer vastgesteld.

Dit plan is een initiatief van provincie Overijssel in samenwerking met de collectieven Noordwest-Overijssel, Midden-Overijssel en Noordoost Twente. Ook Staatsbosbeheer, Faunabeheereenheid, Natuurmonumenten en de vrijwillige vogelbescherming van Landschap Overijssel hebben een bijdrage geleverd. Alle partijen hebben één gezamenlijk doel, namelijk de afname van de weide- en akkervogelstand een halt toe te roepen. Ondanks dat er lokaal successen zijn geboekt in clusters met agrarisch natuurbeheer en weidevogelreservaten neemt de boerenlandvogelstand in Overijssel nog steeds af. Dit is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan een verdere intensivering van het grondgebruik door landbouw, recreatie en verstedelijking. Daarnaast is de predatiedruk de laatste jaren ook sterk toegenomen, wat impact heeft op het broedsucces.

Van actieplan naar uitvoeringsplan

De komende drie jaar zullen in Overijssel vooral maatregelen genomen worden in het leefgebied ‘open grasland weidevogels’ en begrensde weidevogelreservaten volgens het Natuurbeheerplan. Daarnaast is er in andere delen van de provincie ook aandacht voor akkervogels in een pilot in het leefgebied ‘open akker’. Het Collectief Noordwest Overijssel focust zich vooral op maatregelen, zoals plasdras en kruidenrijk kuikenland. Dit zijn voorbeelden van effectieve maatregelen, die bijdragen aan de instandhouding van weidevogels zoals de kievit, tureluur, grutto en watersnip of zelfs bijdragen aan het vergroten van het aantal broedparen. De komende jaren komt er via verschillende subsidiestromen geld beschikbaar om deze doelen uit dit actieplan verder te realiseren. Nu is het van belang om gezamenlijk het gebied in te gaan en met alle gebiedspartijen en deelnemers aan ANLb tot een concrete uitvoering te komen.

Aandacht voor predatiedruk

Een onderdeel in het actieplan is de predatiedruk. In Noordwest-Overijssel is hier in 2016 en 2017 onderzoek naar gedaan. Hieruit kwam naar voren dat de predatiedruk in de onderzochte gebieden hoog is, waarbij met name de vos een dominante rol speelt. Predatie door zwarte kraai en steenmarter is in mindere mate aangetoond. De resultaten van dit onderzoek zijn begin dit jaar gepubliceerd in het artikel: Resultaten predatieonderzoek schetsen zorgwekkend beeld. Bij de uitvoering van het Actieplan weide- en akkervogels Overijssel zal ook aandacht zijn voor het probleem rondom predatie.

Meer informatie

Download hier Actieplan weide- en akkervogels Overijssel 2018-2021.

Speciale aandacht voor boerenlandvogels in Noordwest Overijssel

Het Collectief Noordwest Overijssel heeft het afgelopen jaar allerlei inrichtingsmaatregelen genomen met als doel een beter leefmilieu te creëren voor boerenlandvogels in Noordwest Overijssel. De maatregelen variëren van het afschuinen van oevers, tot het nemen van maatregelen om de predatiedruk te verminderen.

In het kader van het project ‘’Condities voor soorten op orde’’ zijn diverse maatregelen genomen. Het project was een initiatief van Collectief Noordwest Overijssel en is gesubsidieerd door provincie Overijssel. De aanleiding was het afnemende aantal soorten vogels op het boerenland. De maatregelen zijn zeer divers en variëren van de aanschaf en plaatsing van 9 plasdraspompen, aanleggen van 14 vossenvallen met mobiel alarm tot de aanschaf en plaatsing van bijvoorbeeld nestkasten voor kerk- en steenuilen.

 Uitvoering van maatregelen in het veld

Dit project is nu afgerond en heeft een aantal mooie inrichtingsmaatregelen opgeleverd. Eén van de maatregelen was het plaatsen van plasdraspompen. Deze pompen, die draaien op zonne-energie, zorgen voor vernatting van de percelen. Soms staan de pompen in de buurt van kruidenrijk grasland. Dit is een ideale combinatie, aangezien vernatting en het vergroten van de kruidenrijkdom het perceel extra aantrekkelijker maakt voor weidevogels.

Andere belangrijke maatregelen zijn middelen die de predatiedruk op weidevogels verlagen. Zo zijn er in overleg met verschillende Wildbeheereenheden in het werkgebied van het Collectief veertien vossenvallen aangeschaft en geplaatst. De vallen zijn verspreid over het werkgebied van het Collectief geplaatst, op strategische en door de WBE gekozen locaties. De eerste vossen zijn hiermee reeds gevangen.

Ook zijn er op verschillende plekken nestkasten voor uilen opgehangen. Er zijn nog enkele kerkuilenkasten beschikbaar. Geïnteresseerd? Neem dan contact op met de coördinator in uw gebied.