GLB pilot: De kievit als boegbeeld voor vergroening van de melkveehouderij
Voor het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) vinden er landelijk zeven pilots plaats, die verschillende vergroeningsmaatregelen in de landbouw gaan testen. Collectief Noordwest Overijssel voert in dit kader de GLB pilot “De kievit als boegbeeld voor vergroening van de melkveehouderij” uit. De looptijd van het project is van maart 2019 t/m 31 maart 2021.

Het GLB regelt de inkomenssteun voor agrariërs, waarbij de huidige regeling afloopt in 2020. Voor de komende GLB-periode (na 2020) is het de bedoeling, dat het GLB verder vergroend wordt. Dat betekent dat agrariërs een financiële vergoeding kunnen krijgen als ze specifieke maatregelen nemen, die gericht zijn op groene doelen, bijvoorbeeld op het gebied van biodiversiteit en/of landschap.

Het collectief Noordwest Overijssel heeft als doel met dit pilotproject een manier te vinden voor een effectievere en efficiëntere vergroening van de melkveesector, met de kievit als uithangbord. Daarmee draagt de melkveehouderij in dit project niet alleen bij aan het verbeteren van het leefgebied van de kievit, maar ook aan het realiseren van landelijke biodiversiteits- en klimaatdoelen.

De kievit als boegbeeld
De pilot wordt uitgevoerd vanuit het perspectief van de kievit en het leefgebied dat de kievit en de kuikens van de kievit nodig hebben. Veel maatregelen voor de kievit betekenen echter niet alleen winst voor de kievit, maar ook voor biodiversiteit, landschap, water, bodem en/of klimaat. Door de kievit (waarvan de bescherming dringend aandacht vereist) als boegbeeld te nemen, wordt de pilot niet alleen concreet en praktisch, maar heeft hij ook een wervende uitstraling naar (potentiële) deelnemers.

Testen in de praktijk
Voor het testen van de praktijkmaatregelen worden vier pilotgebieden geselecteerd waar op 5 tot 10% van de oppervlakte specifieke inrichtings- en beheermaatregelen voor de kievit worden getroffen. Een deel van de pilotgebieden overlapt met gebieden die door de provincie voor weidevogelbeheer zijn begrensd binnen de regeling ANLb (Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer). Een deel wordt bewust buiten deze begrenzing gekozen, omdat het GLB in principe toegankelijk is voor alle melkveehouders.
Er worden in de deelgebieden ‘kievitboerderijen’ gezocht als knooppunten in het beheer. Op een kievitboerderij wordt op een substantiële oppervlakte een optimaal beheer uitgestippeld. Tussen de knooppunten worden op bedrijven verbindingszones ingericht waar minder beheer aanwezig is, maar waardoor de kievit met de kuikens ook tussen kievitboerderijen voedsel en veiligheid kan vinden. Het collectief maakt voor elk deelgebied een ontwerp voor het optimale beheer (inclusief ligging van het beheer en inrichting). Voor de werving van deelnemers vindt voorlichting plaats, worden bestaande netwerken gebruikt en worden agrarische bedrijven actief benaderd.

Maatregelen voor de kievit
Er wordt een mix van maatregelen getest die bedrijfstechnisch haalbaar zijn en die de kievit ten goede komen. Voorbeelden hiervan zijn behoud van blijvend en oud grasland, hoge waterpeilen en plas-drassituaties, een beheermozaïek van maaien en weiden, verbindingen zoals kruiden- en insectenrijke stroken en een aangepast bemestingsregime. De maatregelen verschillen in impact op de bedrijfsvoering, waarbij de agrariër uit een lijst met maatregelen kan kiezen wat binnen de bedrijfsvoering past. Naarmate meer en zwaardere maatregelen genomen worden voor de kievit, dan is de bijbehorende vergoeding ook hoger. Bij het maatregelenpakket wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden die wel begrensd zijn voor ANLb en gebieden die niet begrensd zijn voor ANLb.

Regionale sturing
In de pilot wordt gezocht naar een manier waarop het collectief in het werkgebied de vergroeningsmaatregelen van het GLB coördineert. De ideeën worden voorgelegd aan de agrariërs en andere belanghebbenden in de gebieden om zo samen tot een optimale organisatiestructuur te komen voor de uitvoering van de vergroening. Vervolgens vertaalt het collectief dit regionale sturingsmodel in aanbevelingen voor de organisatiestructuur: wat hebben collectieven nodig om deze rol professioneel te kunnen vervullen?

Monitoring en verantwoording
In de pilot wordt een nieuwe methode ontwikkeld voor registratie, controle, monitoring en verantwoording. Daarbij wordt ingezet op moderne technieken (drones, satellieten) en aanpassing van bestaande registratiesystemen zoals SCAN-GIS (gebruikt bij ANLb). Zo wordt geprobeerd het GLB te vereenvoudigen zonder de administratieve lasten bij de agrariër te vergroten.

Betrokken partijen
Het project wordt uitgevoerd door collectief Noordwest Overijssel, maar verschillende andere partijen zijn betrokken bij de pilot. Om tot een breed gedragen en praktisch uitvoerbaar resultaat te komen, worden partijen met verschillende invalshoeken en achtergronden betrokken. Uiteraard hebben de deelnemende agrariërs een belangrijke rol in deze pilot.
Daarnaast zijn voor het project een werkgroep en een klankbordgroep in het leven geroepen. In deze groepen zijn onder andere agrariërs, vertegenwoordigers van agrariërs, ketenpartijen, overheden, waterschap en natuurorganisaties vertegenwoordigd. Ook zijn bij deze groepen personen dan wel organisaties betrokken, die specifieke kennis hebben op het gebied van GLB, agrarische bedrijfsvoering, vergroening in de landbouw of van de kievit.

Contactgegevens
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het secretariaat van het collectief ([email protected]).