Vooruit boeren op water en veen

Drie deelgebieden

Deze pilot vindt plaats in de drie veenweidegebieden van Noordwest Overijssel:

  • Mastenbroek-Kamperveen
  • Staphorsterveld
  • De landbouwpolders rond Weerribben – Wieden

In het project zoeken we nadrukkelijk de combinatie met weidevogelbeheer via Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Het ANLb is alleen mogelijk in gebieden die de provincie hiervoor heeft aangewezen in het provinciale Natuurbeheerplan. Binnen de drie veenweidegebieden betreft de pilot daardoor alleen de gebieden waar weidevogelbeheer onder het ANLb kan worden afgesloten.

Bodemdaling: wat is het en hoe komt het?

Bodemdaling betekent daadwerkelijk dat de bodem lager wordt ten opzichte van het oude niveau. In Nederland gebeurt dit in veenweidegebieden, vooral door de afbraak van veen: veenoxidatie. Veenoxidatie ontstaat als gevolg van ontwatering van het veen doordat er zuurstof bij het veen kan komen. Zuurstof zorgt er vervolgens voor dat het veen afbreekt, met als gevolg dat er CO2 wordt uitgestoten en voedingsstoffen uitspoelen. Door deze afbraak neemt de hoeveelheid veen in de bodem meetbaar af.

Hoeveel de bodem daalt verschilt per gebied, maar het treedt overal in het veenweidegebied in Overijssel op. Wanneer de bodem eenmaal is gedaald komt deze (over het algemeen) niet meer omhoog; het is een onomkeerbaar proces.

Deze bodemdaling heeft gevolgen voor de waterhuishouding, natuur, landbouw, infrastructuur, bebouwing en de uitstoot van CO2. Uiteindelijk resulteert bodemdaling in hogere kosten voor waterbeheer, steeds verder gaande ontwatering en toenemende hoogteverschillen tussen bijvoorbeeld natuur- en landbouwgebieden. Doorgaan op de huidige voet heeft onomkeerbare gevolgen en brengt risico’s mee voor het duurzaam toekomstperspectief van veel agrariërs in deze gebieden.

Maatregelen testen en effecten onderzoeken

In alle drie deelgebieden testen we de uitgedachte maatregelen in 2022 en 2023. De maatregelen moeten niet alleen bijdragen aan het tegengaan van bodemdaling en het verbeteren van het leefgebied van weidevogels, maar ook passen binnen de bedrijfsvoering.

We voeren verschillende onderzoeken uit:

  • praktische inpasbaarheid in de bedrijfsvoering
  • effecten op het gewas en de opbrengst als gevolg van deze maatregelen
  • draagkracht van de percelen en de reikwijdte van de vernattingsmaatregelen
  • het risico van leverbot
  • effecten op de voedselbeschikbaarheid door weidevogels
  • het gebruik van de vernattingsmaatregelen door weidevogels

Weidevogels en het belang van vernatting

Het vernatten van het veenweidegebied kan de afbraak van veen tegengaan, waardoor ook de bodemdaling afneemt. Voor weidevogels is vernatting van het gebied in veel gevallen ook gunstig: de bodem wordt zachter, waardoor de bodem beter doordringbaar is voor de vogelsnavels. Daarnaast zitten regenwormen, het belangrijkste voedsel van volwassen weidevogels, in een natte bodem meer aan het oppervlak, wat ze beter bereikbaar maakt voor weidevogels. Ook remt vernatting de groei van gras en zorgt het voor een open structuur, waar de kuikens makkelijk doorheen kunnen lopen en toch dekking kunnen vinden tegen predatoren. Water trekt bovendien insecten aan, het basisvoedsel voor weidevogelkuikens, wat er voor zorgt dat vernatting van het opgroeigebied ook voor kuikens een geschikte maatregel is.

Het tegengaan van bodemdaling en het verbeteren van het leefgebied van weidevogels gaan in deze pilot hand in hand.

Het collectief en de deelnemende boeren doen in de pilot samen kennis en praktijkervaring op, met een belangrijke focus op de praktische en financiele inpasbaarheid in de bedrijfsvoering. De pilot geeft boeren de kans om zelf mee te denken over oplossingen die bijdragen aan vooruit boeren in het veenweidegebied.

Folder GLB pilot Vooruit boeren op water en veen