Soort uitgelicht: de kamsalamander

Iedere nieuwsbrief lichten we een soort uit, waar we ons als Collectief met onze leden voor inzetten. Dit kan een weidevogel zijn of een soort van de zogenaamde “droge dooradering”. Deze keer een soort van de “droge dooradering”: de kamsalamander.

De kamsalamander is een amfibie, die zijn naam te danken heeft aan de getande kam op de rug van de mannetjes in de voortplantingstijd. Kamsalamanders zijn vrij groot: ze kunnen tot 20 cm lang worden. Kenmerkend is daarnaast de oranje buik met donkere vlekken, waardoor de buik soms bijna zwart is. Op het land is de soort erg donker met enkele lichte vlekken. De kam is op dat moment ook verdwenen.

De soort is binnen het ANLb-leefgebied droge dooradering een doelsoort voor de verschillende pakketten van “Poel en klein historisch water”, maar ook van “Houtwal en houtsingel”. De betreffende poelen gebruikt de kamsalamander voor de voortplanting. De houtwallen, bosjes en andere opgaande begroeiing zorgen voor een vochtige, vorstvrije omgeving, waar ze buiten de voortplantingsperiode en in de winter weg kunnen kruipen.

Voor het voortplanting zijn heldere wateren met een goed ontwikkelde onderwatervegetatie van belang. De eitjes worden namelijk afgezet in deze vegetatie. Ook is het van belang dat er zonlicht op het water komt en dat er gedurende de hele voortplantingstijd water in staat. Vanaf maart trekken de volwassen kamsalamanders richting het water voor de voortplanting. Na de voortplanting gaan de meeste kamsalamanders weer richting het landbiotoop.

Eieren zijn vooral in april en mei te vinden in de vegetatie van de voortplantingswateren. Na enkele weken komen de eieren uit en zijn de larven te vinden. De larven hebben na het uitkomen kieuwen en blijven daardoor in het water. Na enkele maanden vindt de metamorfose plaats, waarna ook de jonge dieren het water verlaten.

Buiten de voortplanting komt de kamsalamander voornamelijk op het land voor in gebieden van het kleinschalige landschap. De soort komt in Overijssel vrij veel voor op en rond landgoederen. Binnen het werkgebied van het Collectief komt deze soort in relatief lage dichtheden voor in de omgeving van Paasloo, Woldberg/ Eese en Punthorst.