Nieuwe veldcoördinator: Freddie Aalberts

Onlangs is er een nieuwe veldcoördinator aangesteld voor het werkgebied IJsseldelta: Freddie Aalberts. In deze nieuwsbrief stelt Freddie zichzelf voor.

Door trieste, bij u bekende omstandigheden, is er een nieuwe veldcoördinator gezocht voor het werkgebied IJsseldelta. Na sollicitatie werd ik tot mijn vreugde en verrassing benoemd. Hoewel het niet makkelijk zal zijn om weidevogelman Joop op te volgen, ga ik daar mijn best voor doen.

Ik ben Freddie Aalberts en woon aan Cellemuiden 37 te Hasselt. Ik ben 61 jaar oud, veehouder en liefhebber van weidevogels. De komende tijd hoop ik daar nog meer verstand van te krijgen, zodat we samen de streek en de weidevogels in stand kunnen houden en hopelijk uitbreiden.

Er is altijd al veel aandacht geweest voor de broedperiode van de weidevogels, bijvoorbeeld door het uitstellen van de maaidatum en het opzoeken en beschermen van nesten. De laatste jaren komt ook de opgroeiperiode van de kuikens/ pullen wat meer aan bod. Dus daar wil ik graag samen met jullie mee verder. U kunt dus verwachten dat ik u ga “lastig vallen” met bijvoorbeeld “ voorweiden”. Uiteraard mag u mij ook “lastigvallen” op tel.nr. 06-30349813 of e-mail [email protected].

Ik hoop u/ jullie, uiteraard op afstand, te ontmoeten; dat het een vogelrijke samenwerking mag worden.

Hartelijke groet,

Freddie Aalberts

Deelnemer uitgelicht: Jan Dunnink

In de nieuwsbrief lichten we een deelnemer aan het ANLb uit. Wat voor beheer heeft deze deelnemer? Wat zijn de drijfveren om mee te doen? Welke aanpassingen in de bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te doen? In deze “deelnemer uitgelicht” melkveehouder Jan Dunnink uit Rouveen.

Bedrijf: Maatschap Dunnink- Nijboer
Runt bedrijf met: Zwager en zuster
Aantal stuks melkvee en jongvee: 60 melkkoeien en 55 stuks jongvee
Aantal hectares: 43

Hoe lang doe je al aan weidevogelbeheer?
Nog niet zo heel lang, twee jaar geleden zijn we met ons bedrijf hiermee begonnen.

Welke pakketten heb je afgesloten binnen ANLb?
We hebben “Kruidenrijk grasland” afgesloten met rustperiode tot 15 juni en tot 1 juli. Daarnaast hebben we een plasdras.

Sinds enkele jaren heb je een plasdras. Wat zijn je ervaringen met deze plasdras?

In eerste instantie had ik er geen verwachting van, maar het trekt toch enorm veel vogels aan. Dus de plasdras werkt zeker.

Wat zijn je drijfveren om mee te doen met ANLb?

De insteek was om ANLb als alternatief voor verhuur te gebruiken. Er is sowieso voldoende ruwvoer aanwezig. Ik ben altijd tegen aanleg van natuur op landbouw grond (in witte gebieden) geweest, vanuit de angst dat er weer een claim op de landbouwgrond en op de omgeving komt. Nu vind ik het ook nog wel spannend, of dat nu niet gaat gebeuren. Aangezien de contracten voor bepaalde tijd zijn, kun je er ook weer vanaf.

Welke aanpassingen in jouw bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te kunnen doen?

We hebben nagenoeg geen aanpassingen hoeven doen.

Wat hoop je te bereiken met deelname aan weidevogelbeheer?

De weidevogel hoort in het landschap, dus dat wil ik graag behouden. Ik zie ook liever weidevogels dan ganzen en een overschot aan ooievaars.

Wat zou je andere deelnemers die twijfelen over een plasdras mee willen geven?
Ga het gewoon proberen! Het mooiste is dat je voor een korte periode kunt instappen, niet gelijk voor zes jaar.

 

 

 

 

 

 

Soort uitgelicht: de veldleeuwerik

Iedere nieuwsbrief lichten we een soort uit, waar we ons als Collectief met onze leden voor inzetten. Deze keer een soort die ooit zeer algemeen voorkwam in het agrarisch gebied, maar die inmiddels een zeldzame verschijning is geworden: de veldleeuwerik.

Heeft u al een keer een veldleeuwerik horen zingen? Dan herkent u hem waarschijnlijk de volgende keer meteen weer! Al zingend stijgen ze op tot grote hoogte, waar de vogels als een helikopter bijna stil op de plek hun onmiskenbare zang laten horen. Om vervolgens in glijvlucht en al zingend weer richting de grond te dalen. Met deze zangvluchten bakent de veldleeuwerik zijn broedterritorium af.

Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw is de veldleeuwerik met 95% afgenomen. De intensivering van de landbouw en de verruiging van de duinen zijn hiervan de belangrijkste oorzaken. Gelukkig kun je de soort nog steeds tegenkomen. De veldleeuwerik broedt vooral in open landschappen, zoals de heide en de duinen, maar ook in verschillende agrarische weidevogelgebieden kun je de soort nog tegenkomen. In het werkgebied van het Collectief zijn er verschillende weidevogelgebieden waar je deze soort kunt horen en zien.

De veldleeuwerik is qua uiterlijk niet heel opvallend: bruin gestreept met een lichte borst en een korte kuif, die vaak plat ligt. De soort is net iets groter dan een huismus. Ze broeden op de grond in open gebied, waarbij het nest goed verborgen ligt. Vanaf eind maart beginnen veldleeuweriken te broeden, waarbij de jongen na ongeveer 45 dagen vliegvlug zijn. Ieder broedseizoen kunnen ze twee tot drie legsels produceren. Tijdens de broedtijd eten veldleeuweriken vooral insecten, terwijl ze buiten de broedtijd overschakelen op zaden en granen.

In deze tijd van het jaar kunt u de zang niet meer horen, het broedseizoen is immers voorbij. Wel kunt u nog trekkende veldleeuweriken tegenkomen, die voornamelijk onderweg zijn naar zuidwest Europa. Het hoogtepunt van de trek ligt in oktober. Niet alle veldleeuweriken trekken weg, sommige blijven in Nederland overwinteren. Veel veldleeuweriken die u in deze periode ziet, hebben in Scandinavië gebroed. Dus ziet u overdag een groep vogels hoog overvliegen? Wie weet zijn het veldleeuweriken.

De strijd tegen predatie

Iedereen die zich inzet voor weidevogels weet hoe frustrerend predatie is. Zeker in 2020, een jaar waarin predatie in veel gebieden enorm was. Als Collectief zetten we ons in om predatie te beperken. Hiervoor bewandelen we verschillende wegen, die we hier voor u toelichten.

Het Collectief is zich erg bewust van predatie en de impact hiervan op de weidevogels. Predatiebestrijding staat dan ook continu op de agenda, zowel op juridisch gebied als op ecologisch gebied. Dit najaar gaat het Collectief bijvoorbeeld in gesprek met de verschillende WBE’s om samen te kijken waar en hoe de bestrijding van de vos verbeterd kan worden. Verder zijn we in overleg met de provincie over de verruiming van aanpak van andere grondpredatoren. Mocht hiervoor aanvullend onderzoek zijn, dan dragen we als collectief daaraan ons steentje bij.

Afgelopen jaar zijn er met financiering van de provincie diverse vossenvallen aangeschaft en ingezet. Het is duidelijk dat er meer nodig zijn. De provincie en het Collectief hebben allebei budget vrijgemaakt voor de aanschaf van nieuwe vossenvallen. Op dit moment inventariseren we geschikte locaties voor deze nieuwe vallen, zodat deze voor komend weidevogelseizoen ingezet kunnen worden.

Niet alleen de vallen worden ingezet, ook zijn er kilometers aan raster, uiteraard met stroomapparaat, aangeschaft, die ingezet worden om grondpredatoren te weren. Hierbij maken we onderscheid in twee typen rasters: bij het ene type raster rasteren we hele gebieden of percelen uit. Dit gebeurt bijvoorbeeld rond plasdrassen en de beheereenheden die daaromheen liggen. Bij het andere type raster rasteren we één nest uit. Met name voor wulpen, die vaak op grotere afstand van elkaar broeden, is dit een zeer geschikte methode.

Tot slot proberen we het zo moeilijk mogelijk te maken voor predatoren door het leefgebied van de vogels te verbeteren. Zo vergroten we de openheid door bomen weg te halen, verhogen we waterpeilen als barrière en sluiten we extra hectares kruidenrijk grasland en grasland met rustperiode af voor meer dekking en voedsel.

Algemene ledenvergadering 2020

Dinsdag 6 oktober jl. vond de uitgestelde Algemene Ledenvergadering van het Collectief plaats in het Trefpunt in Mastenbroek. De bijeenkomst kon gelukkig doorgang vinden binnen de kaders van de geldende coronamaatregelen. De zitplaatsen waren ruim opgezet (minimaal 1,5 meter) en er was een maximum gesteld aan het aantal aanwezigen, inclusief een deurbeleid van aanmeldingen vooraf en registratie aan deur.

Na de opening door aftredend voorzitter Jan van der Weerd heeft penningmeester Jan Vonder de Jaarrekening 2019 en de Begroting 2020 gepresenteerd. De leden hebben decharge verleend aan bestuur voor de Jaarrekening 2019 en hebben ingestemd met de Begroting voor 2020.

Tijdens de vergadering is afscheid genomen van Jan van der Weerd als voorzitter van het Collectief.  Vicevoorzitter Klaas de Lange had mooie woorden voor Jan. De voordracht van ANV Camperland van Cor Pierik als bestuurslid en voorzitter van het Collectief is door de leden bekrachtigd.

Na afloop van het formele deel heeft Joop Alssema de aanwezigen meegenomen in de voorbereidingen, die door de provincie genomen worden in aanloop naar het gebiedsproces Veenweide Noordwest Overijssel.

Het Collectief kijkt terug op een geslaagde bijeenkomst en hoopt de leden komend voorjaar te kunnen ontvangen voor de ALV 2021.

Van de voorzitter: vooruitblik Cor Pierik

Lucratieve landbouw en een walhalla voor weidevogels

Hoe mooi is het als boerenbedrijven een goede boterham kunnen verdienen en de populatie weidevogels weer gaat groeien. Als nieuwe voorzitter van het Collectief Noordwest Overijssel heb ik het voorrecht om in deze nieuwsbrief te mogen vooruitblikken.

Waarschijnlijk zijn er weinig momenten aan te wijzen in de Nederlandse landbouwgeschiedenis waar zoveel uitdagingen en dossiers op keukentafels lagen bij boeren dan nu. Het gaat vaak over stikstof, bodemvruchtbaarheid, gezondheid, broeikasgassen, biodiversiteit, kringlopen, klimaatverandering, zonneweides en windmolens. Hierbij spelen altijd de vragen over de ‘echte prijs’, verdienmodellen, de volhoudbaarheid en de natuur een rol. Verder zijn er nogal wat mensen die meer ruimte willen voor wonen, werken, reizen en recreëren. Ook willen sommigen meer aandacht voor het welzijn van dieren, gezondheid en duurzame voedingsmiddelen. Al snel kom je tot de conclusie dat niet alles kan in dit kleine land.

Kortom, we moeten keuzes maken. Kiezen is voor veel beleidsmakers en bestuurders buitengewoon lastig. Ze krijgen dan bijna altijd te maken met voor- en tegenstanders. Dat is lastig. Om deze redenen wordt er te vaak gekoerst op de ervaringen uit het verleden. Voor de innovatieve en kennisintensieve Nederlandse landbouw moeten er echter ook nieuwe wegen worden bewandeld. Voor een toekomstbestendige lucratieve landbouw moeten er nieuwe verdienmodellen en samenwerkingsverbanden komen. Voor het bevorderen van de biodiversiteit, moet bijvoorbeeld gesleuteld worden aan de leefomgeving voor de grutto.

Als je in Nederland kiest voor ‘alles’, kies je feitelijk niet. Daarom wil ik me de komende jaren sterk maken voor een daadkrachtig Collectief, dat de samenwerking zoekt met andere gebiedspartijen en duidelijke keuzes maakt. Zo kun je in een specifiek gebied niet kiezen voor de grutto en de vos. Zo kun je ook niet kiezen voor windmolens en de weidsheid in de polder. Laten we met elkaar op basis van feiten keuzes maken die goed zijn voor een toekomstgerichte landbouw en leefgebieden waarin weidevogels zich voelen als vissen in het water. Dit betekent sowieso dat de natuurprestaties die boeren leveren gewaardeerd moeten worden. Niet alleen in mooie woorden, maar ook in euro’s.

Van de voorzitter: terugblik Jan van der Weerd

Mij is gevraagd om als aftredend voorzitter van het Collectief nog eens terug te kijken naar wat er zoal voorbij getrokken is. Al is terugkijken niet iets wat ik normaal veel doe: ik kijk veel liever vooruit vanuit waar we staan naar waar we heen gaan.

In 2016 was de start van het huidige ANLb en daarmee de oprichting van het Collectief zoals we dat nu kennen. Vanaf die tijd is er veel gebeurd, zoals het opstellen van beheerplannen en het kwaliteitshandboek, het intekenen van beheer bij leden, het werven van nieuwe deelnemers enzovoort.

Soms was het zoeken naar de juiste weg, zoals bij het inrichten van het bestuur. In de voorbereiding waren we met acht personen: uit elke ANV twee personen. Uiteindelijk zijn we in 2016 gestart met vijf bestuursleden, namelijk uit de KAN Henk Doze, uit ANV Horst en Maten Albert Corporaal (secretaris), uit ANV Tolhuislanden Jan Vonder (penningmeester), uit ANV Camperland Jan van der Weerd (voorzitter), aangevuld met een bestuurslid vanuit LTO Klaas de Lange.

Vanaf het begin zijn we steeds bezig geweest met uitbreiding van het beheer onder ANLb. In vier jaar tijd zijn we bijna verdubbeld in omvang en budget. Vanaf het begin zoeken we de samenwerking met de vrijwilligers die actief zijn met weidevogels. Ook het dossier predatiebeheer staat hoog op de agenda en daarnaast voeren we diverse projecten uit.

Een voorbeeld van een project is de “Kwaliteitsimpuls weidevogelbiotoop 2019-2021”, ook wel NPI (Niet-Productieve Investeringen) genoemd. Dit project voeren we samen met de twee andere Collectieven in Overijssel uit. Niet alleen leggen we hiervoor verschillende plasdrassen (62 in totaal!) aan, ook hebben we de bijbehorende plasdraspompen aangeschaft. Voor predatiebestrijding zijn rastermateriaal met stroomvoorziening en vossenvallen aangeschaft. Daarnaast zijn er onder deze regeling drones aangeschaft en is er houtopslag verwijderd in weidevogelgebieden ten behoeve van de openheid.

Verder hebben we natuurlijk veel vergaderd met onder andere het bestuur, provincie, Boerennatuur en de waterschappen. In al die jaren hebben we hierdoor een mooi netwerk opgebouwd en weten partijen ons steeds vaker te vinden.

Dit was een kleine terugblik van zes jaar voorzitter van het Collectief. Ik wens mijn opvolger veel succes bij het uitvoeren van deze taak.

GLB-pilot: uitvoering van de veldmaatregelen

Iedere nieuwsbrief geven we een update over de GLB-pilot “De kievit als boegbeeld voor vergroening van de melkveehouderij”, een project uitgevoerd door het Collectief. Op 15 juni eindigde de rustperiode van de randen, waarmee de veldmaatregelen geëindigd zijn. Het is dan ook tijd voor een korte terugblik.

Grofweg bestonden de maatregelen van de zogenaamde kievitpakketten uit randen, eventueel in combinatie met het uitrijden van ruige mest en/of drassige delen. Met name voor die laatste twee was het een uitdagend jaar. Het natte voorjaar zorgde ervoor dat het uitrijden van ruige mest voor 15 maart niet ging lukken. De deelnemers konden vervolgens kiezen: de periode verlengen tot 1 april of overstappen naar een ander pakket. Van beide opties is veelvuldig gebruik gemaakt.

Deelnemers met een pakket met drassige delen stonden voor de volgende uitdaging: de enorme droogte die volgde op de natte periode. Zelfs voor deelnemers die konden beschikken over een pomp was dit een uitdaging. Vooral in gebieden met een zandige bodem sijpelde het water makkelijk weg. Zonder pomp was het zelfs op natte, laaggelegen delen niet te doen, met een dagelijkse tocht met een giertank vol water tot gevolg. De deelnemers gaven wel aan, dat er veel vogels op de drassige delen afkwamen, dus de inspanningen waren niet voor niets.

Na de eerste snede waren de randen duidelijk zichtbaar. In de toekomst wil RVO de maatregelen graag met satellieten controleren. Het Collectief heeft geen satelliet, maar wel een drone. Na de eerste snede is de drone dan ook de lucht ingegaan om opnames te maken van de randen. De randen waren vanuit de lucht duidelijk zichtbaar. Met behulp van de dronebeelden wordt onder andere gecontroleerd of de randen de juiste afmetingen hadden.

Om te onderzoeken of de kieviten (en andere weidevogels) ook daadwerkelijk gebruik maken van de maatregelen, zijn verschillende vrijwilligers de afgelopen maanden in ieder pilotgebied aan de slag geweest. Iedere week of iedere twee weken liepen zij een vaste ronde door het gebied, waarbij gemonitord werd waar de vogels zich bevonden. De komende tijd gaan we alle resultaten analyseren, dus daarover in de volgende nieuwsbrief meer!

 

 

De onmisbare vrijwilligers

Ieder weidevogelseizoen is het weer duidelijk, dat de vrijwilligers onmisbaar zijn. Ook dit jaar komt de belangrijke rol van de vrijwilliger weer naar voren. Kortom, tijd om daar aandacht aan te besteden in deze nieuwsbrief.

Alle beperkingen vanwege corona hadden dit jaar ook invloed op de vrijwilligers. Waar vrijwilligers vaak samen het veld in gingen, gebeurde dat dit jaar ineens alleen. Sommige vrijwilligers wilden, heel begrijpelijk, dit jaar overslaan, maar vele anderen hebben zich ook nu weer ingezet voor de bescherming van weidevogels. Vele percelen zijn dan ook dit jaar weer afgezocht en vele nesten zijn gevonden, gemarkeerd en geregistreerd. Daarbij is de drone in verschillende gebieden ingezet ter ondersteuning van het lokaliseren van de nesten. Ook is in verschillende gebieden specifieke monitoring uitgevoerd, waaronder de BTS-telling in enkele gebieden en de monitoring voor de GLB-pilot. Tijdens en na het weidevogelseizoen is er veelvuldig afstemming tussen deelnemers, vrijwilligers en veldcoördinatoren om gezamenlijk te werken aan het verbeteren van het leefgebied en het broedsucces van de weidevogels.

Het enthousiasme en doorzettingsvermogen van de vrijwilligers is bewonderingswaardig. Het is een intensieve periode die begin maart start en veelal tot eind juni voortduurt. De observatie van het gedrag van de vogels, het plezier van het vinden en beschermen van een nest, de contacten met agrariërs voor afstemming van de bescherming en eventueel de koppeling aan beheermaatregelen. Maar helaas ook steeds vaker de teleurstelling van een gepredeerd nest en het verhongeren van kuikens.

Deelnemers geven keer op keer aan hoe blij ze met de vrijwilligers zijn. De inzet en kennis van de vrijwilligers worden door de deelnemers als onmisbaar ervaren. Wie zoeken er anders nesten en gezinnen op voordat er gemaaid gaat worden? Wie rasteren er anders nesten uit om predatie te voorkomen? Vaak heeft de inzet van de vrijwilligers een grote positieve invloed op het succes van legsel. Denk aan een nest dat gespaard wordt doordat vrijwilligers deze vonden en last minute beheer dat met behulp van vrijwilligers op de juiste locatie terecht komt.

Kortom, vrijwilligers zijn een onmisbare schakel in de gezamenlijke bescherming van weidevogels. Onze dank richting de vrijwilligers is dan ook groot!

 

 

Soort uitgelicht: de kamsalamander

Iedere nieuwsbrief lichten we een soort uit, waar we ons als Collectief met onze leden voor inzetten. Dit kan een weidevogel zijn of een soort van de zogenaamde “droge dooradering”. Deze keer een soort van de “droge dooradering”: de kamsalamander.

De kamsalamander is een amfibie, die zijn naam te danken heeft aan de getande kam op de rug van de mannetjes in de voortplantingstijd. Kamsalamanders zijn vrij groot: ze kunnen tot 20 cm lang worden. Kenmerkend is daarnaast de oranje buik met donkere vlekken, waardoor de buik soms bijna zwart is. Op het land is de soort erg donker met enkele lichte vlekken. De kam is op dat moment ook verdwenen.

De soort is binnen het ANLb-leefgebied droge dooradering een doelsoort voor de verschillende pakketten van “Poel en klein historisch water”, maar ook van “Houtwal en houtsingel”. De betreffende poelen gebruikt de kamsalamander voor de voortplanting. De houtwallen, bosjes en andere opgaande begroeiing zorgen voor een vochtige, vorstvrije omgeving, waar ze buiten de voortplantingsperiode en in de winter weg kunnen kruipen.

Voor het voortplanting zijn heldere wateren met een goed ontwikkelde onderwatervegetatie van belang. De eitjes worden namelijk afgezet in deze vegetatie. Ook is het van belang dat er zonlicht op het water komt en dat er gedurende de hele voortplantingstijd water in staat. Vanaf maart trekken de volwassen kamsalamanders richting het water voor de voortplanting. Na de voortplanting gaan de meeste kamsalamanders weer richting het landbiotoop.

Eieren zijn vooral in april en mei te vinden in de vegetatie van de voortplantingswateren. Na enkele weken komen de eieren uit en zijn de larven te vinden. De larven hebben na het uitkomen kieuwen en blijven daardoor in het water. Na enkele maanden vindt de metamorfose plaats, waarna ook de jonge dieren het water verlaten.

Buiten de voortplanting komt de kamsalamander voornamelijk op het land voor in gebieden van het kleinschalige landschap. De soort komt in Overijssel vrij veel voor op en rond landgoederen. Binnen het werkgebied van het Collectief komt deze soort in relatief lage dichtheden voor in de omgeving van Paasloo, Woldberg/ Eese en Punthorst.