Deelnemer uitgelicht: Klaas Jan Bruins

In elke nieuwsbrief lichten we een deelnemer aan het ANLb uit. Wat voor beheer heeft deze deelnemer? Wat zijn de drijfveren om mee te doen? Welke aanpassingen in de bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te doen? In deze “deelnemer uitgelicht” Klaas Jan Bruins uit Mandjeswaard.

Type bedrijf: biologische melkveehouderij met zuivelverwerking en kaasmakerij

Runt bedrijf met: lieve vrouw, ouders en zussen, schoonouders en collega’s

Aantal stuks melkvee en jongvee: 150 melkkoeien en circa 80 stuks jongvee

Aantal hectares: 115


Hoe lang doe je al aan weidevogelbeheer?
Mijn vader heeft al vrij lang geleden beheer afgesloten op een perceel op afstand. Dat was nog toen het beheer via de ANV’s werd afgesloten.

Welke pakketten heb je afgesloten binnen ANLb?

Op dit moment is er 4 ha uitgesteld maaien tot 1 juni, 0,6 ha plas dras en 2,5 ha juni-beheer daar om heen. De plasdras heeft nu één seizoen gedraaid. Daarnaast hebben we op de locatie die we sinds vorig jaar in gebruik hebben vanaf dit jaar ook een plasdras met 2 ha juni beheer en een perceel van 4 ha beheer. Deze tweede plasdras ligt buiten de begrenzing voor ANLb.

Wat zijn je drijfveren om mee te doen met ANLb?

Ik zie mijn bedrijf als onderdeel van een natuurlijk systeem. Grutto’s en kieviten zijn belangrijke soorten in dat systeem. Wij zijn namelijk indirect afhankelijk van de zelfde bodembiologie en het voedsel dat deze bodem voortbrengt. Hoe diverser, hoe weerbaarder. Wij proberen ons bedrijf zo in te richten, dat we daar optimaal mee samenwerken en daar kunnen en blijven we nog veel in verbeteren.

Welke aanpassingen in jouw bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te kunnen doen?

Ik zou mijn bedrijfskringloop graag zo lokaal als mogelijk en zo groot als (eventueel) nodig willen inrichten. Daarnaast hoop ik dat er in de nabije toekomst vanuit de overheid ruimte wordt gemaakt om te investeren in stalsystemen die minder drijfmest produceren.

Wat hoop je te bereiken met deelname aan weidevogelbeheer?

Dat het Kampereiland weer een interessant gebied wordt voor grotere aantallen weidevogels en dat we de predatoren een beetje minder ruimte geven, zodat één en ander weer wat meer in balans komt.

 

Welke tips over weidevogelbeheer heb je voor andere deelnemers?

Die hoop ik over 10 jaar te hebben;).

 

 

 

Afscheid Stefan van de Weg

Eind januari stopt onze veldcoördinator Stefan van de Weg met zijn werkzaamheden voor het Collectief. Stefan is vanuit ANV Camperland al vanaf de oprichting van het Collectief betrokken als veldcoördinator binnen de IJsseldelta. Voor velen in de IJsseldelta is Stefan dan ook geen onbekende. De laatste jaren wat meer op de achtergrond en aanvankelijk in nauwe samenwerking met Joop Beens.

Gedurende de ziekte en na het overlijden van Joop Beens heeft Stefan het veldcoördinatorschap weer volledig opgepakt. Dit naast zijn werkzaamheden voor het waterschap Drents Overijsselse Delta, het bestuur van de ANV Camperland en zijn melkveehouderij op het Kampereiland. Net als iedereen heeft Stefan echter maar 24 uur in een dag zitten, waardoor hij onvoldoende tijd heeft om zijn werkzaamheden als veldcoördinator voort te zetten.

Zijn praktische blik, zijn toewijding aan de weidevogels en het agrarisch natuurbeheer hebben wij altijd zeer gewaardeerd. Namens het bestuur en de werkorganisatie van het Collectief willen we Stefan hartelijk bedanken voor zijn inzet en trouwe dienst. We wensen Stefan het allerbeste toe voor hem persoonlijk (en zijn jonge gezin) en tevens veel succes op het boerenbedrijf. Stefan, nogmaals heel hartelijk dank!

We kijken hoe we de werkzaamheden die Stefan vervulde kunnen invullen. We hopen hier op korte termijn met meer informatie over te komen.

 

 

Legselbeheer: het beschermen van nesten

Het beschermen van nesten is de oudste vorm van weidevogelbescherming die we kennen. Nesten worden opgezocht, gemarkeerd en gespaard bij werkzaamheden op het land of voorzien van een nestbeschermer of stroomraster bij beweiding. Tegenwoordig is weidevogelbeheer veel breder, maar legselbeheer bestaat nog steeds.

Vaak wordt er inmiddels voorzichtiger omgesprongen met het markeren van nesten. Roofdieren zijn slim: ze volgen bijvoorbeeld sporen van de zoekers. Ook wordt tegenwoordig afgeraden om nesten te zoeken op percelen waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden, omdat ieder bezoek aan een nest de kans vergroot dat het nest niet uitkomt. Nesten worden op verschillende plekken nog steeds op stalkaarten ingetekend, maar steeds meer zoekers maken gebruik van digitale intekening.

Op bouwland worden nesten van kieviten nog wel eens in mandjes geplaatst, waarin de nesten tijdens de werkzaamheden verplaatst worden en zo snel mogelijk daarna weer teruggeplaatst. Er zijn metalen kappen beschikbaar die even over nesten geplaatst kunnen worden wanneer er bemest wordt met een sleepslang. Kortom, er is meer mogelijk dan alleen een stok bij een nest plaatsen.

Indien u een pakket voor legselbeheer onder het ANLb heeft afgesloten zijn een aantal zaken van belang. Allereerst dient er actief gezocht te worden naar nesten, door uzelf of door een vrijwilliger. De gevonden nesten dienen geregistreerd te worden (digitaal of op een stalkaart). Ook is het voor de vergoeding noodzakelijk om de gespaarde nesten te melden bij het Collectief binnen vijf dagen na het maaien, zodat het controleerbaar is. Alleen nesten van zogenaamde kritische weidevogelsoorten komen voor vergoeding in aanmerking, dat wil zeggen grutto, tureluur, wulp, kemphaan, watersnip, slobeend en zomertaling.

Afgelopen jaar was het actief zoeken naar nesten in sommige gevallen moeilijk. Deelnemers missen soms de kennis en tijd en vrijwilligers waren niet altijd beschikbaar vanwege corona. Wilt u graag nesten beschermen, maar is er geen vrijwilliger actief op uw bedrijf? Neem dan contact op met uw veldcoördinator, dan kunnen we kijken of we hierin kunnen bemiddelen.

Uitrijden ruige mest

Het uitrijden van ruige mest voor weidevogels onder het ANLb kan binnenkort weer. Maar wat is het belang van ruige mest ook al weer voor de weidevogels? En wanneer mag je het precies uitrijden? Wanneer kom je voor een vergoeding in aanmerking? We zetten het voor u op een rijtje.

Ruige mest wordt ook wel vaste mest genoemd en bestaat uit dierlijke mest, die voor het weidevogelbeheer bij voorkeur ook strorijk is. Soms worden met name (deels verteerde) voerresten gebruikt als “ruige mest”, maar feitelijk is dit dus geen ruige mest.

De ruige mest bevordert het bodemleven, dat de belangrijkste voedselbron voor de volwassen weidevogels vormt. Daarnaast is de grasgroei enigszins vertraagd ten opzichte van het gebruik van drijfmest of kunstmest, waardoor de percelen langer de open structuur houden die ze voor weidevogels geschikt maakt. Ook verwerken sommige weidevogels, met name kieviten, het stro uit de ruige mest in hun nest.

Binnen het weidevogelbeheer onder ANLb is bij percelen met beheerpakketten als kruidenrijk grasland en grasland met rustperiode een vergoeding mogelijk voor het uitrijden van ruige mest. Voorwaarde hiervoor is dat er 10-20 ton/ hectare wordt uitgereden in de periode van 1 februari tot 1 september, maar buiten de rustperiode van het beheerpakket. Ook wanneer de grond in deze periode bevroren is, mag je ruige mest uitrijden. Na het uitrijden van de ruige mest is het belangrijk om binnen zeven dagen melding te doen bij uw veldcoördinator of het secretariaat om voor vergoeding in aanmerking te komen. Het meldingsformulier en de pakketvoorwaarden vindt u onder https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/anlb-2016-2021/documenten/.

Let erop dat de periode van uitrijden van ruige mest, zoals RVO deze in het algemeen hanteert, niet geheel overeenkomt met de periode die onder het ANLb wordt gehanteerd. De periode die RVO hanteert voor het uitrijden van vaste mest is op klei- en veengrond 1 december tot en met 15 september. Voor zandgrond is de periode wel dezelfde, namelijk van 1 februari tot en met 31 augustus.

Start van het nieuwe beheerjaar

Nog even en dan komen de eerste weidevogels weer terug uit hun overwinteringsgebieden. Het nieuwe weidevogelseizoen staat dus over niet al te lange termijn weer voor de deur! Dat betekent dat we allemaal weer in de startblokken staan om het beheer uit te voeren en de weidevogels te helpen om het seizoen hopelijk tot een succes te maken.

Voordat de vogels terugkomen is voor een aantal beheerpakketten al actie noodzakelijk, ook voordat de beheerperiode ingaat. Met name bij plasdrassen is dit van belang: op 15 februari begint de zogenaamde inundatieperiode, oftewel de periode waarin de plasdras onder water hoort te staan. Het is dus van belang om ervoor te zorgen dat de pompen voor deze datum ingezet worden. Bij voorkeur enkele weken van tevoren, zodat de plasdras op 15 februari ook echt voldoende water bevat.
Heeft u moeite om de plasdras onder water te krijgen? Het Collectief heeft een aantal vijzelpompen aangeschaft om dit gemakkelijker te maken. Indien u daarvan gebruik wilt maken, kunt u contact opnemen met uw veldcoördinator.

Voor verschillende beheerpakketten, zoals grasland met rustperiode, plasdras en kruidenrijk grasland, staat in de beheervoorschriften dat het gewas kort de winter in gaat. Gezien het warme najaar is momenteel op veel percelen het gewas vrij lang. Wanneer hier niets aan gedaan wordt, betekent dat bijvoorbeeld dat het gewas al vroeg in het seizoen te zwaar wordt voor de weidevogelkuikens. Ook voorjaarsbemesting zorgt voor een zwaar gewas bij grasland met rustperiode, niet alleen voor de kuikens ongewenst, maar vaak ook lastiger in te passen in de bedrijfsvoering. Door de voorjaarsbemesting achterwege te laten en waar nodig en haalbaar in het vroege voorjaar schapen in te zetten, blijven de percelen langer geschikt voor de vogels.

Komend seizoen willen we vaker een attentiemail rondsturen, met informatie over een specifieke aanstaande periode van een bepaald beheerpakket. Hiermee willen we u helpen om het weidevogelbeheer makkelijker te maken.

Van de voorzitter: nieuw jaar, nieuwe kansen

Het was vorig jaar in meerdere opzichten geen best jaar. Corona zorgde binnen het Collectief voor allerlei beperkingen en vooral ook voor veel persoonlijk leed. Daarnaast zorgden het extreem droge voorjaar en predatie voor minder positieve resultaten in het broedsucces van de weidevogels.

Het nieuwe jaar is begonnen en op allerlei terreinen worden volop maatregelen getroffen om het jaar 2021 succesvoller te laten verlopen. Zo worden er dit jaar weer meer (hooiland)pompen ingezet om plasdrassen te creëren. Het wordt steeds duidelijker dat plasdrassen een belangrijke aanzuigende werking hebben op weidevogels. Niet alleen vroeg in het voorjaar, maar de plasdrassen zorgen ook voor grotere overlevingskansen voor de kuikens.

Verder is er weer extra geïnvesteerd in materiaal ter bestrijding van predatie zoals vossenvallen en vossenwerende rasters. Ook zijn er twee nieuwe drones aangeschaft die kunnen helpen om de nesten op te sporen. De veldcoördinatoren zijn veel op pad om extra beheer af te sluiten in de kansrijke weidevogelgebieden. Kortom, op allerlei fronten wordt keihard gewerkt aan een succesvol nieuw weidevogelseizoen.

Toch zal vast ook weer blijken dat we niet alles in de hand hebben. De natuurlijke omstandigheden hebben we gelukkig niet in de macht. We hebben ook geen grip op wat er allemaal met de weidevogels gebeurt buiten ons gebied, en vooral ook buiten onze landsgrenzen. Wat we wel kunnen doen, moeten we goed doen. Daarom is het mooi om te weten dat er in 2021 ook weer heel wat vrijwilligers, veldcoördinatoren en ANLb-deelnemers klaar staan om er een succesvol weidevogelseizoen van te maken. Ik wil iedereen alvast een gezond en goed nieuw seizoen toewensen in de hoop dat we dit jaar heel veel jonge weidevogels vliegvlug zien worden.

Voor de bestuurlijke kant is het dit jaar een uitdaging om de BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie) goed te laten landen in de beheercontracten. Uiteindelijk zullen in het najaar van 2021 de deelnemers zelf de percelen moeten gaan intekenen. Verder zullen ook andere zaken niet ANLb-zaken aandacht vragen, zoals de stikstoftafels en de bodemdaling in de veenweidegebieden. Ook zal er gewerkt worden aan een ontwikkelingsplan om de organisatie bij de Collectieven in Nederland verder te professionaliseren. Veel werk, maar vooral ook interessante nieuwe uitdagingen.

Cor Pierik

GLB-pilot: verwerking van de resultaten

Iedere nieuwsbrief geven we een update over de GLB-pilot “De kievit als boegbeeld voor vergroening van de melkveehouderij”, een project uitgevoerd door het Collectief. Op dit moment zijn we bezig met het verwerken van de resultaten, waar we hier een eerste impressie van geven.

Alle deelnemers aan de pilot hebben op hun percelen randen laten staan, waarop een rustperiode lag tot 15 juni. In de periode van eind mei tot half juni heeft het Collectief de vier pilot-gebieden met een drone ingevlogen, waarbij de techniek “mapping” is gebruikt. Bij deze techniek vliegt de drone een vooraf ingestelde route door het gebied, waarbij de camera onder de drone continu foto’s maakt. Deze foto’s worden met behulp van een speciaal computerprogramma aan elkaar geplakt, zodat je een actuele luchtfoto van het gebied krijgt. Op deze luchtfoto waren de randen in de meeste gevallen goed te zien.

Dit drone-onderzoek had twee doelen: het eerste doel was om uit te zoeken of het mogelijk is om dergelijke maatregelen vanuit de lucht te controleren. De overheid wil hier in de toekomst graag satellieten voor in gaan zetten. Uit het onderzoek is duidelijk gebleken, dat dit zeker voor de randen goed mogelijk is.

Het tweede doel was onderzoeken of het mogelijk was om op basis van informatie en eigen inzicht van de deelnemers een netwerk van randen aan te leggen in het gebied. Dit netwerk zorgt er dan voor dat met name de kuikens overal in het gebied schuilgelegenheid hebben.
Alle deelnemers hebben voorafgaand aan het veldseizoen een workshop over kievitbeheer gevolgd. Daar hebben zij veel informatie gekregen over de kievit, het doel van de maatregelen en geschikte locaties voor het uitvoeren van deze maatregelen. De deelnemers waren vervolgens vrij in de locatiekeuze van de maatregelen. In alle gebieden is in meer of mindere mate een netwerk ontstaan en het gros van de randen ligt op locaties waar de kievit en andere weidevogels ook daadwerkelijk baat hebben bij de randen.

Onderzoek naar functioneren plasdrassen

Plasdrassen zijn van groot belang voor het goed functioneren van een weidevogelgebied. Maar niet alle plasdrassen functioneren even goed. Wat maakt dat een plasdras veel vogels aantrekt, terwijl dat bij andere plasdrassen niet het geval is?

De afgelopen jaren hebben we met de deelnemers de nodige ervaring opgedaan op gebied van plasdrassen: over de aanleg en inrichting, maar ook over het beheer. We hebben gemerkt, dat niet alle plasdrassen even goed functioneren: soms is het lastig water vast te houden, andere keren is de begroeiing te dicht. Ook zijn er plasdrassen die geschikt lijken, maar desondanks geen vogels aantrekken.

De komende tijd onderzoekt het Collectief welke factoren van belang zijn voor een goed functionerende plasdras. Hierbij gaan we van alle plasdrassen in het werkgebied van het Collectief de aanwezige gegevens op een rij zetten. Dit zijn bijvoorbeeld de resultaten van de schouw en gegevens van de aantallen van vogels. Ook gaan we in gesprek met experts op gebied van plasdrassen. Hiermee hopen we erachter te komen welke factoren van belang zijn voor een goed functionerende plasdras.

Mocht u uw ervaringen met betrekking tot het functioneren van uw plasdras willen delen? Dan kunt u contact opnemen met uw veldcoördinator. De contactgegevens vindt u onder https://www.collectiefnoordwestoverijssel.nl/organisatie/werkorganisatie/. In de volgende nieuwsbrief delen we de uitkomsten van dit onderzoek met u.

Onderhoud landschapselementen van start

Binnen het leefgebied droge dooradering hebben verschillende deelnemers ANLb-pakketten afgesloten voor opgaande landschapselementen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om pakketten met hakhoutbeheer, hakhoutbosje, houtwal en houtsingel en knotbomensingel. Voor deze pakketten is periodiek snoeien van de gehele of een deel van de beheereenheid een voorwaarde. Daarnaast is voor bepaalde pakketten een eindkap onderdeel van de beheercyclus.

Heeft u één van bovengenoemde pakketten afgesloten? Dan mag u in de meeste gevallen vanaf 1 oktober het onderhoud uitvoeren. Voor de exacte snoeiperiode kunt u het beste naar de voorwaarden kijken. Denk eraan dat het uitgevoerde beheer binnen zeven dagen bij het Collectief gemeld dient te worden.