Kennisbijeenkomst kruidenrijk grasland

Kruidenrijk grasland leeft onder agrariërs en is van essentieel belang voor onder andere weidevogels. Het realiseren ervan levert echter veel vragen en hoofdbrekens op. Om die reden organiseerden Collectief Noordwest Overijssel en Vereniging Weidevogelbescherming Staphorsterveld e.o. op 18 september jl. een kennis- en praktijkbijeenkomst over het ontwikkelen van kruidenrijk grasland binnen agrarisch natuurbeheer (ANLb). Bijna 50 aanwezigen waaronder agrariërs, bestuurders, vrijwilligers, TBO’s, medewerkers van collectieven en zuivelpartijen verzamelden zich bij ANLb-deelnemer Willem Courtz.

Allereerst nam Wim Schippers, expert op het gebied van het ontwikkelen van kruidenrijk grasland, de aanwezigen mee in de verschillende ontwikkelingsstadia van kruidenrijk grasland op regulier bemest agrarisch grasland. In eerste instantie is het belangrijk om het perceel te verschralen. Dat betekent dat bemesting stopt en dat er vanaf eind april regelmatig gemaaid wordt. In een volgend stadium wordt er eind mei gemaaid om te voorkomen dat er dominantie van bepaalde grassoorten, zoals witbol, ontstaat. Wanneer dit stadium doorbroken wordt, is de kans groot dat er kruidenrijk grasland ontstaat wat vanaf half juni of later gemaaid wordt. Maatwerk is hierbij belangrijk. Als er in de directe omgeving geen of onvoldoende zaadbronnen aanwezig zijn, kan het noodzakelijk zijn om in te zaaien. Het beste kunnen hiervoor zaaimengsels uit bronterreinen worden gebruikt, bij voorkeur bronterreinen in de omgeving van het perceel. Ook zijn geschikte mengsels te koop, maar daarbij moet goed gelet worden op de samenstelling en herkomst van de kruiden. Veel van deze kruidenmengsels bestaan uit vermeerderde soorten die afwijken van de inheemse soorten en daardoor minder bijdragen aan het stimuleren van biodiversiteit en het vaak niet lang volhouden op de ingezaaide percelen.

Regionaal coördinator Joachim van der Valk sprak over de nieuwe ANLb-beheerpakketten voor het ontwikkelen van kruidenrijk grasland. Deze pakketten maken maatwerk mogelijk, doordat er eerder gemaaid kan worden dan bij het reguliere beheerpakket kruidenrijk grasland. Elders in deze nieuwsbrief vindt u een nadere beschrijving van deze pakketten. Binnen het ANLb is het vanaf 2020 mogelijk om deze pakketten af te sluiten.

Na het theoretische gedeelte zijn de aanwezigen het veld ingegaan voor een praktijkdemonstratie op een perceel van ANLb-deelnemer Koob Russcher. Op het demonstratieperceel wordt geëxperimenteerd met het ontwikkelen van kruidenrijk grasland via verschraling in combibinatie met doorzaai met een kruidenrijk mengsel. Een deel van het perceel werd tijdens de demonstratie met een zaaimachine ingezaaid en een ander deel is door de aanwezigen met de hand ingezaaid. Het komende jaar volgen we de ontwikkelingen op het perceel.
De geslaagde middag werd met een borrel afgesloten.

Extra agrarisch natuurbeheer voor 2020

In de vorige nieuwsbrief stond een artikel over de gebiedsaanvraag 2020 en de mogelijkheden voor voorintekening. Inmiddels is de voorintekening volop gaande. In de voorintekening kunt u uw interesse voor deelname aan het agrarisch natuurbeheer vanaf 2020 kenbaar maken aan het collectief. Wilt u extra beheer afsluiten? Neem dan voor eind van dit jaar rechtsreeks contact op met de veldcoördinatoren in uw regio(https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/organisatie/werkorganisatie/). U kunt uw interesse ook kenbaar maken via het secretariaat van het collectief ([email protected]). U wordt daarna doorgestuurd naar de betreffende veldcoordinator.

 

Voor “open grasland” (weidevogelbeheer) zijn er nog mogelijkheden voor bijvoorbeeld plasdrassen, rustperiode op grasland met voorweiden en de ontwikkeling van kruidenrijk grasland.
Voor “droge dooradering” (landschapselementen en botanisch beheer) wordt vooral ingestoken op de combinatie van landschapselementen (bijv. houtwallen of poelen) en bloemrijke grasland- en akkerranden voor soorten als kamsalamander en steenuil. Ook de aanleg van wintervoedselveldjes voor overwinterende soorten, zoals geelgors, behoort tot de mogelijkheden. Een overzicht van de beheerpakketten met de bijbehorende beheervergoedingen vindt u op de site van het collectief https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/anlb-2016-2021/documenten/.

GLB-pilot: voorbereidingen voor veldseizoen

In de vorige nieuwsbrief hebben we de GLB-pilot “De kievit als boegbeeld voor vergroening van de melkveehouderij” beschreven. De afgelopen tijd hebben we met verschillende partijen, waaronder diverse agrariërs, maatregelen ontwikkeld, deelgebieden geselecteerd en de rol van het Collectief uitgedacht.
Volgend jaar worden de ontwikkelde aanpak en de maatregelen getest in vier verschillende deelgebieden, namelijk in Tolhuislanden, Mastenbroek, Kallenkote en Wijthmen. De gebieden verschillen onderling in onder andere bodemsoort en grondgebruik om zo representatief te zijn voor groot deel van de melkveehouderij in Nederland. Ook wordt er in deze pilot de verbinding met ANLb onderzocht. Zo is in één deelgebied geen weidevogelbeheer onder ANLb mogelijk en in één deelgebied is binnen ANLb alleen beheer gericht op kieviten mogelijk. In de andere twee deelgebieden is regulier weidevogelbeheer onder ANLb mogelijk.
Er zijn verschillende maatregelen ontwikkeld voor de kievit in het bijzonder en voor biodiversiteit in het algemeen. Om mee te doen aan de maatregelen binnen de pilot kunnen deelnemers kiezen uit kievitpakketten met maatregelen die voor veel agrariërs vrij makkelijk in te passen zijn. Deze maatregelen bestaan bijvoorbeeld uit randenbeheer, instandhouding van drassige locaties en het opbrengen van ruige stalmest. De deelnemers zijn vrij in het bepalen van de locaties en de vorm van deze maatregelen. Het Collectief adviseert hierbij op hoofdlijnen.
Wanneer er binnen het pilotgebied budget overblijft, kunnen maatregelen met een grotere impact op de bedrijfsvoering, maar met veel winst voor de kievit (zogenaamde mozaïekpakketten), in overleg met het Collectief gerealiseerd worden op een optimale plek. Voorbeelden van deze maatregelen zijn plasdras en kruidenrijk grasland. Het Collectief stemt bij de mozaïekpakketten de locaties en de samenhang van het beheer af met de betreffende agrariërs. De sturing van het Collectief is hierbij belangrijk: een plasdras naast een bosje heeft voor de kievit geen meerwaarde.
Binnenkort zijn er informatiebijeenkomsten in de deelgebieden en start het werven van deelnemers.

Weidevogeldrones vliegen volop binnen Collectief Noordwest Overijssel

Sinds het voorjaar van 2019 beschikt het Collectief Noordwest Overijssel over een extra Weidevogeldrone, waardoor er nu twee Weidevogeldrones zijn om nesten en kuikens op te sporen en ze zo beter te kunnen beschermen. Vanwege deze nieuwe drone zijn er dit voorjaar vier nieuwe Weidevogeldronepiloten opgeleid. Binnen het Collectief zijn nu in totaal acht vrijwilligers actief.

De werkwijze met de drone is dit jaar verbeterd ten opzichte van vorig jaar. Vorig jaar werden de met warmtebeeldcamera verzamelde beelden achteraf geanalyseerd met speciaal hiervoor ontwikkelde software. In de loop van het seizoen bleek dit niet het gewenste resultaat op te leveren.
Dit jaar is er real-time naar nesten gezocht. Dit houdt in dat er met de drone gezocht wordt naar nesten, waarbij er direct een digitaal label aan het nest wordt gehangen. Naast de dronepiloot is er een zogenaamde sensorbedienaar aanwezig, die beoordeelt of de gevonden warmtebron daadwerkelijk een nest betreft.
Na de landing worden de gelabelde nesten automatisch via internet op een website geplaatst. Hierdoor is meteen online te zien waar welk nest ligt en welk label het nest heeft. Het is dus gelijk duidelijk hoeveel nesten er zijn en er kan eenvoudig met de boer gecommuniceerd worden over de stand van zaken op het perceel.
Met behulp van een smartphone kan er genavigeerd worden naar het nest en kunnen er waar nodig stokken bij geplaatst worden. Deze werkwijze blijkt vele malen effectiever en we horen hiervan goede verhalen uit het veld.

Met een nieuw systeem en nieuwe apparatuur zijn er altijd wat opstartproblemen, maar na verloop van tijd kwamen verschillende succesverhalen binnen. Zo zijn er al vele nesten opgespoord binnen het werkgebied van Camperland. Droneteam Arnita en Jules vonden nesten van onder andere tureluur, scholekster, grutto en zelfs een klein nestje van een rietgors. Ondanks het lange gras slaagden ze erin het nest met vijf eieren met de drone en vervolgens in het veld te vinden.

Ook in het gebied van Tolhuislanden zijn er mooie resultaten geboekt met behulp van de Weidevogeldrone. Droneteam Marinus en Jentien hebben bijvoorbeeld op 3 mei jl. een scholeksternest gevonden met vier eieren. Ook vonden ze op die dag jongen van een wulp. Prachtige resultaten!
Na het weidevogelseizoen komt er een evaluatie met alle piloten, waarbij gekeken wordt hoe de drones volgend jaar nog beter ingezet kunnen worden binnen Collectief Noordwest Overijssel.

Poelen aangelegd binnen leefgebied “droge dooradering”

De afgelopen tijd zijn er in het kader van de subsidieregeling niet-productieve investeringen voor biodiversiteit, natuur en landschap zes poelen aangelegd op het stuwwalcomplex ten oosten van Steenwijk. Deze poelen liggen allemaal in het door de provincie begrensde leefgebied “Droge Dooradering”. De poelen zijn aangelegd om het leefgebied van de amfibieën uit te breiden en richten zich vooral op de kamsalamander. Dit is een zeldzame soort, die in dit gebied verspreid voorkomt in poelen in de buurt van houtwallen en bosjes.

Het ging hierbij om de aanleg van vijf poelen op een nieuwe locatie en het herstel van een poel die volledig begroeid was, maar op een kansrijke locatie ligt. De poelen zijn aangelegd in het najaar van 2018. Bij controle begin 2019 bleek één poel droog te staan. Hier zijn maatregelen getroffen om ervoor te zorgen, dat ook deze poel water bevat. Door het droge voorjaar en de lage grondwaterstand was het lastig om voldoende water vast te houden in de poelen. Daardoor bevatten niet alle poelen de gewenste hoeveelheid water, maar de verwachting is dat dit verbetert in de loop van de tijd. Het collectief blijft de ontwikkeling van de poelen de komende jaren volgen.

Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in haar platteland. 

Samen aan de slag voor kwaliteitsimpuls weidevogels

Het agrarisch natuurbeheer in Overijssel wordt, naast Collectief Noordwest Overijssel, georganiseerd door twee andere collectieven, namelijk Collectief Midden Overijssel en Gebiedscollectief Noord-Oost Twente. De drie Overijsselse collectieven hebben begin dit jaar een gezamenlijke subsidieaanvraag ingediend om het leefgebied van de weidevogels te verbeteren. De aangevraagde maatregelen leiden tot een flinke impuls op het weidevogellandschap in de provincie.
Belangrijk onderdeel van de aanvraag is de realisatie van ruim 60 nieuwe plasdrassen in Overijssel, waarvan meer dan de helft in het werkgebied van Noordwest Overijssel zijn gepland. Na indiening van de aanvraag kon de aanleg van de plasdrassen beginnen en zijn er eind van de winter ruim twintig gerealiseerd in Noordwest Overijssel.

Vanwege de korte termijn tussen aanvraag en starttijd plasdras en het droge voorjaar was het een hele uitdaging om de plasdrassen tijdig aan te leggen en het water vast te houden. In de meeste gevallen is dit echter gelukt, waardoor de vogels dit jaar al konden profiteren van de plasdrassen. Daarnaast zijn er in het vroege voorjaar oevers afgeschuind in combinatie met een plaatselijke peilverhoging. De maatregelen bleken opnieuw bijzonder effectief: direct na aanleg vonden grote aantallen vogels de plasdrassen en ook in het gebied met plaatselijke peilverhoging waren de dichtheden broedende vogels bijzonder hoog.
Verder zijn maatregelen genomen om te voorkomen dat nesten door roofdieren leeggehaald worden, zoals de aanschaf en plaatsing van vossenvallen en rasters. Wanneer de beschikking binnen is, worden onder andere bomen gekapt om de openheid, die de kans op predatie verkleinen, te vergroten.

Tot slot is een belangrijk onderdeel van de aanvraag de aanschaf van drie drones (één voor elk collectief), waar vrijwilligers weidevogelnesten mee op kunnen sporen. Deze drones zijn aangeschaft en tijdens dit weidevogelseizoen ingezet (zie elders in deze nieuwsbrief). Provincie Overijssel ondersteunt de aanvraag door een voorschot te verlenen op de kosten, zodat de voorfinanciering niet bij de collectieven ligt. Dankzij dit voorschot en tevens garantstelling voor ongeveer de helft van de subsidieaanvraag, was het mogelijk om dit jaar al zoveel maatregelen uit te voeren. Op het moment dat de beschikking binnen is, naar verwachting eind van dit jaar, kunnen de overige maatregelen uitgevoerd worden.

GLB pilot “De kievit als boegbeeld voor vergroening in de melkveehouderij”

Het GLB regelt de inkomenssteun voor agrariërs, waarbij de huidige regeling afloopt in 2020. Voor de nieuwe GLB-periode wordt ingestoken op verdere vergroening met specifieke maatregelen gericht op groene doelen, bijvoorbeeld op het gebied van biodiversiteit en/of landschap.

Om verschillende vergroeningsmaatregelen te testen vinden er landelijk zeven pilots plaats, waarvan Collectief Noordwest Overijssel de pilot “De kievit als boegbeeld voor vergroening van de melkveehouderij” uitvoert. Het collectief wil in deze pilot graag samen met haar leden meedenken over het nieuwe GLB.

De kievit als boegbeeld
De pilot wordt uitgevoerd vanuit het perspectief van de kievit en het leefgebied dat de kievit en de kuikens nodig hebben. Veel maatregelen voor de kievit betekenen echter niet alleen winst voor deze soort, maar ook voor biodiversiteit, landschap, water, bodem en/of klimaat. Met een geliefde soort als de kievit als boegbeeld is de pilot concreet en verwacht het collectief deelnemers voor de pilot over de streep te trekken.

Testen in de praktijk
Voor het testen van de praktijkmaatregelen worden vier deelgebieden (werkgebieden) geselecteerd waar inrichtings- en beheermaatregelen voor de kievit worden getroffen. Er worden ‘kievitboerderijen’ gezocht als knooppunten in het beheer. Op een kievitboerderij wordt op een substantiële oppervlakte een optimaal beheer uitgestippeld. Tussen de knooppunten worden op bedrijven verbindingszones ingericht waar beperkt beheer aanwezig is, maar waardoor de kievit met kuikens ook tussen kievitboerderijen voedsel en veiligheid kan vinden.

Maatregelen voor de kievit
Er wordt een mix van maatregelen getest die bedrijfstechnisch haalbaar zijn en die de kievit ten goede komen. De maatregelen verschillen in impact op de bedrijfsvoering, waarbij de agrariër uit een lijst met maatregelen kan kiezen wat binnen de bedrijfsvoering past. Naarmate meer en zwaardere maatregelen genomen worden voor de kievit, is de bijbehorende vergoeding hoger.

Betrokken partijen
Om tot een breed gedragen en praktisch uitvoerbaar resultaat te komen, worden partijen met verschillende invalshoeken en achtergronden betrokken. Uiteraard hebben de (deelnemende) agrariërs een belangrijke rol in deze pilot. Daarnaast zijn een werkgroep en een klankbordgroep in het leven geroepen. In deze groepen zijn onder andere agrariërs, vertegenwoordigers van agrariërs, ketenpartijen, overheden, waterschap en natuurorganisaties vertegenwoordigd.

Bijeenkomst
In het najaar verwachten wij informatiebijeenkomsten te houden over de pilot in de werkgebieden. Tijdens deze bijeenkomsten vertellen we niet alleen meer over de pilot, maar vragen we ook uw input met betrekking tot de maatregelen.

Belang behoud sloten, greppels en reliëf

Het Collectief merkt dat op verschillende locaties sloten en greppels worden gedempt en dat reliëf op het land wordt verwijderd. Grotere percelen zijn vanuit bedrijfsgemak misschien gewenst, maar hierdoor neemt bijvoorbeeld het leefgebied van de weidevogels verder af.
Bij sloten en greppels zie je grotere soortenrijkdom dan midden op een perceel. Langs de slootkanten groeien bijvoorbeeld meer plantensoorten dan elders op het perceel met meer insecten tot gevolg, die op hun beurt weer voedsel vormen voor jonge weidevogels.
Reliëf op grasland geeft vaak weer dat het om oud grasland gaat. Het bodemleven heeft zich lange tijd kunnen ontwikkelen, wat waardevol is voor de bodemgesteldheid. Het reliëf zorgt er ook voor dat kleine stukjes land bijvoorbeeld natter zijn, waardoor andere kruiden en insecten voorkomen. Dit zijn plekken waar weidevogels met hun kuikens naar toe trekken, omdat hier vaak veel voedsel voor handen is.
Omdat greppels, sloten en reliëf meerwaarde hebben voor onder andere weidevogels, denken we graag met u mee over de mogelijkheden om deze kenmerken te behouden en zelfs te versterken via agrarisch natuurbeheer. Neem hierover contact op met uw veldcoördinator (https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/organisatie/werkorganisatie/).

Terugblik op plasdrasbijeenkomst BoerenNatuur in het Staphorsterveld

Plasdrassen hebben een grote aantrekkingskracht op weidevogels en steeds meer signalen wijzen erop dat plasdrassen in belangrijke mate bijdragen aan een hogere kuikenoverleving. Anders gezegd: er lijken (fors) meer kuikens vliegvlug te worden in de directe omgeving van een plasdras. Dit effect is het grootst bij tureluur en kievit. Er is veel (landelijke) aandacht vanuit collectieven, boeren en kennispartijen voor plasdras. Tegelijkertijd zijn er de nodige (beheer)vragen en knelpunten bij het realiseren van plasdras.
Binnen het Collectief Noordwest Overijssel is de afgelopen jaren een mooie groei doorgemaakt in het aantal plasdrassen. Dat is landelijk niet onopgemerkt gebleven en we zijn dan ook door BoerenNatuur gevraagd om een landelijke themabijeenkomst over plasdras(beheer) te organiseren voor de andere weidevogelcollectieven. Deze bijeenkomst was vooral bedoeld om ervaringen uit te wisselen en kennis op te doen.

Op 10 april jl. heeft het collectief, in samenwerking met Boerennatuur, ruim vijftien veldcoördinatoren vanuit verschillende collectieven, van Groningen tot Zuid-Holland, ontvangen bij de plasdrassen van de ANLb-deelnemers Willem Courtz, Wicher Hoeve en Jan Dunnink in Staphorst. We kijken terug op een interessante en geslaagde bijeenkomst waarbij we een goed beeld hebben kunnen geven van (de successen van) de plasdrassen in Noordwest Overijssel en de knelpunten die we tegenkomen bij de realisatie en het beheer er van. Naast de enorme aantrekkingskracht van plasdrassen op vogels, zijn er namelijk ook enkele knelpunten. Het kan bijvoorbeeld lastig zijn de plasdras vol te krijgen en vol te houden en op het juiste moment slikranden aan te bieden. Daarnaast groeien plasdrassen in de loop van jaren dicht als er geen aanvullend beheer plaatsvindt. De kennis uit deze bijeenkomst nemen we mee in het optimaliseren van het plasdrassenbeheer.

Weidevogelseizoen 2019: de eerste resultaten

Het weidevogelseizoen zit er inmiddels zo goed als op. Veel kuikens zijn (bijna) vliegvlug en de percelen met een rustperiode zijn weer vrijgegeven. Alleen enkele laat broedende soorten (bijvoorbeeld kwartels) en vogels die, doordat een legsel verloren is gegaan, met een tweede of zelfs derde legsel beginnen, zitten op het nest of hebben kuikens. Een goed moment om de eerste balans op te maken.

Broedvogels
De start van het weidevogelseizoen in Nederland was door het warme weer recordvroeg met een 1e kievitsei in februari. Ook de wulpen in het Staphorsterveld waren er in vergelijking met de rest van Nederland vroeg bij (1e ei op 22 maart). Een deel van de grutto’s lijkt het broeden uitgesteld te hebben: eind april zaten veel vogels nog niet op de eieren. Mogelijk was er te weinig voedsel voor de volwassen grutto’s beschikbaar door de droge en koude periode. De eileg vond dit jaar sowieso zeer verspreid in de tijd plaats.

De aantallen weidevogels in 2019 verschillen sterk over de (kern)gebieden. In verschillende gebieden, waaronder Tolhuislanden, is sprake van een (behoorlijke) toename van het aantal broedvogels, met name van grutto en kievit. De wulp lijkt redelijk stabiel qua aantal ten opzichte van vorig jaar. Dit jaar is voor het eerst gestart met een rustperiode tot 15 mei op bouwland, waar vooral kieviten sterk van geprofiteerd hebben.

Vanuit veel gebieden komt dit jaar het signaal dat er beduidend minder predatie van eieren is dan de afgelopen jaren, al komt grootschalige predatie op lokale schaal nog steeds voor. Enerzijds is er meer aandacht voor predatorbeheer en anti-predatiemaatregelen (plaatsen van rasters en vossenvallen), anderzijds waren er relatieve hoge aantallen muizen beschikbaar voor predatoren als vos en marterachtigen.

Kuikens
De droogte en koude periode rond half april tot begin mei vormden een uitdaging voor de kievitkuikens, die op dat moment uit het ei kwamen. Kieviten foerageren voornamelijk op slikranden op de overgang tussen land en water. Deze situaties waren weinig beschikbaar, met uitzondering van de plasdrassen. Veel kievitgezinnen concentreerden zich dan ook rond de plasdrassen.

De gruttokuikens kwamen uit onder warmere en nattere weersomstandigheden. Grutto’s zoeken hun voedsel juist in een hogere, open graslandstructuur met veel kruiden die insecten aantrekken.
Lastminutebeheer in de vorm van kuikenstroken (niet maaien van stroken) op percelen met grutto- en wulpengezinnen is veel toegepast dit jaar. Vrijwilligers, coördinatoren en deelnemers gaven aan dat de gezinnen hier rond het maaien volop gebruik van maakten.

Tijdens de alarmtellingen in verschillende gebieden waren er begin juni nog veel gruttoparen met kuikens aanwezig: een belangrijke maatstaf voor broedsucces. Veel tureluurparen lijken ook succesvol kuikens grootgebracht te hebben, waarbij veel tureluurgezinnen zich concentreerden rond plasdrassen. De wulpen laten in de kuikenfase een wisselend beeld zien, met in sommige gebieden een prima kuikenoverleving, terwijl dit in andere gebieden tegenviel. Ook in de kuikenfase lijkt de predatiedruk relatief laag te zijn geweest ten opzichte van de laatste jaren.

Het eerste beeld van het afgelopen seizoen geeft aan dat het voor de meeste weidevogels en kerngebieden een succesvol jaar geweest is, met een toename in aantallen broedparen en vooral een goede kuikenoverleving bij grutto en tureluur. De komende tijd worden de onderzoeksresultaten verder bestudeerd, zodat we later dit jaar een beter beeld hebben van het broedsucces van de weidevogels. Hiermee proberen we samen met de deelnemers, vrijwilligers, WBE’s en terreinbeherende organisaties het beheer op gebiedsniveau te optimaliseren.