Deelnemer uitgelicht: Kors den Hartog

In elke nieuwsbrief lichten we een deelnemer aan het ANLb uit. Wat voor beheer heeft deze deelnemer? Wat zijn de drijfveren om mee te doen? Welke aanpassingen in de bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te doen? In deze “deelnemer uitgelicht” Kors den Hartog uit Eesveen.

Type bedrijf: biologische jongveeopfok

Samenwerking met: één ander bedrijf, waarvoor we het jongvee opfokken

Aantal stuks vee: 110 stukje jongvee van verschillende rassen/ kruisingen

Aantal hectares: 54 ha, uitsluitend grasland


Hoe lang doe je al aan weidevogelbeheer?

Sinds 2004 wonen we op deze locatie in Eesveen. Op dat moment waren er meer weidevogels dan nu. Ik wilde graag aan weidevogelbeheer doen, maar het was toen niet mogelijk om gesubsidieerd beheer af te sluiten. Desondanks deed ik wel aan weidevogelbeheer.
We wonen op de grens van Drenthe, waar ik contact had met de vrijwilligers uit Wapserveen. We hadden vooral kieviten en de vrijwilligers kwamen bij ons om op het maisland kievitnesten te markeren. Daarnaast hadden we ook drie gruttoparen op het land. Speciaal daarvoor had ik op een perceel een ander gewas ingezaaid, dat ik tot 1 juli liet staan. Dit gewas voerde ik aan de droge koeien. Vanaf 2016 werd Eesveen een kievitgebied, waar wel gesubsidieerd beheer afgesloten kon worden. Vanaf 2017 doen we mee met het ANLb.

 

Welke pakketten heb je afgesloten binnen ANLb?

We hebben een plasdras en kruidenrijk grasland, waar we ruige mest uitrijden. Daarnaast hebben we regelmatig last minute beheer afgesloten in de vorm van een kuikenveld, waardoor deze percelen een verlate maaidatum hebben.

Wat zijn je drijfveren om mee te doen met ANLb?

Weidevogels horen in het landschap en zonder weidevogelbeheer gaat het fout met de weidevogels. Ook zonder subsidie zou ik blijven meedoen aan weidevogelbeheer, maar wellicht zonder plasdras. Er zijn bedrijven in Nederland waar het goed gaat met weidevogels, dat is bij boeren die de bedrijfsvoering richten op weidevogels en er veel voor doen. Mijn belangrijkste drijfveer is minimaal het behouden van de huidige aantallen weidevogels, maar het liefst zie ik dat de aantallen toenemen.

Het landelijk beleid richt zich wat meer op een extensievere bedrijfsvoering. Dat je een plus ontvangt voor maatregelen die je neemt voor biodiversiteit vind ik positief. Om wereldwijd mee te kunnen doen is het nodig om op te schalen, je producten zelf te verwerken en af te zetten of om nevenactiviteiten uit te voeren. Het zou goed zijn om dit te doorbreken met een extensievere bedrijfsvoering, waarbij weidevogels meer kans krijgen.

 

Recent is je plasdras uitgerasterd tegen grondpredatoren. Hoe zijn jullie daartoe gekomen?

Zes jaar geleden was ik via de Vogelbescherming op excursie bij een weidevogelboer, die al 13 jaar percelen uitrastert. Dit was fantastisch om te zien: de aantallen vogels groeiden en predatie door de vos nam enorm af. Veel kieviten broedden binnen het raster, waardoor vliegende predatoren geen kans kregen tegen de grote aantallen kieviten die ze belaagden.

Volgens mij is dit een goede manier om de aantallen weidevogels te laten groeien, in combinatie met plasdras en voldoende voedsel. Dit wilde ik zelf ook graag op mijn bedrijf en heb dit met Klaas (veldcoördinator, red.) besproken en daarna is het gaan lopen. Dit voorjaar is 1500 meter raster gearriveerd en heb ik deze samen met de vrijwilligers geplaatst. Ik heb het raster gecontroleerd, zodat de draden laag genoeg zijn, en de stroom erop gezet. Op dit moment maai ik het gras onder raster weg, zodat de stroom erop blijft. Dit is veel werk, dus hulp hierbij zou welkom zijn.

Vorig jaar was de predatie dramatisch. Ik had samen met de vrijwilligers nesten gevonden, die een paar dagen later leeg waren en 10 meter verderop lag een nieuw nest. Ik heb vervolgens de jager gebeld, die vaker is gaan jagen op vossen. Daarna ging het beter met de kieviten. In het gebied aan beide zijden van de Aa zijn vorig jaar 90 vossen geschoten. Ook in de vossenval vlak naast de plasdras zijn negen vossen gevangen sinds afgelopen najaar. Een groter wordend probleem bij ons in de polder is het aantal ooievaars. Afgelopen jaar liepen er zestien achter de maaier aan. En ook de steenmarter rukt op in aantallen.

 

Welke aanpassingen in jouw bedrijfsvoering zijn er nodig om mee te kunnen doen?

Weidevogelbeheer past mooi in mijn biologische bedrijfsvoering. Eerder ging het grove hooi van het kruidenrijk grasland naar de droge koeien. Met jongvee is dat wat lastiger, maar de drachtige pinken eten het grove hooi ook. Daarnaast gaat een deel nu naar mensen met paarden.

Het kost wat tijd, maar voor mij is weidevogelbeheer een hobby. Ik vind het fantastisch als je de vogels ziet broeden, vooral als het nest niet leeggeroofd wordt. Je ziet vanaf de trekker de kieviten een nest bouwen. Ik mag bovengronds mest uitrijden, dus dan zet ik een emmer op het nest, zodat het nest schoon blijft. Daarna gaan de kieviten gewoon weer verder met broeden.

Sowieso zitten we hier in een zandig gebied, waardoor het veel werk is om plasdras vol te houden. Inmiddels is er een sliklaag ontstaan in plasdras, die zorgt voor minder wegzijging. Op warme dagen is er veel verdamping, waardoor ik afgelopen jaar regelmatig moest bijpompen .

 

Wat hoop je te bereiken met deelname aan weidevogelbeheer?

Het zou mooi zijn om de groei weer in de aantallen weidevogels te krijgen. Als je dat voor elkaar krijgt, dan weet je dat het werkt. Dat geeft ook de meeste voldoening, in tegenstelling tot het verlies door predatie. Vroeger ging mijn vrouw in de polder liggen om naar het geluid van de weidevogels te luisteren. Het geluid van deze vogels is zo mooi, net zoals het baltsen. We hopen dat we dat weer meer terug krijgen!

 

Welke tips over weidevogelbeheer heb je voor andere deelnemers?

Nog steeds markeren in sommige gebieden de vrijwilligers de nesten. Markeer nesten zo min mogelijk, want predatoren volgen je spoor. Wij zetten een stok aan slootkant en niet bij nest. Vanaf de trekker is dan vaak goed te zien waar de nesten zitten.

Maai daarnaast ruim om nesten heen, zodat een strook overblijft, het liefst minimaal 5-6 meter breed en 10-12 meter lang. Het nest heeft dan meer kans om uit te komen.