Onderzoek functioneren plasdrassen afgerond

In de vorige nieuwsbrief meldden we dat we een onderzoek gingen uitvoeren naar het functioneren van plasdrassen. Inmiddels is dit onderzoek afgerond en willen we graag de resultaten met jullie delen.

In totaal waren er gegevens beschikbaar van 76 plasdrassen binnen het werkgebied van het Collectief. De meeste plasdrassen zijn tijdens het seizoen meerdere keren bezocht en onderzocht. Hierbij is onder andere gekeken naar de oppervlakte, de dichtheid en hoogte van het gewas, de hoeveelheid slik en de aanwezigheid van vogels. Van 31 plasdrassen waren ook gedetailleerde gegevens bekend over de aantallen nesten en weidevogelgezinnen nabij de plasdras. Tot slot zijn diverse experts geraadpleegd over hun ervaringen met het functioneren van plasdrassen.

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er voor het functioneren van plasdrassen in veel gevallen verbetering mogelijk is. Voor het functioneren is het belangrijk om een plasdras te realiseren op een perceel met een lage voedselrijkdom, bij voorkeur op een laagte of op een nattere plek op het perceel. Ook is het van groot belang dat er voldoende water voorhanden is door een aanvoerwatergang met voldoende capaciteit. De inrichting van het perceel lijkt van beperkt belang in tegenstelling tot het vasthouden van water, bijvoorbeeld door het afsluiten van duikers of het dempen van sloten. Plasdrassen zijn het beste te realiseren bij klei op veen. Hoe zandiger hoe minder geschikt vanwege de wegzijging.

In werkelijkheid blijken plasdrassen vaak kleiner te zijn dan ingetekend voor het beheer. Dit is met name het geval bij de grotere plasdrassen en minder bij greppelplasdrassen van een beperkt oppervlak. Een grotere plasdras betekent een hogere vergoeding, maar ook een groter risico dat de plasdras afgekeurd wordt bij controle.

Voor het functioneren van plasdrassen is het van groot belang dat het water de grasgroei kan onderdrukken. Dit kan alleen als de pomp tijdig wordt geplaatst, er bij de start voldoende water aanwezig is in de plasdras en het gewas kort de winter uitkomt. Ook is het hierbij van belang dat de plasdras een beperkte voedselrijkdom heeft, dus dat deze niet of uitsluitend met ruige mest bemest wordt. Zo gauw de vegetatie op of bij de plasdras te hoog en te dicht wordt, is deze ongeschikt voor de vogels.

Kortom, voor een goed functionerende plasdras is vooral van belang dat:

  • Er voldoende water aangevoerd wordt (voldoende beschikbaar uit de aanvoerwatergang en voldoende capaciteit van de pomp)
  • Het water voldoende vastgehouden wordt (beperkte wegzijging en afsluiten van afvoerwatergang)
  • Er laagtes aanwezig zijn, natuurlijk of aangelegd
  • Er geschikt beheer wordt gevoerd: korte vegetatie in februari, pomp tijdig aanzetten en de bemestingsgraad laag