Weidevogelseizoen 2019: de eerste resultaten

Het weidevogelseizoen zit er inmiddels zo goed als op. Veel kuikens zijn (bijna) vliegvlug en de percelen met een rustperiode zijn weer vrijgegeven. Alleen enkele laat broedende soorten (bijvoorbeeld kwartels) en vogels die, doordat een legsel verloren is gegaan, met een tweede of zelfs derde legsel beginnen, zitten op het nest of hebben kuikens. Een goed moment om de eerste balans op te maken.

Broedvogels
De start van het weidevogelseizoen in Nederland was door het warme weer recordvroeg met een 1e kievitsei in februari. Ook de wulpen in het Staphorsterveld waren er in vergelijking met de rest van Nederland vroeg bij (1e ei op 22 maart). Een deel van de grutto’s lijkt het broeden uitgesteld te hebben: eind april zaten veel vogels nog niet op de eieren. Mogelijk was er te weinig voedsel voor de volwassen grutto’s beschikbaar door de droge en koude periode. De eileg vond dit jaar sowieso zeer verspreid in de tijd plaats.

De aantallen weidevogels in 2019 verschillen sterk over de (kern)gebieden. In verschillende gebieden, waaronder Tolhuislanden, is sprake van een (behoorlijke) toename van het aantal broedvogels, met name van grutto en kievit. De wulp lijkt redelijk stabiel qua aantal ten opzichte van vorig jaar. Dit jaar is voor het eerst gestart met een rustperiode tot 15 mei op bouwland, waar vooral kieviten sterk van geprofiteerd hebben.

Vanuit veel gebieden komt dit jaar het signaal dat er beduidend minder predatie van eieren is dan de afgelopen jaren, al komt grootschalige predatie op lokale schaal nog steeds voor. Enerzijds is er meer aandacht voor predatorbeheer en anti-predatiemaatregelen (plaatsen van rasters en vossenvallen), anderzijds waren er relatieve hoge aantallen muizen beschikbaar voor predatoren als vos en marterachtigen.

Kuikens
De droogte en koude periode rond half april tot begin mei vormden een uitdaging voor de kievitkuikens, die op dat moment uit het ei kwamen. Kieviten foerageren voornamelijk op slikranden op de overgang tussen land en water. Deze situaties waren weinig beschikbaar, met uitzondering van de plasdrassen. Veel kievitgezinnen concentreerden zich dan ook rond de plasdrassen.

De gruttokuikens kwamen uit onder warmere en nattere weersomstandigheden. Grutto’s zoeken hun voedsel juist in een hogere, open graslandstructuur met veel kruiden die insecten aantrekken.
Lastminutebeheer in de vorm van kuikenstroken (niet maaien van stroken) op percelen met grutto- en wulpengezinnen is veel toegepast dit jaar. Vrijwilligers, coördinatoren en deelnemers gaven aan dat de gezinnen hier rond het maaien volop gebruik van maakten.

Tijdens de alarmtellingen in verschillende gebieden waren er begin juni nog veel gruttoparen met kuikens aanwezig: een belangrijke maatstaf voor broedsucces. Veel tureluurparen lijken ook succesvol kuikens grootgebracht te hebben, waarbij veel tureluurgezinnen zich concentreerden rond plasdrassen. De wulpen laten in de kuikenfase een wisselend beeld zien, met in sommige gebieden een prima kuikenoverleving, terwijl dit in andere gebieden tegenviel. Ook in de kuikenfase lijkt de predatiedruk relatief laag te zijn geweest ten opzichte van de laatste jaren.

Het eerste beeld van het afgelopen seizoen geeft aan dat het voor de meeste weidevogels en kerngebieden een succesvol jaar geweest is, met een toename in aantallen broedparen en vooral een goede kuikenoverleving bij grutto en tureluur. De komende tijd worden de onderzoeksresultaten verder bestudeerd, zodat we later dit jaar een beter beeld hebben van het broedsucces van de weidevogels. Hiermee proberen we samen met de deelnemers, vrijwilligers, WBE’s en terreinbeherende organisaties het beheer op gebiedsniveau te optimaliseren.