GLB pilot: deelnemers zijn aan de slag

Iedere nieuwsbrief geven we een update over de GLB-pilot “De kievit als boegbeeld voor vergroening van de melkveehouderij”. Ondertussen is het eerste kievitsei gevonden en is het veldseizoen van start gegaan. Dit betekent dat de deelnemers binnen de pilot aan de slag gaan met de beheermaatregelen voor de kievit.

Eind vorig jaar zijn in de vier pilotgebieden deelnemers geworven, namelijk in Kallenkote, Mastenbroek, Tolhuislanden en Wijthmen. De bereidheid onder de agrariërs in deze gebieden om deel te nemen aan de pilot bleek groot: ruim 50 agrariërs hebben zich aangemeld. Alle deelnemers leggen randen aan, rijden ruige stalmest uit en/of creëren drassige delen. De randen zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de kuikens, de drassige delen en ruige mest verbeteren voedselbeschikbaarheid voor de kievit.

Begin februari hebben alle deelnemers een workshop over kievitbeheer gevolgd. De workshop startte onder andere met een kievitquiz, waar de kennis van de deelnemers getest werd. Voor het inhoudelijke deel van de workshop was er een kievitexpert uitgenodigd, die de deelnemers veel praktische informatie over de kievit en het kievitbeheer kon geven. Ook zijn de maatregelen van de pilot tijdens de workshop op kaart ingetekend. In alle gebieden werd een mooi netwerk met randen, ruige mest en drassige delen gecreëerd. Op deze manier vinden de kuikens altijd ergens voedsel en veiligheid.

De deelnemers zijn inmiddels aan de slag met de maatregelen. Het natte voorjaar heeft ervoor gezorgd dat het uitrijden van ruige mest moeilijk was. Aangezien het een pilot is, zoeken we samen met deelnemers naar oplossingen, zoals het wisselen van pakket. Aan het enthousiasme van de deelnemers gaat het niet liggen. We zijn dan ook erg benieuwd hoe de maatregelen de komende maanden gaan uitwerken voor de kievit en de deelnemers.

 

Soort uitgelicht: de kievit

Iedere nieuwsbrief lichten we een soort uit, waar we ons als Collectief voor inzetten. Dit kan een weidevogel zijn of een soort van de zogenaamde “droge dooradering”. De eerste editie van “soort uitgelicht” richten we ons op een soort waar we ons dit jaar extra voor inzetten vanwege de GLB-pilot: de kievit.

De kievit is met zijn zwart-witte kleed en kenmerkende kuif een opvallende verschijning in het boerenland. De kievit leeft vooral op korte, structuurrijke, open graslanden en braakliggende akkers. De kievit heeft een vrij korte snavel en kan dus niet diep in de grond prikken. Volwassen dieren eten vooral wormen aan het oppervlak, kuikens eten vooral insecten (tot wel 5000 per dag!).

Vanaf februari trekken de mannetjeskieviten naar hun broedgebied, waar ze een territorium claimen. Vaak ligt dit vlakbij de locatie waar ze afgelopen jaar gebroed hebben. De vrouwtjes volgen later, maar zijn normaal gesproken hun partner trouw. Als ze elkaar weer gevonden hebben, verloopt de balts in een vast patroon binnen de grenzen van het territorium. Na de paring legt het vrouwtje meestal vier eieren in een kuiltje, vaak op bouwland of kort grasland. Zowel het mannetje als het vrouwtje bebroeden de eieren.

De kievit is de vroegst broedende weidevogel: dit jaar is het eerste kievitsei in Nederland op 2 maart gevonden. De broedtijd duurt ongeveer 28 dagen, waarna het kuiken uit het ei komt. Dat betekent dat vanaf begin april de eerste kuikens waargenomen kunnen worden. Het kuiken verlaat bijna meteen het nest op zoek naar voedsel. De ouders voeren de kuikens niet, maar ze warmen de kuikens wel op onder de veren. 35 tot 40 dagen nadat het kuiken uit het ei is gekropen, is het kuiken vliegvlug. Dat wil zeggen dat het kuiken op dat moment in staat is om te vliegen.

In tegenstelling tot de meeste weidevogels kan een kievit meerdere legsels per jaar produceren. Dit doen ze bijvoorbeeld wanneer een legsel verloren gaat. Dat betekent dat het broedseizoen van de kievit vrij lang is: van begin maart tot eind juni kunnen er nesten gevonden worden. Kuikens kunnen van begin april tot eind juli rondlopen.

Zoals beschreven komt de kievit vooral voor op percelen met korte, structuurrijke vegetatie en bouwland. Niet alle pakketten binnen ANLb zijn dan ook geschikt voor de kievit. Pakketten die bij uitstek geschikt zijn voor de kievit zijn plasdras, uitgestelde bewerkingen op bouwland, extensief weiden en voorweiden. Wilt u iets extra’s voor de kievit doen? Dan zijn dit wellicht pakketten die u af kunt sluiten.

 

 

Deelnemer uitgelicht: Wim van Ittersum

In de nieuwsbrief lichten we een deelnemer aan het ANLb uit. Wat voor beheer heeft deze deelnemer? Wat zijn de drijfveren om mee te doen? Welke aanpassingen in de bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te doen? In deze eerste “deelnemer uitgelicht” starten we met Wim van Ittersum uit Mastenbroek, die zich al jaren inzet voor de weidevogels.

Kun je een korte omschrijving van je bedrijf geven?

We zijn een echt familie melkveebedrijf. Samen met mijn vrouw Wolterien boer ik hier sinds 1992, daarvoor met mijn ouders. De kinderen hebben altijd volop meegeholpen. Sinds 2018 zit onze oudste zoon Alfred in de maatschap en per 2021 zal onze derde zoon Wiljen ook toetreden. In 2013 hebben we een serrestal gebouwd om in de toekomst 200 melkkoeien te melken. We hebben momenteel 160 melkkoeien met bijbehorend jongvee en bewerken de laatste jaren tussen de 80 en 100 ha hooi- en grasland. In het groeiseizoen ligt er heel veel nadruk op het weiden van koeien. Dus van vers gras dat de koeien zelf grazen zoveel mogelijk melk produceren. En daarnaast is er heel veel aandacht voor weidevogels.

Hoe lang doe je al aan weidevogelbeheer?

Al vanaf het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw, eigenlijk vanaf het moment dat ik na mijn schooltijd thuis op het bedrijf kwam werken. Ik kwam bij het maaien weidevogelnesten tegen en zo langzamerhand rolde ik de weidevogelbescherming in. Ik was als kind altijd al geïnteresseerd in de flora en fauna. Dat zaadje is waarschijnlijk geplant door meester Bakker in klas 3 en 4, die ons op de lagere school daar veel over vertelde.

Welke pakketten heb je afgesloten binnen ANLb?

Dat zijn op dit moment twee plasdras percelen (1 ha) en daarnaast kruidenrijk grasland (19 ha). Dus er zijn echt uitersten op mijn bedrijf: percelen hoogproductieve graslanden voor mijn melkvee, maar waar we wel nestbescherming toepassen. En andere percelen die vooral gereserveerd zijn voor de vogels. Het beheer is daar 100% op afgestemd. Doordat we de mogelijkheid hadden om o.a. de huiskavel te vergroten, kon er ook daar meer ruimte voor weidevogels gecreëerd worden.

Wat zijn de drijfveren om mee te doen met ANLb?

In de eerste plaats omdat ik weidevogels prachtig vind. Daarom vind ik het belangrijk de weidevogels voor het boerenlandschap en voor de maatschappij te behouden. Ik voel me er verantwoordelijkheid voor, rentmeesterschap. Het ANLb is een middel om me daarbij te helpen, omdat je daarmee een financiële tegemoetkoming krijgt voor de opbrengstderving en het extra werk.

Welke aanpassingen in jouw bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te kunnen doen?

Vooral tijd en aandacht. De planning is ingewikkelder. Dit is met name van toepassing voor je graslandmanagement. Met weiden en maaien hou je rekening met de weidevogels. Een keer een extra draadje zetten, een blokje omrijden met de maaier om een potentieel nest toch te kunnen vinden. Afzet vinden voor het voer van kruidenrijke percelen, binnen of buiten je bedrijf. Nesten zoeken. Plas-dras percelen inrichten.

Wat hoop je te bereiken met deelname aan weidevogelbeheer?

Dat we de weidevogels kunnen behouden, zodat ook komende generaties van deze prachtige vogels kunnen blijven genieten. Ik wil ook met ons bedrijf laten zien dat een modern, economisch rendabel melkveebedrijf en weidevogels prima samen kunnen gaan.

Welke tips heb je voor andere deelnemers?

Geniet van de schoonheid van deze vogels. Ga eens gewoon in het land zitten en geniet tijdens het weidevogelseizoen. Realiseer je de verantwoordelijkheid die je hebt als gastheer voor deze vogels. Ik zou het een verarming van de weide vinden als deze vogels er niet meer zijn.  

Men weet vaak de prijs van alles, maar de waarde van niets.

 

 

Het weidevogelseizoen is gestart!

Het nieuwe beheerseizoen is weer gestart. Veel vogels zijn terug in hun broedgebieden en de eerste kievitlegsels zijn al gevonden. Kortom, het is weer een drukte van belang in de weidevogelgebieden!

Met het arriveren van de vogels start ook het nieuwe beheerjaar van het ANLb. De plasdrassen staan inmiddels weer onder water. Gezien de natte winter hebben de meeste plasdrassen een goede start gehad, alhoewel het door de natte omstandigheden lastig bleek de pompen tijdig in het veld te krijgen. Als u nog natte plekken in het land heeft, zijn er nog mogelijkheden om hierop plasdras af te sluiten in combinatie met kruidenrijk grasland.

Per 1 april starten de rustperiodes van verschillende pakketten, zoals grasland met rustperiode en kruidenrijk grasland. Dat betekent dan ook dat de toegestane werkzaamheden op het land voor de betreffende percelen voor 1 april afgerond dienen te zijn. Met de natte omstandigheden van dit voorjaar kan dat een aandachtspunt zijn. Als u ruige mest uitrijdt voor 1 april, vergeet dit dan niet te melden bij het collectief.

Bij het pakket extensief weiden start de periode ook op 1 april. Op dat moment mogen dus alleen nog het afgesproken aantal grootvee-eenheden op het land aanwezig zijn. Bij het beheerpakket rustperiode met voorweiden start de rustperiode pas in mei, waardoor het daar in april mogelijk (gewenst) is om te weiden.

Mocht u gedurende het seizoen werkzaamheden willen uitvoeren, maar ziet u (of de vrijwilligers) nog nesten en/of kuikens? Denk dan ook eens aan last minute beheer, bijvoorbeeld met kuikenstroken. Hierbij krijgt u een vergoeding voor het (extra) uitstellen van werkzaamheden op (een deel van) het perceel. Hiermee geeft u de aanwezige kuikens extra opgroeikansen op de locaties waar ze daadwerkelijk gezien zijn. We behalen hiermee erg goede en zichtbare resultaten! Uw veldcoördinator kan u informeren over de mogelijkheden (https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/organisatie/werkorganisatie/).

De komende maanden gebeurt er weer een hoop in de gebieden, niet alleen landbouwkundig, maar ook voor de weidevogels. We hopen er dan ook samen met u en de vrijwilligers een mooi beheerjaar van te maken!

Enquête agrarisch natuurbeheer: Hoe denken agrariërs in Overijssel over agrarisch natuurbeheer?

Er is een groeiende belangstelling voor agrarisch natuurbeheer en het versterken van biodiversiteit op landbouwbedrijven. Om hier naar de toekomst toe goed op in te spelen, wil onder andere de provincie Overijssel graag meer weten over hoe agrariërs denken over het inpassen en het uitvoeren van agrarisch natuurbeheer op het bedrijf.

Arnold Kaashoek (Universiteit Twente, student bestuurskunde) voert het onderzoek uit en heeft in overleg met betrokken partijen een enquête opgesteld. Wij nodigen u graag uit om deze enquête in te vullen via https://utwentebs.eu.qualtrics.com/jfe/form/SV_1NOGI8SEPFR41sV. Het invullen van de enquête duurt ongeveer 5 minuten en kan tot en met 6 december.

De resultaten van de enquête worden later via de nieuwsbrieven van de agrarische collectieven van Overijssel verspreid. Voor vragen kunt u contact opnemen met Arnold Kaashoek via [email protected] of via tel. 038 499 7654.

Ton Fleer stopt als veldcoördinator ANLb

Veldcoördinator Ton Fleer is per 1 oktober 2019 gestopt met de werkzaamheden voor ANLb binnen Collectief Noordwest Overijssel. Ton heeft aangegeven na ruim vier jaar voor het collectief, en vele jaren voor de Kopse Agrarische Natuurvereniging, werkzaam te zijn geweest, een stap terug te willen doen. Klaas Eker en Egbert Wever nemen de taken en gebieden over waar Ton als veldcoordinator werkzaam was.

Klaas Eker is sinds begin 2018 aan het collectief verbonden als veldcoordinator binnen het werkgebied van de Kopse Agrarische Natuurvereniging. Egbert Wever is sinds 2017 veldcoordinator in het Staphorsterveld en binnen ANV Horst en Maten. Klaas Eker richt zich primair op de Droge Dooradering en het weidevogelbeheer in en rondom de Wieden (Barsbekerbinnenpolder, De Bramen, Giethoorn en Leeuwterveld). Egbert Wever neemt voorlopig de overige weidevogelgebieden in Steenwijkerland voor zijn rekening. Mogelijk dat u dus vanaf nu met een andere veldcoordinator in contact komt.

Ton rondt de komende maanden nog enkele lopende projecten buiten ANLb af. Wij waarderen het daarbij zeer dat Ton de komende tijd op de achtergrond zijn kennis, ervaring en netwerk beschikbaar wil stellen voor Klaas en Egbert.
Ton, namens het Collectief heel erg bedankt voor je inzet en je gedrevenheid!

Nieuw beheerpakket: ontwikkeling kruidenrijk grasland (A41)

Door de toenemende aandacht voor kruidenrijk grasland en het belang voor weidevogels worden steeds meer graslandpercelen aangeboden voor ANLb-kruidenrijk grasland. Veel van deze percelen betreffen hoogproductieve graslanden. Het instellen van een rustperiode tot 15 juni resulteert hierbij vaak in een kruidenarme, zware snede die al vroeg in het seizoen gaat legeren en daardoor weinig geschikt is voor weidevogels. Na enkele jaren schieten deze percelen in een fase met dominante grassoorten, zoals witbol. Dit is zowel ongewenst voor de weidevogel als voor u als deelnemer.

In het nieuwe beheerpakket wordt gestreefd naar ontwikkeling van kruidenrijk grasland ten behoeve van weidevogels. Er wordt niet bemest en vroeg en vaak gemaaid (en maaisel afgevoerd), zodat er veel biomassa wordt verwijderd. Het tijdstip van de eerste maaisnede hangt af van de uitgangssituatie. Door het beheer wordt de biomassa productie in een aantal jaren naar beneden gebracht en ontstaat er een structuurrijke zode, waar kruiden meer kans hebben. In zo’n grasland hebben weidevogelkuikens een grotere overlevingskans dan in de uitgangssituatie van het grasland. Daarnaast is het gewas na de rustperiode ook nog goed bruikbaar in uw bedrijfsvoering. Een win-win situatie dus voor zowel de agrariër als de weidevogels.
Binnen het ontwikkelingspakket zijn verschillende varianten mogelijk afhankelijk van de uitgangssituatie van het perceel en de aanwezigheid van broedvogels. Het kan zowel toegepast worden bij nieuwe beheereenheden als bij bestaand beheer.

Mocht u interesse hebben in dit pakket, dan kunt u zich melden bij uw veldcoördinator (https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/organisatie/werkorganisatie/).

Onderhoud landschapselementen

Elk landschapselement heeft een optimaal onderhoudsmoment. Struweelranden kunnen het best in de late zomer of het vroege najaar gemaaid worden, omdat de insecten die daarin leven op dat moment nog erg mobiel zijn. Hetzelfde geldt voor onderhoud aan poelen. Vanaf 1 oktober mag het onderhoud aan houtachtige elementen weer uitgevoerd worden. Zo kunnen de knotbomen, houtwallen en hoogstamboomgaarden weer gesnoeid worden. Het onderhoud dient plaats te vinden voor 15 maart.

Beheer van landschapselementen is onderdeel van het beheercontract en de bijbehorende beheervergoeding. Het Collectief dient op jaarbasis voldoende oppervlakte aan beheermeldingen in te dienen bij RVO om kortingen te voorkomen. De afgelopen jaren is er al op verschillende plekken beheer uitgevoerd. Tegelijkertijd ligt er nog steeds een grote beheeropgave.

Verschillende deelnemers zullen hiervoor binnenkort benaderd worden om dit onderhoudsseizoen groot onderhoud uit te voeren. Mocht u niet benaderd zijn voor het plegen van groot onderhoud, maar wilt u toch het element graag snoeien dit seizoen? Dan kunt contact opnemen met de veldcoördinator van uw regio (https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/organisatie/werkorganisatie/). Als u (groot) onderhoud aan landschapselementen uitvoert, dient u dit binnen 7 dagen na uitvoering bij de veldcoördinator te melden.

Kennisbijeenkomst kruidenrijk grasland

Kruidenrijk grasland leeft onder agrariërs en is van essentieel belang voor onder andere weidevogels. Het realiseren ervan levert echter veel vragen en hoofdbrekens op. Om die reden organiseerden Collectief Noordwest Overijssel en Vereniging Weidevogelbescherming Staphorsterveld e.o. op 18 september jl. een kennis- en praktijkbijeenkomst over het ontwikkelen van kruidenrijk grasland binnen agrarisch natuurbeheer (ANLb). Bijna 50 aanwezigen waaronder agrariërs, bestuurders, vrijwilligers, TBO’s, medewerkers van collectieven en zuivelpartijen verzamelden zich bij ANLb-deelnemer Willem Courtz.

Allereerst nam Wim Schippers, expert op het gebied van het ontwikkelen van kruidenrijk grasland, de aanwezigen mee in de verschillende ontwikkelingsstadia van kruidenrijk grasland op regulier bemest agrarisch grasland. In eerste instantie is het belangrijk om het perceel te verschralen. Dat betekent dat bemesting stopt en dat er vanaf eind april regelmatig gemaaid wordt. In een volgend stadium wordt er eind mei gemaaid om te voorkomen dat er dominantie van bepaalde grassoorten, zoals witbol, ontstaat. Wanneer dit stadium doorbroken wordt, is de kans groot dat er kruidenrijk grasland ontstaat wat vanaf half juni of later gemaaid wordt. Maatwerk is hierbij belangrijk. Als er in de directe omgeving geen of onvoldoende zaadbronnen aanwezig zijn, kan het noodzakelijk zijn om in te zaaien. Het beste kunnen hiervoor zaaimengsels uit bronterreinen worden gebruikt, bij voorkeur bronterreinen in de omgeving van het perceel. Ook zijn geschikte mengsels te koop, maar daarbij moet goed gelet worden op de samenstelling en herkomst van de kruiden. Veel van deze kruidenmengsels bestaan uit vermeerderde soorten die afwijken van de inheemse soorten en daardoor minder bijdragen aan het stimuleren van biodiversiteit en het vaak niet lang volhouden op de ingezaaide percelen.

Regionaal coördinator Joachim van der Valk sprak over de nieuwe ANLb-beheerpakketten voor het ontwikkelen van kruidenrijk grasland. Deze pakketten maken maatwerk mogelijk, doordat er eerder gemaaid kan worden dan bij het reguliere beheerpakket kruidenrijk grasland. Elders in deze nieuwsbrief vindt u een nadere beschrijving van deze pakketten. Binnen het ANLb is het vanaf 2020 mogelijk om deze pakketten af te sluiten.

Na het theoretische gedeelte zijn de aanwezigen het veld ingegaan voor een praktijkdemonstratie op een perceel van ANLb-deelnemer Koob Russcher. Op het demonstratieperceel wordt geëxperimenteerd met het ontwikkelen van kruidenrijk grasland via verschraling in combibinatie met doorzaai met een kruidenrijk mengsel. Een deel van het perceel werd tijdens de demonstratie met een zaaimachine ingezaaid en een ander deel is door de aanwezigen met de hand ingezaaid. Het komende jaar volgen we de ontwikkelingen op het perceel.
De geslaagde middag werd met een borrel afgesloten.